Opkomst onderzaai als matig tot slecht beoordeeld

22-11-2019 | Laatste update op 25-01 | |
Foto: Jan Willem Schouten -
Foto: Jan Willem Schouten

In het project ‘Grondig Boeren met Mais’ is het afgelopen najaar een enquête geweest over de ervaringen die maistelers hebben gehad met gelijkzaai of onderzaai dit jaar. Van de ruim 160 reacties, kwamen er 140 van maistelers. De antwoorden hebben betrekking op deze groep.

Van de 140 maistelers heeft 42% ervoor gekozen om dit jaar geen aparte actie te ondernemen en nazaai van het vanggewas uit te voeren bij oogst voor 1 oktober. De resterende 58%, die niet aan de datum van 1 oktober gebonden wil zijn, is verdeeld tussen 14% gelijkzaai en 44% onderzaai.

Lees verder onder de grafiek.

Opkomst onderzaai

Over de opkomst van de onderzaai zijn de telers niet te spreken. Een op de vijf vindt de opkomst matig en 76% beoordeelt de opkomst als ‘slecht’. Deze uitkomst wordt voornamelijk toegeschreven als een gevolg van de droogte.

Lees verder onder de grafiek.

1 oktober

De resultaten hebben logischerwijs gevolg voor de keuze die de veehouder maakt voor de strategie van volgend jaar. Daarbij geeft 58% aan het volgend jaar anders te willen gaan doen.

Van de maïstelers vindt ruim 90% dat de regelgeving rond inzaai vanggewas niet of slecht werkbaar is. De belangrijkste reden hiervoor is de datum van 1 oktober. Die geef onzekerheid. Kijkend naar de toekomst verwacht 86% van de maïstelers gemiddeld genomen een slechtere ontwikkeling van het vanggewas dan in voorgaande jaren (voor 2019) het geval was.

Enquête voor de oogst van de mais

John Verhoeven, projectleider van ‘Grondig Boeren met Mais’ en werkzaam bij Open Teelten van Wageningen University & Research, wil wat betreft de uitkomsten van de enquête, wel toelichten dat de antwoorden de perceptie van de telers weergeeft. “Veehouders hadden de enquête voor de oogst van de mais ingevuld en hebben nog geen ervaring met het beoordelen van een wel of niet geslaagde onderzaai. En het kan goed zijn dat de één een bepaalde opkomst beoordeelt als ‘slecht’, waar de ander ‘matig’ invult. Dat neemt overigens het gevoel niet weg.”

Het weer heeft geen kalender

Droogte

Verder vindt Verhoeven het jammer dat het eerste jaar, waarbij onderzaai zo breed is ingezet, door de droogte is getekend. “De omstandigheden waren nu eenmaal niet gunstig. De kans bestaat dat veel veehouders meer gaan kiezen voor telen van een vroeger ras en voor 1 oktober willen gaan hakselen. Hier zit wel een uitdaging. Het weer heeft geen kalender en niet iedereen kan op 28 september terecht bij de loonwerker. Maar zolang in het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn staat dat er op 1 oktober een vanggewas gezaaid moet zijn, hebben we er mee te dealen. Het doemscenario is dat, bij massale keuze voor vroege rassen en vroege oogst, we een koud voorjaar krijgen met een wat kwakkelende zomer met voldoende vocht en een natte septembermaand. Waarschijnlijk is de mais, of niet oogstrijp op 1 oktober, of door slecht weer niet voor 1 oktober fatsoenlijk te oogsten.”

Hogenkamp



Beheer