Productiewaarde levensmiddelenindustrie stijgt, toegevoegde waarde daalt

Doordat de inkoopprijzen sneller zijn gestegen dan de afzetprijzen, daalt de bruto toegevoegde waarde van de levensmiddelenindustrie. Foto: Canva
Doordat de inkoopprijzen sneller zijn gestegen dan de afzetprijzen, daalt de bruto toegevoegde waarde van de levensmiddelenindustrie. Foto: Canva

De productiewaarde van de levensmiddelenindustrie stijgt, maar de toegevoegde waarde daalt voor het eerst in jaren. Dat komt doordat de inkoopprijzen harder zijn gestegen dan de verkoopprijzen.

De Nederlandse levensmiddelenindustrie heeft in 2021 opnieuw een hogere productiewaarde gerealiseerd dan het jaar ervoor. De productiewaarde stijgt bijna van jaar op jaar. In 2021 ligt die op € 76,9 miljard. Dat is een stijging van 8,4% ten opzichte van de € 70,9 miljard die in 2020 is geproduceerd.

De levensmiddelenindustrie ontwikkelt zich over een langere periode positiever dan de totale Nederlandse industrie

De levensmiddelenindustrie doet er toe in Nederland, concludeert de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) dan ook in de Monitor Levensmiddelenindustrie 2022. “Met ruim een vijfde van de totale Nederlandse industriële productiewaarde, is de levensmiddelenindustrie de grootste industrie binnen de industriële sector. Van 2011 tot en met 2021 is de productiewaarde in onze industrie jaarlijks met gemiddeld 3,3% gegroeid. Vanaf 2011 is de productiewaarde in de hele industrie jaarlijks met gemiddeld 2% toegenomen. De levensmiddelenindustrie ontwikkelt zich over een langere periode dus positiever dan de totale Nederlandse industrie en is minder volatiel gebleken tijdens de coronapandemie.”

De stijging in productiewaarde wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de stijgende afzetprijzen. De industrie heeft de toegenomen kosten deels weten door te berekenen aan de afnemers. De werkelijke productie in volume groeide nauwelijks. De voedingsindustrie produceerde in volume 1% meer, de drankenindustrie produceerde 0,2% minder volume in 2021 ten opzichte van 2020.

FNLI: 2021 was uitdagend jaar

FNLI noemt 2021 een uitdagend jaar voor de levensmiddelenindustrie. De vaccins tegen Covid-19 bleken minder goed te werken tegen nieuwe varianten van het virus waardoor ondernemers opnieuw geraakt werden door coronamaatregelen. Ook was er de nasleep van brexit. In januari 2020 verliet het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Dan waren er nog de wereldwijde verstoringen in handelsstromen als gevolg van de coronapandemie. Hierdoor stegen de kosten aanzienlijk voor de ondernemers in de levensmiddelenindustrie.

Prijzen voor verpakkingsmaterialen zijn sinds begin 2021 ook flink toegenomen

In 2022 zijn de kosten verder gestegen. Tussen januari 2021 en juni 2022 stegen de energiekosten met 300%, exclusief belastingen, heffingen en accijnzen. Voor de grondstoffen betalen de fabrikanten 36% meer. Zo’n stijging in prijzen van voedselgrondstoffen is sinds seizoen 2006-’07 niet meer voorgekomen. De prijzen voor verpakkingsmaterialen zijn sinds begin 2021 ook flink toegenomen. In juni 2022 was papier 37% duurder dan in januari 2021. De prijzen van plastic en lichte metalen stegen 31%. Glas werd 9% duurder. Voor transport over de weg moet 14% meer betaald worden en voor vervoer over binnenwater zelfs 64% meer. De kosten voor zeetransport stegen 42%. Al met al zijn de aankoopkosten voor de levensmiddelenbedrijven tussen januari 2021 en juni 2022 bijna 38% gestegen. De afzetprijzen namen in dezelfde periode met 26% toe.

Toegevoegde waarde daalt

Doordat de inkoopprijzen sneller zijn gestegen dan de afzetprijzen, daalt de bruto toegevoegde waarde van de levensmiddelenindustrie. De bruto toegevoegde waarde is de omzet verminderd met de inkoopkosten. In 2021 bedroeg de bruto toegevoegde waarde € 13,4 miljard. Dat is 6,2% minder dan in 2020. Zo’n scherpe afname is de laatste tien jaar niet voorgekomen. De afgelopen vijf jaar steeg de bruto toegevoegde waarde ieder jaar. FNLI verwacht dat in 2022 de bruto toegevoegde waarde verder daalt, omdat de inkoopprijzen omhoog blijven gaan. Minder toegevoegde waarde wil niet zeggen dat het bedrijfsresultaat navenant terugloopt, stelt FNLI. “De ontwikkeling van andere kosten, zoals loonkosten en afschrijvingen, hebben ook invloed op het bedrijfsresultaat.”

Consumentenvertrouwen naar -54

De stijging van de afzetprijzen heeft ook gevolgen voor de consumenten. Volgens FNLI zijn Nederlandse huishoudens aanzienlijk duurder uit voor bewerkte voedingsmiddelen. In juni 2022 betalen huishoudens 10,2% meer voor bewerkte voedingsmiddelen dan in januari 2021. Dit is de grootste stijging sinds de start van de metingen in april 1986. Tegelijkertijd daalde het consumentenvertrouwen naar -54 in augustus 2022. Dit is de laagste stand sinds de start van de metingen.

Economisch belang van levensmiddelenindustrie

FNLI benadrukt in de monitor het economisch belang van de levensmiddelenindustrie. “Dat gaat verder dan alleen de sector zelf. De totale productiewaarde van € 76,9 miljard in de Nederlandse levensmiddelenindustrie zorgt in 2021 voor € 40,2 miljard productiewaarde in andere sectoren. De levensmiddelenindustrie levert € 13,4 miljard bruto toegevoegde waarde op. Voor andere sectoren levert de levensmiddelenindustrie € 18,5 miljard bruto toegevoegde waarde op. In totaal gaat het om ruim € 31 miljard bruto toegevoegde waarde. Dit is ongeveer 3% meer dan in 2013. De levensmiddelenindustrie zorgt in 2021 direct en indirect voor ongeveer 3,7% van het bruto binnenlands product (BBP).”

Het belang van de levensmiddelenindustrie in de Nederlandse economie is echter wel met ongeveer 1 procentpunt gedaald ten opzichte van 2013. Dit komt doordat het Nederlandse BBP sinds 2013 met bijna een derde is gegroeid, terwijl de bruto toegevoegde waarde van de levensmiddelenindustrie tamelijk stabiel bleef.

150.000 banen

De levensmiddelenindustrie zorgde in 2021 voor 150.000 banen (vol- en deeltijd). In andere sectoren zorgt dit indirect voor 310.000 banen, samen goed voor 460.000 banen. Volgens FNLI creëert elke baan in de levensmiddelenindustrie twee banen in andere sectoren. “Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid in de levensmiddelenindustrie is 4,2% van het totaal aantal banen in Nederland.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur


Beheer