Rabbinge strijdt onvermoeibaar tegen honger en fileert stikstofbeleid

23-07-2022 | |
Prof. dr. ir. Rudy Rabbinge, expert voedselproductie en -zekerheid. - Foto's: Michel Velderman
Prof. dr. ir. Rudy Rabbinge, expert voedselproductie en -zekerheid. - Foto's: Michel Velderman

Rudy Rabbinge is 75, maar ‘still going strong’. De emeritus-professor blijft zich onvermoeibaar inzetten voor menselijke innovatiekracht en technologie. Als ondergewaardeerde oplossing voor het stikstofprobleem in Nederland. En als middel om nog meer opbrengst uit hoogproductieve gronden te halen, waardoor 11 miljard mensen op de wereld makkelijk gevoed kunnen worden.

Leeftijd is geen graadmeter voor gedrevenheid en passie. Dat bewijst Rudy Rabbinge, de nationaal en internationaal vooraanstaande emeritus-professor. Hij is 75, maar onderhoudt nog steeds contacten met niet de minste personen in de wereld van voedselvoorziening en landbouw. Hij heeft Johan Remkes al gebeld om zijn diensten aan te bieden bij de verzoeningspoging die hij moet leiden tussen de overheid en de boeren over de stikstofaanpak in Nederland. Maar vooral internationaal wordt Rabbinge voortdurend geconsulteerd vanwege zijn enorme kennis en expertise wat betreft de wereldvoedselvoorziening.

U bent voorzitter van RePlanet Nederland. Een club journalisten, onderzoekers en wetenschappers die zichzelf ecomodernisten noemen. RePlanet pleit voor ‘een meer rationele en optimistische benadering van klimaat-, milieu- en armoedevraagstukken’. Welke rationaliteit en optimisme missen jullie?

“Alle verhalen tegenwoordig zijn doemverhalen. Er gaat grote honger ontstaan, onze grondstoffen zijn uitgeput. Het is een herhaling maar dan in overtreffende trap van de boodschap van de Club van Rome in 1972. Van die voorspellingen, het waren geen scenario’s, is vrijwel niks uitgekomen. Er wordt beweerd dat dat wel zo is maar dan met een vertraging, maar alle signalen wijzen erop dat de voorspellingen niet juist zijn. Je ziet dat mensen zich anders gaan opstellen en aangepaste technologie wordt ingezet. ”

De Chinezen zeggen: dat Nederlandse voorbeeld is voor ons hét voorbeeld

Wat Rabbinge mist is het geloof en vertrouwen in de menselijke innovatiekracht en technologie. “Met rationaliteit bedoel ik dat je kunt laten zien dat je meer met minder kunt doen en dat we nog niet aan het einde van de rit zijn. Daarom kun je ook optimistisch zijn over de wereldvoedselvoorziening, omdat het overgrote deel van de landbouwgronden nog lang niet optimaal wordt benut. De optimale benutting van de productiemiddelen grond en dieren is op verreweg de meeste plekken in de wereld nog lang niet gerealiseerd. We zitten hier met opbrengsten van tarwe en melk per koe die een veelvoud zijn van wat elders wordt gerealiseerd. Verder is het zo dat we door te kiezen op welke plekken je de activiteiten laat bedrijven, je met precisietechnologie ook ongelooflijk veel vooruitgang kunt boeken in milieuzin. De hoogproductieve gronden moet je goed en hoogproductief benutten met de ‘best ecological means’ (best ecologische manier, red). Dan heb je de minste negatieve milieueffecten. Bij marginale gronden moet je kijken of je die wel moet inzetten voor primaire productie of dat daar meerdere maatschappelijke doelen tellen, zoals klimaat- en natuurdoelen die dan wel beloond moeten worden. De Nederlandse land- en tuinbouw wordt gezien als hét voorbeeld in de wereld. Ik ben jarenlang voorzitter geweest van het internationale adviesorgaan van de Chinese academie wat betreft landbouwkundige ontwikkeling. Zij hebben 20% van de wereldbevolking, maar slechts 8% van het cultuurareaal van de wereld. Zij moeten dus heel erg productief zijn en dan zeggen de Chinezen: dat Nederlandse voorbeeld is voor ons hét voorbeeld.”

Uw geloof in de menselijke innovatiekracht en technologie om problemen op te lossen vindt in Nederland nauwelijks weerklank lijkt het wel. Hoe komt dat?

“Vaak wordt gezegd dat technische oplossingen niet mogelijk zijn. Dat hoor je ze elkaar ook allemaal napraten want er is een groot papegaaiencircuit. Terwijl ze niet kijken wat voor soort innovaties en interventies er hebben plaatsgevonden. Er staat een heel krachtig geloof tegenover, gevoed door mensen die twijfelen aan de objectiviteit en de waarde van de wetenschap. De zogenaamde agro-ecologen hebben weinig verstand van agro en nog minder verstand van ecologie. Ze zijn puur ideologisch en tegen kunstmest bijvoorbeeld. Daar erger ik me groen en geel aan. Planten eten geen humus maar ionen. Aan de wortelharen heb je een ionenwisselaar en je moet ervoor zorgen dat er nutriënten zijn. Dus geen taboe op kunstmest, maar verstandig gebruik. Het gaat om de potentiële opbrengst, bereikbare opbrengst en actuele opbrengst. De potentiële opbrengst wordt bepaald door zaken als temperatuur, zonlicht en de ecologische, fysiologische en geometrische karakteristieken van een gewas. Maar als er onvoldoende nutriënten zijn, en dat is bij het merendeel van de landbouwgrond in de wereld het geval en zeker in Afrika, dan moet je nutriënten toevoegen in de vorm van kunstmest om zo de opbrengstbeperking teniet te doen.”

Omgekeerde Nederlandse vlag als symbool van protest: dat heeft te maken met de arrogantie van de overheid

Hoe kijkt u nu aan tegen de opstand van boeren en anderen naar aanleiding van de stikstofaanpak? U woont vlakbij Balkbrug, daar hangt bijna bij elk huis de omgekeerde Nederlandse vlag als hét symbool van protest. U hebt in de Commissie Remkes gezeten, diezelfde Remkes die nu de breuken weer moet gaan lijmen.

“De overheid moet beginnen met het maken van een fatsoenlijk gebaar. Door te zeggen: de doelen die wij geformuleerd hebben zijn niet heilig. Maar we houden ons wel aan de internationale afspraken die we in Parijs hebben gemaakt. En hoe dat dan moet, dat kan via innovatie, het kan ook dat er structureel iets moet veranderen door herinrichting, dus dat je de goede boer op de goede plek zet. Maar op het moment dat je de pretentie hebt in Den Haag dat jij het beter weet dan boeren hoe je een boerenbedrijf moet runnen, ja dan gaan terecht alle stekels overeind. Er is een brede beweging dat men zich niet gezien, niet gewaardeerd en niet erkend voelt in gebieden zoals hier waar ik woon. Dat uit zich in een enorme adhesie aan de beweging van de boeren; die is heel groot en dat zie je dan ook aan die vlaggen. Dat heeft te maken met de arrogantie van de overheid.”

Lees verder onder de foto

Remkes is nu als bemiddelaar aangesteld. Gaat het hem lukken dat geloof en vertrouwen weer terug te krijgen, denkt u?

”Ja, maar niet alleen. Hij moet er de goede hulp bij zoeken. Hij moet andere mensen hebben die wel de taal van de boeren spreken en die ook de erkenning, waardering en het vertrouwen van de boeren hebben. Dat vind je niet bij degenen die nu aan de knoppen zitten. Noch bij de Tweede Kamer, noch bij de agribusiness.”

Dit gaat over Nederland, maar er is nog een veel grotere uitdaging. Namelijk: hoe gaan we de groeiende wereldbevolking voeden. U hebt in diverse lezingen gezegd dat de aarde in staat is om 40 miljard mensen te voeden. Vindt u dat nog steeds?

“Zonder meer, maar dat moet je niet willen en hoeft ook niet. Mijn voorspelling is dat de wereldbevolking zal groeien tot maximaal 11 miljard mensen! Ook bij klimaatverandering. Je krijgt een verschuiving van vruchtbare gebieden, maar er zijn nog vruchtbare gebieden zat in de wereld. In Azië is het ons gelukt de groene revolutie mogelijk te maken. Ik ben lang voorzitter geweest van het rijstinstituut van de wereld op de Filipijnen. De rijstproductie ging aanvankelijk met 5 tot 8 kilo per hectare per jaar vooruit. Dat is toen ineens omhoog gegaan naar 150 kilo per hectare per jaar. Dat is ons in India gelukt, in Vietnam, Laos, Cambodja, maar ook in China. In de jaren vijftig en zestig hebben we hetzelfde gedaan in Europa en de Verenigde Staten met tarwe, in Azië was het met rijst en in Latijns Amerika was het met rijst en mais. Maar alleen in Afrika kwam dat niet van de grond. Kofi Anan, de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, heeft samen met onder andere mij na zijn pensionering AGRA opgericht: de Alliance for a Green Revolution in Africa. Kofi Annan was daar de eerste voorzitter van. Hij belde toen Bill Gates en we kregen gelijk $ 500 miljoen. Dat draait nu in 13 landen in Afrika. Fundamenteel daarin is het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. En je hebt niet met 1 landbouwsysteem te maken maar met 40. Het is dus veel ingewikkelder dan de traditionele groene revolutie.”

U hebt in 2009 gezegd: over 20 jaar is Afrika zelfvoorzienend in voedsel. Gaan we dat halen?

“Dat kunnen we halen, maar of we het gaan halen hangt af van de voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat ze toegang hebben tot kunstmest. Nu zie je dat een hele hoop Westerse landen hun eigen energiehuishouding zodanig in de benen moeten houden dat ze het niet meer kunnen verantwoorden om hun landbouwproducten en kunstmest bijna om niet naar Afrika te sturen.”

Dat ziet er dan niet erg rooskleurig uit voor Afrika.

“Nee, tenzij je nu een aantal verlichte geesten krijgt die dat gaan aanpakken in Afrika. Agnes Kalibata is een Rwandese landbouwwetenschapper, die wordt gezien als de machtigste vrouw van Afrika. Die hebben we benoemd als directeur van AGRA. Ik heb haar een aantal weken geleden nog gesproken in Afrika. Ze is landbouwminister in Rwanda geweest en dat land doet het op landbouwkundig gebied in Afrika verreweg het beste. Ik heb het dan natuurlijk niet over die andere afschuwelijke ontwikkelingen die zich daar hebben voorgedaan. Kalibata is zo’n verlichte geest en ze heeft ook macht. Zij ziet donders goed in dat je ook nutriënten moet gebruiken op een verstandige manier.”

Wat is uw persoonlijke missie? U bent 75 maar weet van geen ophouden?

“Ik wil geen chronische honger hebben in de wereld! Toen ik een jaar of 19 was heb ik mensen op de Filipijnen van de honger zien sterven en dat wil je nooit meer meemaken. Dat is zo afschuwelijk. Vooral als je weet dat het niet nodig is. En dat is de reden waarom ik altijd bij programma’s heb gezeten om die voedselsituatie te verbeteren. En ik ben er best trots op dat een hele hoop dingen ten goede zijn gekeerd, maar het is nog lang niet genoeg. Ik ga door tot het bittere eind.”

Kingmans
Rochus Kingmans Freelance redacteur


Beheer