Opbrengstprijs en kostprijs volgen elkaar

12-09-2020 | |
van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom
Foto: Hans Banus
Foto: Hans Banus

In Boerderij van 28 juli stond een foto van een bord met als opschrift ‘Opbrengst Varkensvlees’. Daarmee werd aandacht gevraagd voor het achterblijven van de prijzen van agrarische producten, in het bijzonder die van varkens. Volgens het bord was de varkensprijs in 1970 € 1,60 per kilo en in 2020 € 1,50.

In het statistiekboek ‘Landbouwcijfers’ vond ik voor 1970 een gemiddelde prijs van ongeveer 3 gulden per kilo. Omgerekend is dat € 1,35. Dus volgens die bron zou de varkensprijs in die vijftig jaar wel zijn gestegen, zij het veel minder dan de inflatie.

Interessant is dat de kostprijs rond 1970 eveneens werd berekend op zo’n 3 gulden per kilo, terwijl berekeningen voor 2019 een bedrag van circa € 1,50 laten zien. Kostprijs en opbrengstprijs liepen dus op langere termijn bezien aardig in de pas.

Toen was voor 1 kilo varkensvlees 3,65 kilo voer nodig, nu nog 2,65 kilo

Dat is verklaarbaar. Weliswaar werden allerlei productiemiddelen (veel) duurder, maar de prijs van veevoer – veruit de grootste kostenpost in deze sector – volgt min of meer het verloop van de agrarische prijzen. Bovendien is er een enorme schaalvergroting en productiviteitsverbetering geweest en dat drukt de kostprijs. In 1970 waren er circa 5,5 miljoen varkens in Nederland, gemiddeld 73 per bedrijf. Tegenwoordig zijn er zo’n 12 miljoen; bijna 3.000 per bedrijf. Toen was voor 1 kilo varkensvlees 3,65 kilo voer nodig, nu nog 2,65 kilo.

Druk op de prijzen

Probleem is echter dat door zulke processen de productie vaak sterker groeit dan de vraag, met als gevolg druk op de prijzen. Het hangt van de marktverhoudingen af hoe de productiviteitswinst wordt verdeeld, en dan zitten agrarische producenten meestal in een ongunstige positie. De voordelen van de productiviteitsverbetering worden dan voor een groot deel doorgegeven aan anderen, met name aan de consument.

De ‘agrarische tredmolen’

In sectoren met snelle technische ontwikkelingen gaan de prijzen het sterkst omlaag.

Uitspraken in die zin dat veertig biggen per zeug en een kilogram groei per dag grote voordelen zouden opleveren voor de varkenshouders, kloppen dan ook hooguit tijdelijk of alleen voor een kopgroep. Het effect op langere termijn is een daling van de varkensprijzen. Iets dergelijks geldt ook voor andere agrarische sectoren; dat is de tragiek van de ‘agrarische tredmolen’. Dat verander je niet met borden langs de weg.

van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.