Schouten moet bewegen in voerdossier

Eind augustus komt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) met een doorrekening van de voerplannen van de minister en van de sector. Dan komt het moment dat Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, knopen moet doorhakken.

Het PBL benut de politiek rustige vakantieperiode om – op verzoek van de Tweede Kamer – een doorrekening te maken van het voerplan van minister Schouten, van het alternatieve voerplan van de sector en van een combinatie van beide. De verwachting is dat het PBL eind augustus met de cijfers komt. Het is allerminst denkbeeldig dat het PBL laat zien dat het sectorplan meer stikstofwinst oplevert dan het plan van de minister. En dan moet Schouten bewegen.

Het afgelopen politieke jaar werd afgesloten met het aannemen van een motie van regeringspartijen VVD en CDA om het voerplan van de minister nog eens tegen het licht te houden, en dit te vergelijken met het alternatieve voerplan van de sector. Als het alternatieve voerplan er goed uitkomt, vraagt de motie de minister om boeren de keus te bieden om met het sectorplan aan de slag te gaan.

Stikstofwinst daadwerkelijk realiseren

Wat het PBL ook berekent, de bezwaren van de minister tegen het alternatieve plan zijn daarmee niet weg. Zij wil er zeker van zijn dat de stikstofwinst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Daarnaast moet duidelijk zijn waar (op hectareniveau in kwetsbare natuurgebieden) de geboekte winst effect heeft. Verder moet de NVWA handvatten hebben om op bedrijfsniveau te kunnen nagaan of de boer zich aan de maatregel houdt.

Doel van de voermaatregel is te zorgen dat er genoeg ruimte is voor de afgifte van vergunningen voor de bouw van 75.000 woningen en de aanleg van zeven snelwegen. Dat de veehouderij via een voermaatregel moet bijdragen aan de stikstofruimte – met instemming van Tweede en Eerste Kamer – komt doordat de sector zelf met optimistische berekeningen kwam over de stikstofwinst die via het voerspoor te behalen zou zijn.

Politieke flexibiliteit gevraagd

Als het PBL berekent dat het sectorplan net zoveel of meer kan opleveren als de voermaatregel van de minister, zullen VVD en CDA haar ongetwijfeld vragen om de logische vervolgstap te zetten: dat melkveehouders de keus krijgen. Kortom, dan moet de minister argumenten vinden om haar aanvankelijke bezwaren terzijde te schuiven. Dat vereist politieke flexibiliteit, en zeker geen rechtlijnigheid – niet de sterkste eigenschap van de minister.

Schouten wil niet in de situatie komen dat de Tweede Kamer haar dwingt een route te volgen die diezelfde Kamer haar te zijner tijd weer voor de voeten kan werpen. In die situatie kan zij terechtkomen als achteraf blijkt dat de alternatieve voermaatregel niet juridisch waterdicht blijkt, of niet is gehandhaafd. Ze moet dus zoeken naar een elegante uitweg uit de fuik waar ze zelf is ingezwommen. Welke koers ze ook kiest, ze moet zorgen dat CDA en VVD haar vergezellen.

Wensdenken Farmers Defence Force

Ondertussen wordt in kringen van Farmers Defence Force druk gespeculeerd op het aftreden van de minister, vanwege de voermaatregel, waarbij wordt verwezen naar ‘ingewijden bij LNV’. Dat is wensdenken, niet gebaseerd op solide bronnen.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.