Rabo: peulvruchten nu niet aantrekkelijk voor teler

24-03 | |
Voor de productie van vleesvervangers zijn plantaardige eiwitten nodig. Voor akkerbouwers zijn die nog onvoldoende aantrekkelijk om in het bouwplan op te nemen. - Foto: Koos Groenewold
Voor de productie van vleesvervangers zijn plantaardige eiwitten nodig. Voor akkerbouwers zijn die nog onvoldoende aantrekkelijk om in het bouwplan op te nemen. - Foto: Koos Groenewold

Om peulvruchten een plek in de gewasrotatie te laten veroveren moeten opbrengsten omhoog en teeltrisico’s omlaag.

Ondanks de toenemende vraag naar plantaardige eiwitten, beslaat de peulvruchtenteelt nog geen 1% van het Nederlandse akkerbouwareaal. Dat neemt de Rabobank waar in een nieuwe akkerbouw-update. Om peulvruchten een plek in de gewasrotatie te laten veroveren, stelt de bank, moeten de opbrengst omhoog en de teeltrisico’s omlaag.

Marginaal bestaan voor peulvruchten

In de Nederlandse akkerbouw hebben peulvruchten een marginaal bestaan ten opzichte van andere akkerbouwgewassen. Dit komt vooral door lage opbrengsten, beperkte afzetmogelijkheden en hogere risico’s dan bij andere rustgewassen in het bouwplan. Door deze ongunstige factoren kan de productie nog geen antwoord geven op de groeiende vraag naar peulvruchten.

Peulvruchten staan in een positief daglicht. De Europese Unie zet in op een hogere zelfvoorzieningsgraad van plantaardige eiwitten. Daarbij neemt de verkoop van vleesvervangers, waarvoor plantaardige eiwitten nodig zijn, toe.

Weinig aandacht voor teeltontwikkeling

De ontwikkeling stagneert dus aan de productiekant. De afgelopen 30 jaar was er weinig aandacht voor teeltontwikkeling. De risico’s zijn nu hoger dan van wintertarwe, bijvoorbeeld door de lastiger onkruidbestrijding. Uit recent onderzoek van Wageningen UR blijkt dat de opbrengst van een akkerbouwbedrijf met een Veenkoloniale gewasrotatie tussen de € 63 en 86 per hectare daalt als peulvruchten in het bouwplan worden geïntroduceerd. De conclusie is dat de opbrengsten per hectare tussen de € 167 tot € 732 – afhankelijk van soort peulvrucht, marktprijzen en teeltkosten – moeten stijgen om een opbrengst te krijgen die gelijk is aan wintertarwe.

Op korte termijn lijkt regionaal eiwit voor veehouders de beste afzetmogelijkheid voor Nederlandse peulvruchten. Om richting de humane consumptie stappen te zetten, moeten teeltrisico’s afnemen en opbrengsten toenemen door veredeling en praktijkonderzoek. Ook moet afzetzekerheid groeien. Zo worden peulvruchten een aantrekkelijk alternatief voor Nederlandse akkerbouwers en draagt het gewas bij aan meer diversiteit in het bouwplan van de Nederlandse akkerbouw.

Tekst gaat door onder de video

Samenwerking met veehouders

Een grote kans voor de peulvruchtenteelt in directe samenwerking met veehouders is dat akkerbouwers lokale kringlopen zo kunnen sluiten, schetst de Rabobank. Zo wordt Nederland meer zelfvoorzienend op het gebied van plantaardige eiwitten. Voor akkerbouwers heeft dit als voordeel dat zij direct peulvruchten kunnen verkopen in de regio en aanspraak maken op hoogwaardige meststoffen van veehouders. Tegelijkertijd krijgen veehouders in deze samenwerking lokaal veevoer.

Samenwerking in de keten nodig

Tweede kans is dat in Nederland geteelde peulvruchten GGO-vrij zijn en goed voor de biodiversiteit en bodemkwaliteit. Om financieel voordeel uit deze eigenschappen te halen, is samenwerking over de gehele keten nodig. Hierbij zorgen partijen verderop in de keten ervoor dat de voordelen die peulvruchten bieden tot waarde worden gebracht bij de consument. Bijvoorbeeld in de vorm van een hogere prijs voor het gewas of een vergoeding voor het verder verhogen van de biodiversiteit.

Derde kans is dat de menselijke consumptie van plantaardige eiwitten de laatste jaren toeneemt. Hoewel dit marktsegment nog niet heel groot is, biedt het mogelijkheden voor akkerbouwers om peulvruchten te telen.

Vos
Petra Vos Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.