PAS-melder geen baat bij natuurcompensatiebank

25-04 | |
Foto: Hans Banus
Foto: Hans Banus

De natuurcompensatiebank kan waarschijnlijk niet worden ingezet om zogenoemde PAS-melders te legaliseren. De natuurcompensatiemaatregelen zijn niet zo snel klaar dat ze als compensatie kunnen dienen voor de stikstofdepositie die PAS-melders veroorzaken.

Het ministerie kijkt wel of de legalisatie van PAS-melders kan worden beschouwd als een project van groot maatschappelijk belang. Als dat zo is, zou de natuurcompensatiebank daarvoor in principe kunnen worden ingezet.

Minister Christianne van der Wal stuurde twee weken geleden een wetswijziging naar de Tweede Kamer om een natuurcompensatiebank te kunnen instellen.

Voorraad stikstofgevoelige natuur opbouwen

De natuurcompensatiebank is bedoeld om een ‘voorraad’ stikstofgevoelige natuur op te bouwen, die kan dienen als compensatie voor mogelijke schade die in Natura2000-gebieden aan stikstofgevoelige gebieden ontstaat. De natuurcompensatiebank kan worden ingezet als gebruik wordt gemaakt van de zogenoemde ADC-toets. Dat betekent dat er geen alternatieven (A) zijn voor het project waarvoor een natuurvergunning wordt afgegeven, dat er dwingende redenen (D) van groot openbaar belang zijn om het project uit te voeren en dat er compenserende maatregelen (C ) moeten worden getroffen.

Een woordvoerder van minister Van der Wal zegt dat de ADC-toets pas in bijzondere gevallen kan worden ingezet. “De ADC-toets is een laatste mogelijkheid om een vergunning te verlenen in bijzondere gevallen, wanneer alle andere mogelijkheden om schade te voorkomen zijn uitgeput. Mogelijk is dit bij PAS-meldingen aan de orde.”

Hoewel de natuurcompensatiebank nog niet is ingesteld, kan er nu al wel natuur worden gerealiseerd of hersteld, die op een later moment in de compensatiebank wordt opgenomen.

Geen onteigening

Het kan zijn dat voor de natuurcompensatiebank ook grond wordt opgenomen die nu nog in gebruik is bij de land- en tuinbouw. Er zal echter geen grond voor worden onteigend. Het is ook niet zo dat het alleen gaat om extra natuur. Hoe groot de compensatiebank wordt, hangt af van het geld dat ervoor beschikbaar is. De omvang is niet uit te drukken in aantallen hectares. Het kan gaan om grond die nu al natuur is, maar ook andere grond.

Ook landbouwgrond kan in de natuurcompensatiebank worden opgenomen. Het ministerie noemt als voorbeeld glanshaverhooiland, dat stikstofgevoelig habitat is, maar wel als landbouwgrond in gebruik kan blijven.

De verwachting is dat de natuurcompensatiebank vooral ruimte moet bieden voor projecten in het midden en westen van het land. Dat zijn gebieden waar weinig stikstofwinst valt te realiseren door opkoop of verplaatsing van de veehouderij.

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer