PBL: minder landbouwareaal, meer vermenging functies

Foto: Michel Velderman
Foto: Michel Velderman

Het areaal voor de land- en tuinbouw zal de komende dertig jaar (tot 2050) met 180.000 hectare afnemen als de ruimtevraag voor natuur, verstedelijking en klimaataanpassing maximaal wordt ingevuld.

Alleen bij combinatie van functies kan de claim op landbouwgrond minder zijn, staat in het rapport Grote opgaven in een beperkte ruimte, dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag heeft gepubliceerd. Het PBL geeft aan dat de politiek voor keuzes staat voor de inrichting van de ruimte. Bij die keuzes moeten bodem en water centraal staan, zeggen de auteurs Rienk Kuiper en David Hamers van het PBL.

Geen bedrijfopvolger

Het aandeel landbouwareaal zou in het door het PBL geschetste scenario in de periode van 2020 tot 2050 afnemen van 59% (ongeveer 1,82 miljoen hectare) naar ongeveer 50% (ongeveer 1,6 miljoen hectare). Die daling van het landbouwareaal is vergelijkbaar met de afname in de afgelopen decennia. Volgens het PBL zullen de gevolgen voor individuele agrarische ondernemers beperkt blijven, omdat ingespeeld kan worden op het feit dat veel landbouwbedrijven geen bedrijfsopvolger hebben.

De vermindering van het areaal is niet gelijkelijk verdeeld over het land en is ook afhankelijk van de keuzes die het Rijk maakt. Bij die keuze weegt mee waar de milieudruk vanuit de landbouw hoog is (met name vanuit de veehouderij), welke landbouwgrond geschikt is voor hoogproductieve landbouw en de druk tot verdere verstedelijking.

Het streven is om functies te combineren zoals met natuurinclusieve landbouw en in combinatie met windenergie en natuurontwikkeling

Het PBL zegt dat vanwege de beperkte ruimte er geen eenzijdige claim op landbouwgrond moet zijn; het streven is om functies te combineren zoals met natuurinclusieve landbouw en in combinatie met windenergie en natuurontwikkeling. Het PBL noemt het programma Ruimte voor de Rivier en het agrarisch natuurbeheer in veenweidegebieden als bestaande voorbeelden van functievermenging. De mogelijkheden voor functiecombinaties zijn op landbouwgrond het grootst. “Een natuur- en landschapsinclusieve landbouw vraagt echter een wezenlijk andere manier van voedsel produceren: meer gericht op kwaliteit en minder op kwantiteit.”

Reactie LTO

Voorzitter Sjaak van der Tak van LTO Nederland zegt in een reactie het jammer te vinden dat ‘het PBL niet lijkt te begrijpen dat er juist méér ruimte voor boeren en tuinders nodig is om aan maatschappelijke wensen zoals extensivering, natuurinclusieve landbouw en de koe in de wei te voldoen’. Volgens Van der Tak heeft het PBL te weinig oog voor de inzet van boeren en tuinders als ‘beheerders van het landschap die zich inzetten voor biodiversiteit, weidevogels en recreatie’.

Enkele aannames en aanbevelingen van het PBL sluiten volgens Van der Tak maar beperkt aan bij de wens en behoefte van de Nederlandse bevolking. LTO zegt dat PBL terecht aandacht vraagt voor de inrichting van het land. “De verrommeling van het landschap, met grijze dozen van de logistieke industrie en zonneweides van blauw glas, doet boer en burger pijn.”

Samenhang tussen stad en platteland

Jannemarie de Jonge, rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving benadrukte bij de presentatie van het rapport de samenhang tussen stad en platteland. Zij zegt dat de gevolgen van een omslag naar kringlooplandbouw misschien nog wel grotere gevolgen hebben voor de stedelijke omgeving – waar de meeste food- en agri-industrie zich bevindt, dan op het platteland zelf. Het idee dat het platteland leeg is, is volgens haar een misvatting. “Elke vierkante meter op het platteland wordt intensief gebruikt, ook door de natuur. Die natuur is ook voor de stad van groot belang.”

De Zwolse wethouder Ed Anker (ChristenUnie) – die ook bij de presentatie van het rapport sprak – noemt de opmerking van LTO‘er Van der Tak ‘hamstergedrag’. “De consequentie is voor de rest van Nederland een soort ophokplicht.” De ruimteclaim van LTO is volgens hem ‘net zo arrogant als die van Schiphol of Tata Steel. En als het Rijk zegt: ‘woningen eerst’, dan is dat ook hamstergedrag’.

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer