Ruissen: ‘Doelen en tijdpad Brussel niet realistisch’

31-10 | |
Europarlementariër Bert-Jan Ruissen wijst erop dat het niet verstandig is de halvering van de stikstofemissie al in 2030 te willen halen. Foto: Norbert van der Werff
Europarlementariër Bert-Jan Ruissen wijst erop dat het niet verstandig is de halvering van de stikstofemissie al in 2030 te willen halen. Foto: Norbert van der Werff

Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (SGP) wil dat de Europese Commissie voor de aanpassingen in de landbouw reële doelen stelt en een realistisch tijdpad hanteert.

Bij de Green Deal en de Farm-to-Forkstrategie is daar volgens hem geen sprake van. Als voorbeeld van te ambitieuze doelen in de Farm-to-Forkstrategie noemt de Europarlementariër het streven naar 25% biologische landbouw in 2030. “Mooi dat we daaraan werken, maar hoe reëel zijn die plannen?” In de huidige markt met hoge inflatie en dalende koopkracht neigen consumenten namelijk naar goedkopere producten.

Ruissen waarschuwt bovendien dat als de voorstellen van de Europese Commissie voor de wet natuurherstel een-op-een worden overgenomen er stikstofproblemen ontstaan die veel groter zijn dan de huidige stikstofcrisis.

‘Doorgeslagen groene agenda’

Het probleem van niet realistische doelen speelt volgens hem ook op nationaal niveau. “Transities hebben tijd nodig. Dat is een gouden regel die in mijn beleving met voeten wordt getreden, zowel in Den Haag als in Brussel.” Hij spreekt van een doorgeslagen groene agenda van de huidige Europese Commissie en te weinig besef van wat er gevraagd wordt van de landbouwsector.

Hij wijst erop dat het niet verstandig is de halvering van de stikstofemissie al in 2030 te willen halen. “Bedenk dat je tijd nodig hebt om je aan te passen. Dat nu één op de vijf agrariërs serieus overweegt te emigreren, geeft aan dat we niet op de goede weg zijn.”

Nieuwe processen

De Europarlementariër vreest dat de onrealistische doelen in wetgeving zullen leiden tot nieuwe processen van ngo’s die bij de rechter naleving van de wet trachten af te dwingen, zoals in Nederland in de Urgenda-zaak over de uitstoot van broeikasgassen. “Je moet verduurzamen langs de weg van de geleidelijkheid, zodat de agrarische sector toekomstperspectief behoudt.”

Vaccinatie pluimvee

Ruissen was vrijdag één van de sprekers op een symposium van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi). Hij stelde dat er veel op de pluimveesector af komt: met naast nieuwe regelgeving een ongelijk speelveld binnen en buiten Europa, hoge voerprijzen en vogelgriep. Vaccineren biedt op termijn uitkomst tegen de vogelgriep, maar dat is slechts een deel van de oplossing. Hij meent dat Brussel zich ervoor moet inspannen dat producten van gevaccineerde dieren worden geaccepteerd in het handelsverkeer. “De afzetmarkten moeten ook mee.”

Import uit Oekraïne

Ruissen heeft de Europese Commissie vragen gesteld over de heffingsvrije import van pluimveevlees uit Oekraïne. In juni is het tariefcontingent voor Oekraïne voor een jaar lang opgeschort om de Oekraïense bevolking te helpen. Er wordt nu echter drie keer zoveel geëxporteerd als het contingent van 70.000 ton per jaar. “Ik snap heel goed de achtergrond van dit besluit, maar als de import uit de pas dreigt te lopen, moet de EU durven ingrijpen.” Ook Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat wil dat de Europese Commissie maatregelen neemt. De Europese pluimveesector lijdt schade, terwijl niet de Oekraïense bevolking profiteert, maar slechts wordt bereikt dat enkele rijke oligarchen nóg rijker worden, aldus Oplaat.

van der Werff


Beheer