SenP ‘verleidt’ RFC tot andere ledenfinanciering

16-11-2020 | |
Foto: Mark Pasveer
IMG_FrieslandCampina_RMO_Campina_mpv409218-019_web

Structureel te hoge kosten en een kredietbeoordelaar die € 1,6 miljard aan ledenobligaties niet ziet als eigen vermogen. ’s Lands grootste zuivelaar gaat de bakens verzetten.

FrieslandCampina (RFC) is in zwaarder financieel weer terechtgekomen, stelt CEO Hein Schumacher in een videoboodschap op Melkweb, het extranet voor leden en oud-leden. Daarvoor wordt nu een reorganisatie doorgevoerd om ze structureel met € 100 miljoen per jaar te drukken.

Lees verder onder de videoboodschap

Een moeilijker dossier is de ledenfinanciering van het bedrijf. Kredietbeoordelaars beoordelen de waarde van het eigen vermogen van FrieslandCampina namelijk verschillend. Daarom gaat RFC de ledenfinanciering fors herzien.

FrieslandCampina is in de basis kerngezond. Het heeft eind 2019 een eigen vermogen van ruim € 3,7 miljard op een balanstotaal van iets minder dan € 9,1 miljard. Van dat eigen vermogen zit krap € 1,5 miljard in de dode hand (collectief vermogen waar tot het einde van het bedrijf niemand aanspraak op kan maken) en is ruim € 1,6 miljard ledenkapitaal in de vorm van – eeuwigdurende – ledenobligaties.

Lees verder onder het kader

Twee kredietbeoordelaars, twee rekenmethodes

FrieslandCampina werkt met twee kredietbeoordelaars, Fitch en S&P. Die geven externe financiers een beoordeling van het bedrijf. Fitch beschouwt de ledenobligaties voor 100% als eigen vermogen terwijl S&P ze volledig als vreemd vermogen ziet. Met ruim € 1,6 miljard aan leden­obligaties leidt dat tot een fors verschil in percentage eigen vermogen. Dat is daarmee volgens Fitch (en ook volgens de internationale accountancystandaard IFRS) rond 40%, onder de rekenregels van S&P ongeveer 23%. Dat verschil kan financiers afschrikken en vermindert daarmee de flexibiliteit van de onderneming.

We tornen niet aan de waarde van ledenobligaties

Over de € 1,5 miljard vermogen in de dode hand is geen rente of dividend verschuldigd. De € 1,6 miljard aan eigen vermogen in de obligaties kost jaarlijks € 48 miljoen aan rente. De kredietbeoordelaars zien dit als ‘preferred dividend’. Zo’n contractueel vastgelegde betaling verkleint de speelruimte voor de onderneming meer dan de niet-vooraf vastgelegde contante winstuitkering aan de boeren die in 2019 twee keer zo groot was.

Dat het bedrijf FrieslandCampina van de grote hoeveelheid eeuwigdurende obligaties af wilde, werd ongeveer een jaar geleden echt een punt omdat de verhandelbaarheid op de interne beurs dreigde te stagneren. Officieel heet het dat nog meerdere keuzes denkbaar zijn qua ledenfinanciering. De favoriete optie van bestuur en management is echter dat de ledenobligaties moeten worden omgezet naar certificaten. Die kennen geen vaste jaarkosten. Dividenduitkering is dan niet verplicht en de certificaten kunnen koersgevoelig zijn. Dat alles kan beter uitpakken voor de veehouders dan de rente op obligaties, het kan ook flink tegenzitten.

Lees ook: S&P waardeert obligaties in FrieslandCampina niet

Opgebouwde rechten blijven

CFO Jaska de Bakker benadrukt dat ”… opgebouwde rechten uit het verleden worden gerespecteerd. Dat betekent dat we niet tornen aan de waarde van ledenobligaties, dat we eerder kijken naar nieuwe instrumenten en ingroeimodellen om op die manier weer een systeem te creëren dat voor de komende 10, 20, 30 jaar robuust is.” Zij geeft aan dat in december, waarschijnlijk na de laatste obligatiehandelsdag van dit jaar, een besluit over de meest wenselijke richting door bestuur en ledenraad genomen wordt. Die wordt dan in het eerste half jaar van 2021 uitgewerkt, in juni 2021 valt het besluit en de invoering van een nieuwe financieringssystematiek zal dan in 2022 zijn.

Uitgroeimodel

Dit alles wijst erop dat ledenobligaties-vast op enig moment worden omgezet in certificaten. Voor ledenobligaties-vrij komt dan een uitgroeimodel. Houders daarvan zullen deze ooit aanbieden, want oud-leden kunnen ze niet doorgeven aan hun kinderen, omdat die geen lid zijn of kunnen worden. Na de dood van senior moeten zij de ledenobligaties-vrij aanbieden op de eerstvolgende handelsdag.

Hierbij wil het bestuur ook weer een sterke koppeling tussen melklevering en kapitaalinleg aanbrengen, een bedrag van € 10 per 100 kilo melk is genoemd op ledenvergaderingen. In dat scenario zullen veel melkveehouders de komende jaren verplichte inhoudingen tegemoet kunnen zien om certificaten van aandeel bij te kopen. Met de zo vrijgespeelde middelen kunnen dan de obligaties-vrij worden afgelost. Per saldo moet dat leiden tot meer hoogwaardig eigen vermogen in het bedrijf, bij minder leden en uiteindelijk gekoppeld aan de melkleverantie.

Medeauteur: Klaas van der Horst

Bodde
Robert Bodde Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.