Schouten blijft inzetten op emissiearme technieken

Hoewel uit onderzoek blijkt dat de emissiereductie van emissiearme stallen veel lager is dan gedacht, blijft het ministerie van landbouw toch inzetten op innovatieve technieken om de stikstofuitstoot vanuit stallen en mestopslagen te verminderen.

De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) analyseerde op verzoek van het ministerie van landbouw een recente studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar stikstofverliezen uit mest, stallen en mestopslagen. Uit deze studie blijkt dat de totale gasvormige stikstofverliezen wel 40 miljoen kilo hoger kunnen zijn dan eerder berekend met NEMA. Dat is ongeveer 8% van de totale stikstofexcretie van 503,5 miljoen kilo in 2018. Dat betekent dat er 40 miljoen kilo minder N op het land is uitgereden via dierlijke mest, omdat deze hoeveelheid stikstof naar het milieu verloren is gegaan.

Effect emissiearme stalsystemen minder groot dan gedacht

Het effect van emissiearme stalsystemen bleek ook minder groot dan gedacht. Het CBS becijfert de verliezen op basis van het stikstof- en fosfaatgehalte in voer, dierlijke producten en mest. In de mest die op het land wordt uitgereden zit minder stikstof dan in de mest die door het dier wordt geproduceerd. De hoeveelheid stikstof die in de stal en bij de opslag verloren gaat, wordt stikstofcorrectie genoemd.

Grote onzekerheden in gemeten en berekende emissies

De onzekerheden in gemeten en berekende gasvormige stikstofemissies uit dierlijke mest in stallen en mestopslagen zijn relatief groot. Bij sommige diercategorieën en stalsystemen loopt dit zelfs op tot 200% De onzekerheden komen door diverse factoren: de grote verscheidenheid in diercategorieën, stalsystemen en management in de praktijk, grote variatie in de weersomstandigheden en mestsamenstelling en de relatieve schaarste aan goede metingen, vooral met betrekking tot N2O, NOx en N2.

Gevolgen voor stikstofbeleid

De onzekerheden in de berekeningen van de stikstofverliezen kunnen mogelijk grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het stikstofbeleid en de rapportages aan de EU. Het vraagt volgens CDM serieuze aandacht. De daadwerkelijke consequenties hangen af van de nauwkeurigheid van de geschatte stikstofverliezen en van de vorm waarin deze stikstof uit de mest is verdwenen, vooral bij de emissiearme stallen. Er zijn volgens CDM dringend metingen in de praktijk nodig om de omvang en nauwkeurigheid van de verliezen te kwantificeren bij diverse staltypen en om te zien in welke vormen de stikstof verdwijnt uit opgeslagen mest.

Daarnaast adviseert de commissie om te zorgen dat het management op bedrijven met emissiearme stallen verbetert, zodat de beschikbare technieken efficiënter worden.

Schouten blijft inzetten op innovaties

Ondanks alle onzekerheden en tegenvallende resultaten van emissiearme staltechnieken, zet landbouwminister Carola Schouten de lijn om reductie van stikstofuitstoot te realiseren via innovaties door.

“Het advies onderstreept voor mij de noodzaak om samen met de sector blijvend onderzoek te doen naar de emissie(reductie) van (emissiearme) stallen in de praktijk”, aldus Schouten in haar brief.

Subsidieregeling brongerichte verduurzaming

Het kabinet kiest voor innoveren in nieuwe stalsystemen via de subsidieregeling brongerichte verduurzaming (Sbv). Voor deze regeling is tussen 2023 en 2030 € 280 miljoen beschikbaar. Het geld zal eerst in innovaties en onderzoek worden ingezet. Pas bij bewezen effectieve technieken wordt geld beschikbaar gesteld voor veehouders om de investeringen in de nieuwe technieken te ondersteunen. “Ik monitor dit traject nauwkeurig om in een zo vroeg mogelijk stadium bij te kunnen sturen indien nodig”, aldus Schouten.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.