Samenwerking NVWA en justitie liep spaak bij slachthuisonderzoek

De communicatie tussen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Openbaar Ministerie over de vervolging van drie noordelijke slachthuizen is onder de maat geweest.

Dat blijkt uit een onderzoek dat de inspecteur-generaal van de NVWA heeft laten doen, nadat het Openbaar Ministerie afgelopen zomer besloot het strafrechtelijk onderzoek stop te zetten.

De officier van justitie vond dat de processen-verbaal die door de inspecteurs van de NVWA waren aangeleverd van onvoldoende kwaliteit, en bovendien waren ze niet binnen de gestelde termijn afgeleverd. Er waren geen duidelijke afspraken gemaakt en bovendien bleek de leiding van de NVWA niet in staat binnen de eigen organisatie voor te zorgen dat het werk tijdig en goed werd afgeleverd.

Aanleiding voor het strafrechtelijk onderzoek was het vermoeden dat bij drie slachthuizen in het noorden van het land sprake was van de structurele aanvoer van afgemolken koeien, die te zwak of te ziek waren om te worden getransporteerd.

Landbouwminister Schouten belooft verbetering

Uit het onderzoek blijkt dat er bij de NVWA ‘geen duidelijk proces noch duidelijke structuur [is] die de nodige waarborgen bieden voor (complexere) strafrechtelijke onderzoeken (…).’ Volgens het onderzoek blijkt dat de lessen die zijn getrokken uit de fipronil-crisis, nog niet bij de NVWA zijn doorgevoerd.

Landbouwminister Carola Schouten belooft verbetering. Het moet bij een strafrechtelijk onderzoek duidelijk zijn wie welke taak heeft en er moet beter op worden toegezien dat die taken ook goed worden uitgevoerd. Der minister trekt extra geld uit om medewerkers, die betrokken zijn bij strafrechtelijke onderzoeken, bij te scholen. Bovendien zullen openbaar ministerie en de NVWA met elkaar in gesprek gaan om de samenwerking te verbeteren.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.