Olieaanbod blijft te groot voor de markt

De productie van olie is nog altijd een stuk groter dan de wereldmarkt vraagt, dus de olieprijs blijft zeer laag.

Vorige week was een historisch dieptepunt in de prijsvorming van zowel Noord-Europese benchmark Brent als de Amerikaanse WTI Crude. Deze laatste gaat inmiddels wel weer voor een positief bedrag over de toonbank, maar vertrouwen in de Amerikaanse olie is er nog niet. De angst keerde terug dat een prijsdaling tot onder nul op de loer ligt. De opslagplaatsen voor olie raken vol.

In eigen land zijn de dalingen op de wereldmarkt ook te zien. De daling van de dieselprijs zet ook hier door: een liter diesel voor de LTO-ledenprijs bij levering vanaf 4.000 liter noteert dinsdag € 0,7739.

Lees verder onder de grafiek.

Volle opslagen olie

De prijs voor een levering van Amerikaanse olie in juni daalde dinsdagochtend vroeg met ruim 11% tot $ 11,33 per vat. Datzelfde contract raakte maandag al een kwart van zijn waarde kwijt, nadat een grote marktpartij in de Verenigde Staten al zijn posities voor juni van de hand deed. Deze extreme uitslagen waren recentelijk ook te zien bij de olieprijs voor contracten die in mei aflopen, die uiteindelijk min $ 40 aantikte.

De fysieke opslagplaatsen voor mei en juni raken vol. Dat is met name het geval in Azië, waar Zuid-Korea geen opslagtanks meer over heeft. Ook de kust van Singapore ligt vol met olietankers. In de Verenigde Staten komt eveneens een einde aan de opslagcapaciteit in zicht.

Opec

Eerder deden de grote olieproducenten van de wereld een poging om de prijs uit een dal te trekken, tot nu toe zonder echt succes. De Opec-landen en Rusland schroefden de productie al fors terug. Deze week deed Opec-lid Angola, na Nigeria de grootste olieproducent van Afrika, een oproep om de productie verder te beperken. Angola levert normaliter vooral aan China, waar de economie fors is ingestort vanwege het coronavirus.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.