Rekenkamer: consument heeft sleutel in klimaatbeleid

Foto: Ruud Ploeg
Foto: Ruud Ploeg

Inkrimping van de veestapel heeft geen enkel effect op de uitstoot van broeikasgassen als niet tegelijkertijd de consumptie van dierlijke producten vermindert. Dat stelt de Europese Rekenkamer die maandag 21 juni een rapport uitbrengt over het effect van het Europees landbouwbeleid op de klimaatdoelstellingen.

Het Europees landbouwbeleid heeft de afgelopen periode (2014-‘20) niet bijgedragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Bij de invoering van het beleid was het wel de doelstelling om een kwart van de landbouwuitgaven te bestemmen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en de aanpassing aan klimaatverandering.

Minder dierlijke producten

In de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer staan onder andere maatregelen genoemd om de uitstoot van broeikasgassen van de (rund)veehouderij te verminderen. Verkleining van de veestapel kan daaraan bijdragen. Maar de Rekenkamer stelt daar de kanttekening bij dat een averechts effect op de loer ligt, als niet tegelijkertijd de consumptie van dierlijke producten in de EU vermindert. Als de consument het menu niet meer plantaardig maakt, dreigt zelfs een vergroting van de uitstoot van broeikasgassen, doordat een deel van de productie vanuit de EU dan verplaatst naar andere delen van de wereld.

Rekenkamerlid Viorel Ștefan zegt dat de nationale strategische plannen een cruciale rol kunnen gaan spelen in het klimaatbeleid. In het verleden is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) daar niet effectief in geweest, ondanks goede bedoelingen en de inzet van budgetten. De Rekenkamer noemt als voorbeeld dat landbouw in veenweidegebieden is gestimuleerd en dat boeren die een deel van hun veenweideland uit productie nemen en daarmee de uitstoot van het broeikasgas methaan (CH4) verminderen, werden geconfronteerd met een lagere inkomenstoeslag.

Geen rem gezet op veestapel

De Rekenkamer zegt dat er drie belangrijke bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn, waarop de focus zou kunnen liggen bij klimaatopgave in het GLB: de veehouderij, kunstmest en dierlijke mest en landgebruik (bouwland en grasland).

De veestapel zorgt voor ongeveer de helft van de uitstoot van broeikasgassen uit de landbouw. In het Europees landbouwbeleid is niet geprobeerd een rem te zetten op de omvang van de veestapel en er zijn ook geen stimulansen om de veestapel te verkleinen, constateert de Rekenkamer.

Sterker nog: de Europese Unie stimuleert de afzet van dierlijke producten. De afzet daarvan is sinds 2014 niet afgenomen. “Dit zorgt er veeleer voor dat de broeikasgasemissies worden gehandhaafd in plaats van dat deze worden verminderd.”

Kunstmest en dierlijke mest, die bijna een derde van de landbouwemissies vormen, zorgden voor een toename van de de uitstoot tussen 2010 en 2018. Het effect van maatregelen om de uitstoot te verminderen is onduidelijk, zegt de Rekenkamer, die daarbij wijst op de teelt van stikstofbindende gewassen en stimuleren van de biologische landbouw.

In 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de EU in. Wat is de grootste verandering in het nieuwe beleid en wat doet Nederland zelf? Lees dit en meer op de themapagina GLB

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer