Samenwerken moet tekort dierenartsen compenseren

18-07-2020 | |
De werkwijze van dierenartsen is verschoven van curatief naar preventief. - Foto: Herbert Wiggerman
De werkwijze van dierenartsen is verschoven van curatief naar preventief. - Foto: Herbert Wiggerman

Het tekort aan dierenartsen loopt op doordat er al jaren meer vacatures zijn dan afgestudeerde dierenartsen. Samenwerkingen lossen veel op.

Al jaren zijn er meer vacatures dan er dierenartsen afstuderen. Ruim de helft van de studenten aan de faculteit Diergeneeskunde kiest voor de richting gezelschapsdieren, blijkt uit cijfers van Universiteit Utrecht (UU). Jaarlijks studeren er ongeveer vijftig studenten af richting landbouwhuisdieren. Ongeveer een derde kiest voor landbouwhuisdieren en veterinaire gezondheid, een op de acht studeert af richting paard. Op het aantal vacatures heeft UU geen zicht.

Vijftig nieuwe gezichten lost tekort dierenartsen niet op

De vijftig nieuwe dierenartsen per jaar zijn niet genoeg om alle uitstroom uit de veterinaire praktijk te vervangen. Hier komt het verloop binnen praktijken nog bij. De meeste beginnende dierenartsen starten hun loopbaan in een dierenartsenpraktijk. Na een paar jaar stappen zij over naar een volgende baan.

Voor boeren is niet echt duidelijk dat er een tekort aan dierenartsen is. Er is altijd wel een arts beschikbaar.

Vaker een onbekend gezicht in de stal

Praktijken doen er veel aan om het tekort aan dierenartsen op te lossen. Het leidt tot samenwerkingen tussen praktijken. Dierenartsen kunnen elkaars dienst invullen als dat nodig is. Voor de veehouder betekent het dat zij vaker een onbekend gezicht tegenkomen in de stal.

In de praktijk blijkt het in enkele regio’s lastig om dierenartsen naar praktijken te trekken. Dit geldt vooral voor streken die helemaal tegen de grens aan liggen. “Hier ontstaan vaak samenwerkingen tussen dierenartsenpraktijken”, zegt Dimitry Verduyn, voorzitter vakgroep herkauwer en bestuurslid cluster landbouwhuisdieren bij Beroepsorganisatie voor dierenartsen (KnMVD). Vaak waren er al samenwerkingen op het gebied van inkoop en kennisdeling.

Werkwijze dierenartsen verschuift

De werkwijze van dierenartsen is de laatste jaren verschoven van curatief naar preventief. De overheid speelde hier een grote rol in. Die stuurt al jaren op een vermindering van het antibioticagebruik in de veehouderij. Omdat er meer gegevens en data – en daarom meer inzichten – zijn, is dit haalbaar voor de sector. Dierenartsen ondersteunen veehouders daarom vooral bij het management, de voeding en huisvesting.

Betty Krattley van Universitaire Landbouwhuisdieren Praktijk (ULP) vertelt dat dierenartsen het grootste deel van de tijd in de stal werken. Ten opzichte van tien jaar geleden is dat niet veranderd. “Veel veehouders hebben in 2018 koeien weggedaan vanwege fosfaatrechten. Daardoor is er nu een tekort aan koeien.” Koeien die in 2018 nog op de nominatielijst voor de afvoer stonden, worden nu sneller behandeld, zegt Krattley.

Het is moeilijk te zeggen waarom er jaarlijks niet genoeg vacatures ingevuld worden. “Het is gissen naar oorzaken”, aldus Krattley. “De opleiding is heel breed, dus er zijn veel verschillende banen mogelijk.” Het tekort aan artsen zorgt voor wisseling in praktijken.

Korte lijnen

Om het tekort aan artsen op te vangen, kiezen praktijken ervoor om onderlinge samenwerkingen aan te gaan. De ULP is aangesloten bij Vereniging Kernpraktijken Rundvee. Alle praktijken die hierbij aangesloten zijn, werken zelfstandig. Zo kan elke praktijk met korte lijnen werken. “Maar de inkoop en projecten doen wij gezamenlijk”, zegt Krattley.

Werken met abonnementen

Werken met prestatiecontracten is lastig in deze sector, zegt Verduyn van de KnMVD. “Het is moeilijk meetbaar. De ‘problemen’ of verbeterpunten zijn vaak multifactorieel. Als je bedrijfsbegeleiding hebt en je tankcelgetal daalt, dan kan je niet precies aangeven dat dat door de veearts komt of door een opeenstapeling van factoren.”

De praktijk van de ULP heeft geprobeerd om prestatiecontracten in het leven te roepen. Hier bleek weinig vraag naar. Wel heeft een ‘abonnement’ een positief effect, merkt Krattley. “Ik merk dat het mijzelf rust geeft. Als ik bijvoorbeeld twee uur per maand besteed bij een veehouder, dan ben ik degene die de tijd in de gaten moet houden. Samen met de veehouder maak ik van tevoren een plan wat ik in die twee uren ga doen. Bijvoorbeeld onthoornen en het KoeKompas invullen. Als ik langer bezig ben, compenseer ik dat de keer erna.” Voor boeren geeft dit de rust om meer vragen te stellen, zonder dat zij dat misschien te duur vinden.

Purmer
Marleen Purmer Redacteur
Meer over


Beheer