Redelijke conclusies, onzinnige oplossingen van de ACM

15-10 | |
van der Heide
Keimpe van der Heide Bestuurslid van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV)
Om de boer een kostendekkende prijs te betalen, zijn geen enorme prijsverhogingen nodig: 2 tot 4 cent voor een bakje frites. - Foto: Jan Willem Schouten
Om de boer een kostendekkende prijs te betalen, zijn geen enorme prijsverhogingen nodig: 2 tot 4 cent voor een bakje frites. - Foto: Jan Willem Schouten

De Autoriteit Consument en Markt heeft een agrifoodmonitor uitgebracht met veel aandacht voor verduurzaming en hoe die betaald kan worden. De analyse is volgens Keimpe van der Heide wel goed, maar de voorgestelde oplossingen vindt hij onacceptabel.

Op 11 oktober heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de Agro-Nutri Monitor 2021 gepubliceerd. In deze monitor zijn de ontwikkelingskansen van duurzame landbouwproductie en de eventuele belemmeringen onderzocht. De conclusies kunnen wij ons als akkerbouwvakbond redelijk in vinden, maar de oplossingen die de ACM voorstelt zijn onzinnig.

De ACM komt tot de conclusie dat de voornaamste belemmering voor verdere verduurzaming van de landbouw de geringe bereidheid van de consument is om meer te betalen voor duurzame producten. Deze conclusie komt voor ons niet als een verrassing. De NAV trok in haar in 2020 uitgebrachte Toekomstvisie al dezelfde conclusie. In die Toekomstvisie hebben we ook laten zien dat om de boer een kostendekkende prijs te betalen, helemaal geen enorme prijsverhogingen nodig zijn. We praten over 2 tot 4 cent voor een bakje frites, 5 tot 10 cent voor een volkorenbrood, of 1 tot 2 cent voor een glas bier.

Meerkosten gedekt door opbrengstprijs

De ACM concludeert ook dat in het algemeen de meerkosten voor de primaire producent van biologische producten wel gedekt worden door de opbrengstprijs. De conclusie uit de Monitor van 2020 was dat voor gangbare producten die bijvoorbeeld voor PlanetProof worden geteeld die meerkosten niet altijd vergoed worden. Dit was bijvoorbeeld voor uien het geval. Dit jaar is alleen gekeken naar biologische producten, niet naar andere vormen van duurzame teelt. Wij stellen vast dat zowel voor gangbare als zeker ook voor biologische producten de toenemende risico’s op bijvoorbeeld misoogsten door het klimaat en het restrictieve gewasbeschermingsmiddelenbeleid van de overheid vrijwel nooit in de prijs verwerkt zijn.

De ACM stelt dat de verduurzaming van de landbouw kan worden versneld door stimulering van de vraag. Dit kan door promotie, subsidie op duurzame producten en btw-verlaging voor duurzame producten.

Het klopt dat, zoals de ACM stelt, zelfs als de vraag naar duurzame producten in Nederland significant zou stijgen, het effect beperkt zal zijn, omdat een groot deel van de productie wordt geëxporteerd. Dan moet dus ook vanuit het buitenland de vraag groeien. De ACM acht het niet aannemelijk dat vraagstimulering voldoende zal zijn om de landbouw in Nederland verder te verduurzamen. Tot zover kunnen we ons redelijk vinden in de conclusies van de ACM.

Oplossingen onacceptabel

De oplossingen die de ACM voorstelt om de verduurzaming te versnellen, zijn volkomen onacceptabel. Die komen er in het kort op neer dat de productie van gangbare producten sterk moet worden beperkt door bijvoorbeeld het sterk opschroeven van de wettelijke eisen aan de productiewijze tot aan het onteigenen van bedrijven die niet kunnen of willen verduurzamen toe!

Akkerbouwers, leden van de NAV, willen van harte meewerken aan verdere verduurzaming, maar dat moet dan wel door de héle maatschappij worden gedragen en betaald. Om de verduurzaming dwingend op te leggen aan Nederlandse boeren met alle gevolgen van dien, terwijl er als gevolg van vrijhandelsverdragen als CETA en Mercosur vrijelijk producten binnen komen die niet aan deze eisen hoeven te voldoen, is regelrecht de landbouw in Nederland de nek omdraaien! Dan heb je wel de Nederlandse landbouw duurzamer gemaakt, maar zeker niet het aanbod in de winkelschappen en dus ook niet het voedsel op het bord van de consument, integendeel.




Beheer