PvdD, PvdA en SP: compensatie nertsenbedrijven verlagen

Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen

De Partij voor de Dieren, SP en PvdA willen dat het compensatiebedrag dat nertsenhouders krijgen nu ze eerder moeten stoppen met hun bedrijf fors wordt verlaagd.

Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren diende mede namens PvdA en SP een motie in om de voorgenomen compensatie voor nertsenhouders substantieel te verlagen. De politici vinden de hoogte van de vergoeding onacceptabel. “Mensen begrijpen het niet en het is niet nodig. Die nertsenfokkerij kan worden stilgelegd zonder de hoofdprijs uit te keren”, zei Ouwehand tijdens een debat in de Tweede Kamer over de coronamaatregelen. Ze vindt dat de vergoeding in geen enkele verhouding staat tot de veel beperktere steunmaatregelen waar andere getroffen sectoren het mee moeten doen.

€ 180 miljoen beschikbaar

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid verdedigt de maatregel van het kabinet. Hij zegt dat de maatregel om de bedrijven verplicht te laten stoppen voortkomt uit het advies van het Outbreak Management Team Zoönosen (OMT-Z) om te voorkomen dat er op termijn een virusreservoir kan ontstaan bij nertsenbedrijven. “Dat betekent dat je tegen de nertsensector zegt: dat je nog door zou kunnen gaan tot 2024, maar je moet eerder stoppen”, aldus De Jonge. “Dat is vanuit gezondheidsoverwegingen allemaal zeer legitiem, maar op het moment dat je zegt dat iemand zijn bedrijf niet meer mag uitoefenen, terwijl die bedrijfsactiviteit gewoon nog legaal is, is het wel logisch dat dat geld kost. De inschatting is dat dit het bedrag zou kunnen zijn dat daarmee gemoeid is”, aldus de minister over de € 180 miljoen die in totaal beschikbaar is voor de stoppersregeling.

Andere sectoren

Ouwehand vindt het geld dat de overheid uittrekt voor de sector, inclusief de ruimingskosten komt het op zo’n € 220 miljoen, niet in lijn met de steunmaatregelen voor andere sectoren die in de problemen komen door corona. “Nachtclubs gaan ook failliet en sportschoolhouders hebben het ook heel moeilijk gehad”, geeft ze als voorbeeld. “En als een bedrijf failliet gaat, is het ook een definitief einde, en dan moeten ze ook zelf een oplossing zoeken”, vindt Ouwehand.

Het maakt niet uit of u nou wel of niet vindt dat dit een gewenste sector is in Nederland

De Jonge vindt de vergelijking niet terecht. “De keuze die het kabinet maakt, op basis van het advies van het OMT-Z, is dat we tegen nertsenhouderijen zeggen: je moet stoppen. We zeggen verder tegen niemand ‘je moet stoppen’. Het maakt niet uit of u nou wel of niet vindt dat dit een gewenste sector is in Nederland. Daar zijn allerlei opvattingen over en die begrijp ik allemaal. Ik begrijp ook de meer emotionele kant daarvan. Maar het gaat hier wel om mensen met een bedrijf, tegen wie je zegt: je moet stoppen. Als je als overheid tegen een ondernemer zegt dat hij moet stoppen, is dat niet meer een gewoon ondernemersrisico. Dan hoort daar ook een adequate vergoeding bij. Als je die zelf niet regelt, zal die door de rechter worden toegekend. Kortom, je kunt er maar beter een adequate regeling voor maken. En dat is wat we doen. We gaan niet meer geld uitgeven dan strikt genomen noodzakelijk is, maar je kunt ook niet mensen zomaar in de kou laten staan. Dat kan niet.”
Over de motie wordt dinsdag gestemd.

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur


Beheer