Sjaak van der Tak: ‘We leveren topkwaliteit aan Nederlandse producten’

31-08-2020 | |
Sjaak van der Tak: "Als glastuinbouw kunnen en willen we helpen met het opstellen van een plan, om weer toekomstperspectief te krijgen." Foto: Roel Dijkstra
Sjaak van der Tak: "Als glastuinbouw kunnen en willen we helpen met het opstellen van een plan, om weer toekomstperspectief te krijgen." Foto: Roel Dijkstra

Voorzitter van Glastuinbouw Nederland Sjaak van der Tak vindt dat er meer toekomstperspectief voor de land- en tuinbouw moet komen. Samenwerking en de mogelijkheid kwaliteitsproducten te exporteren, moeten daaraan bijdragen.

De ‘stikstofmisère’ in de melkveehouderij bracht het op zijn netvlies: er moet meer samenwerking komen tussen de landbouw en de glastuinbouw om de sectoren weer toekomstperspectief te geven. Dat zegt Sjaak van der Tak, voorzitter van Glastuinbouw Nederland. Ook de kwaliteit van Nederlandse producten en de mogelijkheid deze te exporteren, dragen bij aan het toekomstperspectief van de sectoren. Onder andere dat aspect moet in een gezamenlijk plan komen te staan.

Wat bedoelt u precies met dat gezamenlijke plan?

“Boeren en tuinders moeten meer samen gaan optrekken, een gezamenlijk geluid laten horen waar dat kan. Ik zie hoe boeren in het hart van hun bedrijf worden getroffen door de stikstofmaatregelen. Tegelijkertijd zie ik zoveel enthousiasme over hun ondernemerschap. Het punt is dat er geen langetermijnvisie is en geen uitzicht op een blijvend goed verdienmodel. Als glastuinbouw kunnen en willen we helpen met het opstellen van een plan, om weer toekomstperspectief te krijgen. Het moet duidelijkheid geven: zo ziet de land- en tuinbouw er in 2030 uit en daar werken we samen naar toe. Dat voorstel moet je keer op keer bij de overheid op tafel leggen.”

Over een plan en visie gesproken: de kringloopvisie die landbouwminister Schouten in 2018 presenteerde, geeft volgens u niet genoeg richting?

“De kringloopvisie is naar mijn idee blijven steken. Er zijn andere vraagstukken overheen gekomen, zoals stikstof. Er moet een plan zijn voor de komende tien tot vijftien jaar, waarvan de koers duidelijk is en dat zo in elkaar zit dat elke boer of tuinder ermee vooruit kan. Ook als een nieuwe crisis of pandemie ontstaat, want die gaat er nog wel komen.

Het punt is dat er geen langetermijnvisie is en geen uitzicht op een blijvend goed verdienmodel

Daarbij ligt de focus in de kringloopvisie te veel op local for local. We leveren topkwaliteit aan duurzaam geproduceerde Nederlandse producten, die we overal kunnen exporteren. Die kwaliteit en het exporteren van producten is onderdeel van het verdienmodel van boeren en tuinders. Die strategische waarde wordt nog te weinig benut. Daarbij wordt gezondheid steeds belangrijker. Consumenten willen voor goede en gezonde producten betalen. Nederland kan hier wereldwijd een grote rol in spelen en tevens liggen hier kansen voor verdienmodellen.”

Wat bedoelt u daarmee?

“De kosten voor gezondheidszorg bedragen jaarlijks meer dan € 92 miljard. Voedsel speelt een grote rol in de gezondheid van mensen, maar die koppeling wordt nu nog niet gemaakt. De premie die nu voor zorg wordt betaald, kan omlaag en besteed worden aan voedingsproducten zoals groente, fruit, vlees en melk. Dat levert een verdienmodel op voor boeren en tuinders.”

Export is volgens u dus heel belangrijk. Hoe kijkt u naar handelsverdragen?

“Die zijn van essentieel belang, maar wel met de voorwaarde dat de producten die geïmporteerd worden voldoen aan dezelfde standaarden als onze producten bij afzet in Europa. Ik ben er ook heel erg voor om de banden met Rusland weer aan te halen. In Brussel worden te weinig gesprekken gevoerd voor nieuwe exportmogelijkheden van voedsel. Waarom gebruikt de EU bijvoorbeeld de nieuwe gaspijpleiding die van Rusland naar Duitsland moet komen, en waarmee Rusland meer aardgas kan exporteren naar Europa, niet in onderhandelingen over voedselexport naar Rusland?”

U spreekt over Europese standaarden, maar ook tussen Europese landen zijn nog verschillen.

“Er moet binnen de Europese Unie een level playing field zijn. Nederland moet ook niet zo nodig alsmaar regels bovenop de Europese regels willen leggen. In Spanje, bijvoorbeeld, mogen tuinders meer gewasbeschermingsmiddelen gebruiken dan in Nederland, terwijl de Spaanse paprika’s ook gewoon in de Nederlandse supermarkten liggen. Een nieuwe landbouwminister – ik vind dat die er in het nieuwe kabinet zeker weer moet komen – moet zich in Brussel hard maken voor een gelijk speelveld. Er mag wel wat meer gelet worden op de eigen boeren en tuinders.

Ik zie veel kansen voor Nederland in het Farm-to-Fork-programma

Een andere belangrijke rol voor de minister is om het proces van de toelating van groene middelen in Europa te versnellen. Willen we als EU voorop blijven lopen, dan verdient dit topprioriteit. Tegelijkertijd zeggen biomiddelen niet per se iets over duurzaamheid. Nederland moet daarom in Europees verband ook durven zeggen: ‘Kijk, dit is dan wel geen biologisch middel, maar het is wél duurzaam’.

Ik zie veel kansen voor Nederland in het Farm-to-Fork-programma. Als we met de verschillende deelsectoren de handen ineen slaan, krijgen we daarin meer voor elkaar. Met grotere projecten met meer massa krijgen we veel eerder toegang tot de innovatie-geldpotten van Brussel. Ook dat komt ten goede aan boeren en tuinders.”

Kloosterman


Beheer