RIVM maakte som op basis van gekozen percentage

17-06 | |
Christianne van der Wal - Foto: ANP
Christianne van der Wal - Foto: ANP

De percentages voor vermindering van de ammoniakemissie in verschillende gebieden in Nederland vloeien voort uit beleidskeuzes van rijk en provincies.

Het is minister Christianne van der Wal geweest die gekozen heeft voor een landelijke vermindering van 12% van de ammoniakemissie uit de landbouw. Dat is geen uitkomst van een RIVM-berekening en die doelstelling zegt niets over de gewenste verbetering van de natuur. Dat bleek donderdagavond tijdens een technische briefing door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). RIVM heeft ook berekeningen gemaakt met een generieke stikstofvermindering van 20%. Dan waren de reductiedoelen in andere gebieden lager geweest.

RIVM heeft gerekend met een aantal vaste uitgangspunten, waarbij onder andere bodem (grondsoort) en water uitgangspunt waren, samen met de ligging van de Natura 2000-gebieden. Het kaartbeeld dat vervolgens is ontstaan en de reductiecijfers die daaraan gekoppeld zijn, zijn het gevolg van keuzes van het ministerie. RIVM heeft uitgerekend wat de gevolgen zijn van de door het rijk en de provincies gemaakte keuze, waarbij een hard uitgangspunt was dat 39 kiloton ammoniakuitstoot moest worden verminderd, verdeeld over de twaalf provincies.

Minder makkelijke vergunningverlening met Aerius

Bij de briefing legde RIVM ook uit dat een minder gedetailleerde toepassing van het rekeninstrument Aerius bij de vergunningverlening de ruimte om vergunningen af te geven alleen maar verkleint. Nu worden in Aerius depositieberekeningen gemaakt op gebieden van 1 hectare. Als die gebieden groter worden gemaakt, zal dat ertoe leiden dat de laagste depositienorm bepalend wordt voor een groter gebied. Dat betekent ook dat de vergunningverlening daardoor minder gemakkelijk wordt.

Commissie-Hordijk heeft gesteld dat Aerius niet doelgeschikt is voor de vergunningverlening op hectareniveau. Commissievoorzitter Leen Hordijk bepleit om grotere eenheden te gebruiken, waardoor de onzekerheid van de berekening kleiner wordt. Het effect daarvan is echter dat de stikstofruimte minder wordt en er dus minder ontwikkeling mogelijk is.

Ammoniakemissie in 2030 naar 60 kiloton

Uit de gegevens die RIVM deelde met de Tweede Kamer blijkt dat tussen 2018 en 2019 de ammoniakemissie is afgenomen, maar dat de emissie in het jaar daarop weer is toegenomen. De ammoniakemissie uit de landbouw daalde tussen 2018 en 2019 van 111,67 kiloton naar 105,55 kiloton. Het jaar daarop steeg de emissie echter weer naar 107,2 kiloton. De doelstellingen van het kabinet zijn om de ammoniakemissie uit de landbouw extra te verminderen met 39 kiloton, waarbij het uitgangsjaar 2018 is. Volgens het bestaande beleid zou de ammoniakemissie uit de landbouw tussen 2018 tot 2030 al met ongeveer 10 kiloton afnemen. Het doel is om in 2030 uit te komen op een emissie van ongeveer 60 kiloton, iets meer dan de helft van de huidige ammoniakemissie.

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer