Opfokker jongvee krijgt alle fosfaatrechten toegewezen

Een veehouder die op basis van een opfokovereenkomst jongvee hield voor een melkveehouder heeft recht op alle fosfaatrechten voor dat jongvee dat hij op de peildatum had staan.

Tot dat oordeel kwam het gerechtshof ’s Hertogenbosch in een hogerberoepszaak. Het hof bevestigt hiermee een eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.

Hiermee wijkt een opfokovereenkomst sterk af van het in- en uitscharen van jongvee waarbij de fosfaatrechten – in het algemeen – naar rato verdeeld dienen te worden tussen beide partijen.

Opfokcontract

In dit geval gaat het om een melkveehouder die sinds medio 2014 een schriftelijke opfokcontract had met een opfokker om zijn jongvee op te fokken tot het een jaar is. Gemiddeld waren er jaarrond 250 stuks jongvee van de melkveehouder op het bedrijf van de opfokker. Ongeveer iedere twee weken ging er jongvee heen en weer tussen beide bedrijven. Het voordeel voor de melkveehouder van deze overeenkomst was dat hij meer melkproducerend vee op zijn eigen bedrijf kon houden.

Op de peildatum, 2 juli 2015, hield de opfokker 259 stuks jongvee voor de melkveehouder. Daarvoor kreeg de opfokker 2.356 kilo fosfaatrechten toegekend. Volgens de melkveehouder heeft hij recht op de fosfaatrechten (of ten minste op de helft daarvan) omdat het zijn dieren zijn. Hij verwijst hierbij naar rechterlijke uitspraken die de verdeling van fosfaatrechten tussen in- en uitschaarders regelt.

Jongvee niet op bedrijf aanwezig

Het hof ziet dit echter anders. In de Meststoffenwet is geregeld dat de fosfaatrechten worden toegekend aan de houder van de dieren en niet automatisch aan de eigenaar. Bij een in- en uitscharingscontract hebben beide partijen de fosfaatrechten nodig om vee te kunnen houden, dat geldt niet bij het opfokcontract. Hof: “Bij de opfokovereenkomst heeft de een niet meer en de ander niet minder aan fosfaatrechten gekregen dan hij nodig had voor de bedrijfsvoering.” De melkveehouder had de fosfaatrechten niet nodig omdat hij gemiddeld zo’n 250 stuks van zijn jongvee toch het hele jaar niet op zijn bedrijf aanwezig was, aldus het hof.

Melkveehouder niet verarmd

Volgens de melkveehouder zou de opfokker zich op deze manier onrechtvaardig hebben verrijkt. Het hof ziet niet zo. De ‘verrijking’ is het gevolg van een bewuste keuze van de wetgever om de fosfaatrechten toe te kennen aan de houder van de dieren. De melkveehouder is niet verarmd door het toekennen van de fosfaatrechten aan de opfokker, stelt het hof. Zijn vermogen is niet aangetast en bovendien had de melkveehouder de fosfaatrechten niet nodig omdat hij het jongvee niet zelf hield.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.