Raad van State schorst omgevingsvergunning Kovemi

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft een nieuwe omgevingsvergunning die de provincie Noord-Brabant had verleend voor de mestverwerkingsinstallatie van het bedrijf Kovemi in Asten, geschorst.

Kovemi wil tot 80.000 ton mest verwerken op het bedrijf. Omwonenden en Stichting Mens, Dier en Peel maakten opnieuw bezwaar tegen de verleende vergunning.

In een eerdere uitspraak van de Raad van State waren de bezwaarmakende partijen in het gelijk gesteld.

Dezelfde partijen maakten opnieuw bezwaar

De provincie handelde destijds op enkele punten in strijd met de Verordening Ruimte 2014, vond de RvS. Daarop nam de provincie op 11 december 2019 opnieuw een beslissing, wederom op basis van de genoemde Verordening Ruimte 2014, met hetzelfde resultaat. Hier maken dezelfde partijen als destijds opnieuw bezwaar tegen. Zij menen dat de provincie een besluit had moeten nemen op basis van de Interim Omgevingsverordening (IOV), die ten tijde van het nieuwe besluit al in werking was.

De voorzieningenrechter is het met de bezwaarmakers eens dat de provincie had moeten toetsen aan de IOV. Het verweer van de provincie dat in de IOV staat dat bestaande planologische mogelijkheden gerespecteerd worden en kunnen worden voortgezet, is niet van toepassing volgens de RvS.

Mestbewerking verboden in IOV

De kans dat de verleende vergunning in de bodemprocedure slaagt, acht de voorzieningenrechter laag. In de IOV is mestbewerking verboden, tenzij het is voor ter plaatse geproduceerde mest. Ook mestvergisting door samenwerkende melkveehouderijen is toegestaan volgens de IOV. Echter is volgens de rechter niet gebleken dat de te vergisten mest bij Kovemi afkomstig is van samenwerkende melkveehouderijen.

De voorzieningenrechter twijfelt of het besluit van de provincie van 11 december 2019 in de bodemprocedure standhoudt. Daarom schorst de rechter de omgevingsvergunning voor Kovemi.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.