Oorzaak nertsenbesmettingen blijft ongewis

Bij nertsenbedrijven blijken meer mensen besmet te zijn met het coronavirus dan aanvankelijk gedacht. Nertsen blijken zeer gevoelig voor het virus en verspreiden het veelvuldig. Hoe de bedrijven besmet zijn geraakt, blijft een raadsel.

De coronabesmettingen bij nertsenbedrijven roepen veel vragen op en creëren bezorgdheid. Ondanks de ruimingen van besmette bedrijven, vervoersverboden en hygiënemaatregelen loopt het aantal besmette bedrijven nog altijd op. Inmiddels zijn 56 bedrijven besmet verklaard. Over de oorzaak van de besmettingen tasten wetenschappers nog altijd in het duister.

Recent onderzoek van Faculteit Diergeneeskunde, Gezondheidsdienst voor Dieren, GGD-en, Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en Erasmus Universiteit bij de eerste zestien besmette bedrijven wijst wel uit dat er onder medewerkers, eigenaren en gezinsleden veel meer besmettingen waren dan tot nu toe bekend: 66 van de 97 geteste mensen waren positief. Het is in de meeste gevallen niet duidelijk of de mensen de dieren hebben besmet of andersom. “Dat is niet meer te achterhalen. Mede omdat de bedrijven vrij snel na de besmetting geruimd zijn”, legt onderzoeker Arjan Stegeman van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht uit.

Gevoelig voor het virus

“Nertsen blijken ontzettend gevoelig voor het virus. Ze scheiden bovendien veel virus uit, soms zonder dat ze ziekteverschijnselen hebben”, legt Wim van der Poel van WBRV uit. Hij vindt het risico voor mensen die op een besmet bedrijf werken groter dan bij mensen die op de IC’s comapatiënten verzorgen. “Er is veel meer virusblootstelling op de bedrijven en bovendien zijn de medewerkers niet gewend om met beschermende kleding te werken. Dat maakt het risico groter.” Ondanks de hogere besmettingsgraad onder mensen op besmette bedrijven, ziet het ministerie geen reden om het beleid aan te scherpen. “De onderzoeksresultaten laten geen verspreiding buiten de bedrijven zien. Ook in dit onderzoek is vastgesteld dat het virus zich niet via de lucht verspreidt. Het risico voor omwonenden is verwaarloosbaar”, aldus een woordvoerder van LNV.

Lees verder onder tabel

Nertsen in gemeenten

Vijf clusters

Uit de virustypering blijkt dat er vijf verschillende clusters zijn bij de besmette nertsenbedrijven. Bij de 34 onderzochte patiënten in de omgeving komt dezelfde variatie aan typen coronavirussen voor als in andere regio’s in Nederland. In de database van het Erasmus MC staan 1775 typen (sequenties) van het coronavirus die in Nederland voorkomen. De virustypen bij de nertsenbedrijven zijn ook vergeleken met typen die in Polen voorkomen, vanwege de herkomst van veel medewerkers. Hier werden geen overeenkomsten gevonden. In totaal werden bij mensen die verbonden zijn aan de nertsenbedrijven 18 verschillende typen coronavirus aangetroffen, die nauw verwant zijn aan de typen die bij de nertsen werden aangetroffen. Bij sommige bedrijven werden meerdere typen virus aangetroffen. Hieruit blijkt dat het virus al geruime tijd circuleerde onder de dieren, voordat een besmetting werd aangetoond.

Raadsel

De oorzaak van de steeds weer nieuwe besmettingen is nog altijd een raadsel. Uit onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een besmettingsroute via voer, voertuigen, huisdieren, wild, op bedrijven gebruikte materialen of via de lucht. Wetenschappers verwachtten eerder dat het aantal besmette bedrijven zou afnemen door de hygiënemaatregelen en wanneer het aantal besmettingen bij mensen zou dalen. Dat bleek niet het geval. Volgens Stegeman zijn hiervoor drie mogelijke verklaringen. In de eerste plaats zijn de menselijke contacten met dieren onvoldoende in beeld. Om dit te ondervangen heeft landbouwminister Carola Schouten het beleid aangescherpt: bedrijven moeten vooraf bij de NVWA melden welke medewerkers er op het bedrijf werken en als deze medewerkers bij een ander bedrijf willen gaan werken, moet er verplicht minimaal twee weken tussen zitten.

Een optie is dat de besmetting al veel eerder is geïntroduceerd op bedrijven dan gedacht.

De tweede mogelijke verklaring vormen mogelijke transmissieroutes die eerder niet uitgebreid onderzocht zijn. Gedacht wordt aan vogels, ratten en muizen of andere wilde dieren. “Dat is heel moeilijk onderzoek. Het zijn dieren die het virus zelf niet actief vermeerderen. Daardoor is het moeilijk aan te tonen dat ze mogelijk als passieve vector een rol spelen”, legt Stegeman uit. Bij het onderzoek zijn enkele ratten onderzocht, maar daarbij is geen coronavirus gevonden. Ook wordt bekeken of vogels een rol spelen.

Een derde optie is dat de besmetting al veel eerder is geïntroduceerd op bedrijven dan gedacht. Mogelijk is er een grote spreiding in incubatietijd per bedrijf dan werd aangenomen. Bij de eerste bedrijven leidden de besmettingen na ongeveer een maand tot opmerkelijke ziekteverschijnselen. “De verspreiding binnen bedrijven hangt sterk samen met menselijke activiteit zoals het spenen of vaccineren van dieren. Als er nauwelijks contact is met nertsen kan een nerts in theorie alleen het dier naast zich besmetten. Omdat lang niet alle nertsen ziek worden of dood gaan, duurt het in zo’n geval lang voor een besmetting in een bedrijf aan het licht komt,” legt Stegeman uit. Van der Poel had niet gedacht dat het virus zo moeilijk onder controle te krijgen was.

Geen nieuwe virustypen op bedrijven

De suggestie die wel eens wordt gewekt dat bedrijven met opzet besmet worden met het virus, of dat actievoerders bewust bedrijven zouden besmetten, duikt met enige regelmaat op. Recent vroegen nertsenhoudersorganisaties de overheid om bij het onderzoek ook verdachte situaties mee te nemen. Voorzitter Wim Verhagen van NFE noemt een voorbeeld van een bedrijf waar mensen zich verdacht gedroegen en waarbij het bedrijf enkele weken later besmet bleek met het virus.

Het is duidelijk dat bedrijven elkaar besmetten. Maar welke factoren een rol spelen bij die transmissie blijft onduidelijk

De onderzoekers kunnen dergelijke zaken niet aantonen. “We zijn onderzoekers, geen opsporingsambtenaren”, zegt Stegeman. “Het is wel opmerkelijk dat er vanaf het begin vijf virusclusters zijn die circuleren. Dat is nog steeds zo. Je zou verwachten dat er meer varianten binnen zouden komen, omdat het aantal besmettingen bij mensen ook weer toeneemt. Dat is niet gebeurd. Dat lijkt erop te wijzen dat nertsenhouders echt hun best doen om het virus buiten de deur te houden”, zegt Stegeman. Hij verwijst ook naar de ontwikkelingen in Denemarken. Daar zijn inmiddels twintig bedrijven besmet. “Daar gebeurt nu hetzelfde als eerder in Nederland. Bedrijven worden niet geruimd, dus daar is zeker geen reden om bedrijven bewust te besmetten.” De laatste besmette bedrijven behoren allemaal tot twee clusters. “Het is dus duidelijk dat bedrijven elkaar besmetten. Maar welke factoren een rol spelen bij die transmissie blijft onduidelijk”, aldus Van der Poel. Het onderzoek naar de besmettingsroutes loopt voorlopig door. “We hopen er veel van te leren. Als er onverhoopt toekomstige virussen komen die grotere diersectoren raken, kunnen we er ons voordeel mee doen”, aldus Stegeman.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.