PBL zet vraagtekens bij hoge tempo stikstofplannen

Boeren in de omgeving van een Natura-2000 gebied. De vraag is of vrijwillige opkoopregelingen en de vrijwillige aanpassing van stallen met de inzet van subsidies voldoende animo hebben onder boeren. - Foto: Koos Groenewold
Boeren in de omgeving van een Natura-2000 gebied. De vraag is of vrijwillige opkoopregelingen en de vrijwillige aanpassing van stallen met de inzet van subsidies voldoende animo hebben onder boeren. - Foto: Koos Groenewold

Het tempo waarmee de overheid het stikstofbeleid wil uitvoeren is zo hoog, dat het de vraag is of dat mogelijk en haalbaar is. Die boodschap geeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) af.

Het PBL gaf deze week een uitleg aan de Tweede Kamer over de doorrekening van twee scenario’s van het kabinet voor een versnelling van de stikstofopgaven. Beide scenario’s liggen op de formatietafel. Het is op dit moment in de schoot van de formateurs verborgen, welke kant het op gaat. Dat er op het stikstofdossier extra stappen worden gezet, is geen vraag meer.

Landbouwminister wil brede aanpak

Carola Schouten, demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), heeft eerder uitgesproken het liefst een brede aanpak te kiezen. Die richt zich niet alleen op de stikstofeffecten, maar ook op klimaat en water. Het PBL heeft doorgerekend dat de voorgelegde scenario’s in elk geval zorgen dat de klimaatdoelen voor 2030 ruimschoots worden bereikt. Dat wil zeggen als het gaat om de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Het PBL publiceerde eerder een zogenoemde quickscan over twee beleidspakketten voor een aanvulling op de al bestaande stikstofmaatregelen.

Tempo ongekend hoog

Het PBL zegt in een toelichting aan de Tweede Kamer dat het beoogde tempo van de plannen ongekend hoog is. De vraag is of vrijwillige opkoopregelingen en de vrijwillige aanpassing van stallen met de inzet van subsidies voldoende animo hebben onder boeren. Als aan het eind van het traject toch onteigeningen (verplichte opkoop) moeten plaatsvinden, zal dat de overheid veel tijd en veel geld kosten.

Daarbij komt dat in een van de scenario’s een stikstofheffing wordt ingesteld (die wordt opgelegd bij te hoge emissies). Daarmee is nog geen ervaring opgedaan in de praktijk.

Inkrimping veestapel 30%

De twee pakketten bevatten allebei opkoopregelingen met het doel de omvang van de veestapel te verkleinen. Voor de melkveestapel komt dat neer op een vermindering van het aantal koeien van meer dan 30% tot 2030, welke van beide aanvullende scenario’s ook wordt gekozen. Voor de omvang van de varkens- en pluimveestapel kan de inkrimping, afhankelijk van het gekozen scenario oplopen tot respectievelijk 55% en 43%.

Het verschil tussen de twee scenario’s zit enerzijds in het budget (het ene kost de overheid meer, het andere legt kosten bij de boeren neer) en anderzijds in de effecten.

LNV-plan kost € 30 miljard

In het scenario dat LNV voorstelt, trekt het Rijk ruim meer dan € 30 miljard uit voor de periode tot 2030. Dat is inclusief de € 5 miljard die in de afgelopen kabinetsperiode al is gereserveerd voor de structurele aanpak van stikstof. Het grootste deel daarvan wordt uitgetrokken voor opkoopregelingen (meer dan € 10 miljard) en verder een aanmerkelijk deel voor de afwaardering van grond rond kwetsbare natuurgebieden. Die grond blijft beschikbaar voor de landbouw, maar dan wel op een extensieve manier.

De LNV-variant geeft meer ruimte voor de vermindering van de ammoniakuitstoot door technische maatregelen, waardoor er ook een grotere onzekerheid is of de vermindering gerealiseerd wordt, zegt het PBL.

Plan ministerie van Financiën kost € 14 miljard

Het ministerie van Financiën heeft een voor de overheid goedkoper scenario voorgelegd, dat gericht is op de opkoop van bedrijven, met een focus op de vermindering van de stikstoflast op kwetsbare natuur (kritische depositiewaarden). In dat plan zit de invoering van ammoniakemissieplafonds in combinatie met heffingen en aanscherping van de stikstofgebruiksruimte en de afschaffing van de derogatie. De kosten voor de overheid bedragen ongeveer € 14 miljard.

‘Aanzienlijke onzekerheden’ in scenario‘s

Het PBL zegt dat beide varianten ‘aanzienlijke onzekerheden’ bevatten, omdat niet zeker is hoe de veehouderij zal reageren. Bovendien moeten uitvoerige gebiedsprocessen worden opgezet, met eventueel onteigening als slotstuk. Daarbij is het de vraag of dat in een periode van minder dan tien jaar te realiseren is.

Het planbureau adviseert de Tweede Kamer en de overheid om in elk geval duidelijk te zijn over de doelen en het perspectief voor de blijvende boeren. “Voor beide scenario’s is een ambitieus uitvoeringsprogramma met voldoende draagvlak nodig.”

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer