Pas op met het vermenselijken van dieren

Het idee zit diep dat baasje en hond, ruiter en paard en boer en koe er samen wel uitkomen. Maar wat het dier past, weet de mens niet zomaar vanzelf, zegt Jan Staman, voorzitter van de Raad voor Dierenaangelegenheden.

In Engeland kreeg buidelrat Magawa, die landmijnen opspoort in voormalige oorlogsgebieden, een hoge onderscheiding voor heldenmoed. Mooi, maar hoever gaat het verbond tussen mens en dier? Is hier geen sprake van een vergaande vermenselijking van het dier?

Wat wil mijn hond? Wat denkt mijn kat? Heel wat diereigenaren zouden er veel voor over hebben om hun huisdier echt te kunnen begrijpen. We weten immers niet echt wat de voorkeuren van dieren zijn. Heeft mijn hond het ook koud als het buiten 5 graden vriest? Maak ik hem dan blij door hem een jasje aan te trekken?

Wat kunnen we anders dan afgaan op hoe we dingen zelf ervaren?

Natuurlijk weten we dat dieren een andere belevingswereld hebben. Probeer voor je drachtige poes maar een mooi nestje te maken waar ze haar jongen kan werpen en verzorgen. Dan weet je een ding zeker: namelijk dat poeslief het op een andere plek gaat doen. Maar wat kunnen we anders dan afgaan op hoe we de dingen zelf ervaren?

Omgekeerd doen dieren het ook. Mijn hond ziet mij als een hond. Ik kijk naar mijn hond alsof hij een mens is. Samen komen we op basis van intuïtie en uittesten best een heel eind. Dog whisperers (hondenfluisteraars) hebben dit ‘lezen’ van een hond zelfs tot een ware kunst verheven.

Het wordt bedenkelijk als bijvoorbeeld mensen die vegetariër zijn hun kat – een honderd procent carnivoor – geen vlees meer geven

Toch kan dit vermenselijken van dieren ook doorschieten naar iets grimmigs. Die grimmige kant van het vermenselijken van dieren zien we vaak bij dierhouders die in de waan verkeren dat er sprake is van een heel exclusief wederzijds ‘verbond’ tussen hen en hun dieren. Zij zien een gelijkwaardig partnerschap, terwijl het verbond en de regels en voorwaarden die erbij horen, feitelijk eenzijdig door de mens aan het dier worden opgelegd en niet (per se) in het belang van het dier zijn.

Want het wordt bedenkelijk als bijvoorbeeld mensen die vegetariër zijn hun kat – een honderd procent carnivoor – geen vlees meer geven. Of denk aan de paardensport, met de military als een van de meest betwiste uitingen. Onder het mom van ‘wij gaan samen (ruiter en paard) de sportieve strijd aan’ is soms sprake van keiharde trainingsmethoden (‘door de pijn heen trainen’) en moet er zelfs worden getest op dopinggebruik. Ook bij stierenvechten speelt het misplaatste idee dat er sprake zou zijn van een eerlijke sportieve strijd tussen de stier en de stierenvechter, die elkaar respecteren.

Dierenleed ‘compenseren’ door dier op voetstuk te plaatsen

Bij dit idee van een verbond hoort ook dat het dierenleed als het ware wordt gecompenseerd door de dieren op een voetstuk te plaatsen. Denk maar aan de beroemde sportpaarden die echt worden aanbeden. Of denk aan de proefdierwereld, waar over dieren wordt gesproken in termen van het ‘opofferen’ van dieren voor een hoger doel. Ook bij de honden en ratten, zoals Magawa, die bommen moeten opsporen voor het leger, wordt het beeld opgeroepen van helden die zich opofferen voor hun menselijke kameraden. Magawa kreeg er zelfs een gouden medaille voor.

Kritiek van buiten wordt soms wel erg gemakkelijk weggewimpeld door de veehouders die ‘toch zeker zelf wel weet wat het beste is voor hun dieren’

In de veehouderij is het idee van een verbond tussen de boer en zijn dieren die samen een topprestatie leveren, ook nog springlevend. Denk aan de koeien die topmelkproducenten zijn en aan topfokstieren met ontelbare nakomelingen.

Hier zie je ook dat expertise van buiten soms bij voorbaat in twijfel wordt getrokken, omdat de buitenstaander niet bekend is met het dier en zijn houder (en hun bijzondere verbond). Kritiek van buiten wordt soms wel erg gemakkelijk weggewimpeld door de houders die ‘toch zeker zelf wel weet wat het beste is voor hun dieren’. Maar waar de dierhouder een wederzijds verbond tussen elkaar respecterende partners ziet, zien anderen het lijden van dieren.

Wetenschap geeft antwoord waar intuïtie niet verder helpt

Langzamerhand zien we dat een beroep op dat speciale ‘verbond’ tussen eigenaar en zijn dier steeds minder wordt geaccepteerd door de omgeving. We hebben het gezien bij het circus met het verbond tussen de tijger en de dompteur. Bij het stierenvechten gelooft niemand er meer in. Ook bij de paardensport neemt de druk van buiten toe. En dat zien we natuurlijk ook bij de veehouderij.

Om hier uit te komen, hebben we de wetenschap nodig. Die kan vertellen wat de dieren echt zelf willen en nodig hebben. Want alleen de wetenschap kan antwoorden geven waar onze intuïtie ons niet meer verder helpt. Wat mist de ijsbeer die stereotiep gedrag gaat vertonen in een prikkelarme omgeving? Wanneer kun je biggen verantwoord spenen? Voelt een kip zich kiplekker zolang zij maar de mogelijkheid heeft om een stofbad te nemen en een stok om op te zitten? Hoe belangrijk is het waterbadje voor een mus?

Aan de eigenaren en dierhouders de taak om met die wetenschappelijke inzichten aan de slag te gaan. Wie oprecht en serieus wil werken aan een echt partnerschap met zijn dieren, gaat te rade bij de wetenschappers. Want die kunnen vertellen wat dieren echt willen en echt nodig hebben om zich goed te voelen en om hun diereigen gedrag te vertonen.

Jan Staman is voorzitter van de Raad voor Dierenaangelegenheden.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.