PAS-afspraak uit 2014 hielp duizenden bedrijven vooruit

Farmers Defence Force vindt dat de afspraken uit 2014 tussen de sector en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) moeten worden opgezegd. Die PAS-afspraak heeft duizenden landbouwbedrijven in de afgelopen jaren vooruit geholpen.

Het bestuur van Farmers Defence Force wil dat zeven sectororganisaties een afspraak opzeggen die in 2014 in het kader van het PAS is gemaakt, “Het kan en mag niet zo zijn dat nog steeds eenzijdig een verplichting wordt opgelegd, die allang en rechtmatig opgezegd had kunnen zijn”, aldus het FDF-bestuur in een oproep aan boerenbelangenbehartiger LTO Nederland, koepel van mengvoerfabrikanten Nevedi, de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), loonwerkersorganisatie Cumela, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), varkenshoudersvakbond NVV en de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP).

Ontwikkelingsruimte veehouderij in ruil voor stikstofruimte

De afspraken uit 2014 hielden in dat de veehouderij in de periode tot 2030 10 kiloton stikstofruimte zou leveren en in ruil daarvoor 5,6 kiloton ontwikkelingsruimte zou terugkrijgen. De situatie op dat moment was dat er geen toestemmingen meer werden verleend voor bedrijfsontwikkeling. Duizenden landbouwbedrijven hadden geen vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet, terwijl ze daar volgens de wet wel over moesten beschikken.

Afspraken PAS kregen vorm in 2015

De toenmalige afspraak regelde dat bestaande bedrijven via het PAS alsnog gelegaliseerd zouden worden, dan wel via een melding, dan wel via een vergunning. Die afspraak werd door de overheid vorm gegeven via het PAS, dat in 2015 in ging.

De verplichtingen voor de sector – op grond van de toenmalige afspraken – waren dat veehouders hard zouden werken aan de verbetering van de mineralenefficiëntie van melkveebedrijven via de Kringloopwijzer. De sector zou kennis en bewustzijn van de Kringloopwijzer bevorderen, weidegang stimuleren en zorgen dat er alternatieve emissiearme bemestingstechnieken zouden worden ontwikkeld.

Daartegenover stond dat destijds staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische zaken, met landbouw, natuur en voedselkwaliteit in portefeuille) in afspraken met de provincies zou regelen dat 56% van de te verwachten stikstofwinst in de vorm van ontwikkelingsruimte zou vrijkomen voor de veehouderij. Daarnaast zou ze uitdragen dat de landbouw een bijdrage leverde aan behoud en herstel van de biodiversiteit door de uitvoering van het PAS. Ook zou ze zorgen voor het aanpassen van de regelingen voor mestaanwending, zodat alternatieve sleepvoetbemesting werd toegestaan. Tevens zou ze zorgen dat emissiebeperkingen via voer(management) en via toevoegmiddelen aan mest werden erkend in de regeling ammoniak en veehouderij (RAV).

PAS-melders uit de wind gehouden

De afspraak uit heeft ertoe geleid dat tussen de invoering van het PAS (1 juli 2015) en de uitspraak van de Raad van State (29 mei 2019) duizenden veehouderijbedrijven met gebruikmaking van het PAS hun bedrijf hebben kunnen ontwikkelen of uitbreiden, of de situatie zoals die in 2015 was konden vastleggen en legaliseren. Zonder het convenant van 2014 had landbouwminister Carola Schouten zich nu misschien minder verplicht gevoeld de PAS-melders uit de wind te houden.

Basis voor afspraak PAS is er niet meer

Zolang het PAS werkte, heeft de afspraak in elk geval voor de veehouderij ontwikkelingsruimte opgeleverd. Toen de afspraak gemaakt was, werd daar door onder andere het Havenbedrijf in Rotterdam met enige jaloezie naar gekeken, omdat de ontwikkeling van bedrijven in de haven niet op dezelfde manier was geregeld.

Inmiddels is het PAS ter ziele. Daarmee is ook de basis voor de afspraak van destijds weggeslagen.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.