Henny Westland: ‘Smaak, smaak, smaak! Daar draait het om bij Westland Kaas’

07-01 | Laatste update op 09-02 | |
Westland Kaas
CEO Henny Westland: “Smaak staat bovenaan ons lijstje. Dat wordt wel steeds lastiger; we stonden dan wel sinds 1985 skyhigh met ons merk, maar inmiddels zijn er 15 merken oude kaas. Dan is het des te belangrijker om met topkwaliteit bovenaan te blijven staan.” - Foto: Ton Kastermans

Westland Kaas is een familiebedrijf met wortels in de visserij dat al generaties succesvol kaashandelaar is, met als vlaggenschip het merk Old Amsterdam. In een interview met CEO Henny Westland wordt duidelijk wat het geheim is achter het succes.

Bij de ingang van het kantoor van Westland Kaas in Huizen is meteen duidelijk waar het bedrijf om draait: een stapel kazen van het merk Old Amsterdam en een vissersboot. Buiten voor de deur staat een beeld van de eerste generatie van de familie Westland. Zij stopten met de handel in vis en werden kaashandelaar. Sinds 1936 is de familie actief in de kaashandel en heeft tal van innovaties op haar naam staan. Rode draad is de verkoop van merkkaas van Nederlandse oorsprong en inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

Westland werkt inmiddels samen met Those Vegan Cowboys aan de ontwikkeling van plantaardige alternatieven voor kaas. Ook voor de kaasmerken Old Amsterdam en Maaslander staan klimaatdoelen centraal. Henny Westland, de huidige CEO van het bedrijf uit de derde generatie, heeft als doel om in 2036 klimaatneutraal kaas te verkopen.

Westland is een van de grootste merkkaasverkopers in Nederland, maar maakt zelf geen kaas. Wat is jullie geheim?

“We zijn als eerste begonnen met merkkaas. Dat was Maaslander in 1978. Daar kwam in 1985 Old Amsterdam bij. We wilden een lekkere oude kaas, niet brokkelend, goed snijdbaar en met kristalletjes erin. Omdat we het als merkkaas wilden verkopen, is constante kwaliteit vereist. Wat wij wilden, bleek er niet te zijn en dat heeft jaren zoeken gekost, tot in de Italiaanse herkomstregio van Parmezaanse kaas aan toe. Uiteindelijk hebben we een zuursel ontwikkeld dat we zelf Emfour noemen en dat hebben we laten patenteren. Het levert de smaak en kristallen die we willen hebben en maakt het mogelijk om de productie uit te besteden. Alleen goeie kaasmakers kunnen Old Amsterdam maken met melk van Nederlandse koeien en met de juiste kaaskennis.”

In de categorie jong en belegen is het heel lastig om een echt onderscheidende smaak te krijgen en in het hart van de consument te blijven

Melkbak 4

Emfour staat volgens Henny Westland oorspronkelijk voor melkbak 4 dat tijdens testen het uiteindelijke recept bevatte waar Old Amsterdam op is gebaseerd. Het betreffende zuursel werd Emfour genoemd, het bleek om juridische redenen beter om de Engelse vertaling te kiezen voor het patent. Vandaar Emfour en geen M4.

Is kaas verkopen niet lastig als je zelf geen kaas maakt?

“Het unieke van ons bedrijf is juist dat we een combinatie maken van de juiste kaaskennis met een eigen ontwikkelingsafdeling en de marketing- en saleskennis om het te verkopen. We noemen onszelf ketenregisseur die tussen de productie en eindverkoop inzit. Al die processen moet je goed doen. Wat dan super belangrijk is, is om langetermijnrelaties op te bouwen. Kennis delen, open communiceren met leveranciers en met afnemers. En alsmaar weer die smaak, smaak, smaak. Dat staat bovenaan ons lijstje. Dat wordt wel steeds lastiger; we stonden dan wel sinds 1985 skyhigh met ons merk, maar inmiddels zijn er 15 merken oude kaas. Dan is het des te belangrijker om met topkwaliteit bovenaan te blijven staan.”

Wat zijn jullie belangrijkste concurrenten?

“Onze grootste concurrent is eigenlijk private label. Die pakken een heel groot deel van de markt en hebben ook heel goede contacten met kaasfabrieken in heel Europa. Over smaak valt niet te twisten, zeg ik altijd, maar ze zijn soms euro’s per kilo goedkoper. Supermarkten vinden het ook prettig om hun eigen merken te voeren. Als je kijkt naar andere merken dan is natuurlijk Beemster een belangrijk merk. Lastig bovendien is dat we wereldwijd gekopieerd worden. We waren de eerste met dat zwart met goud en verkopen inmiddels in 71 landen. Overal zie je dan ander mensen met oude kaas in zwart met goud, of met Old huppeldepup er achteraan.”

Daar zijn al heel wat procedures over gevoerd?

Lachend: “Ja, die mensen bel ik dan eerst persoonlijk met de boodschap van u komt te dicht bij het nest. Dan zeg ik het ook dat het onze belangrijkste asset is. We hebben merken en mensen en Old Amsterdam is ons grootste merk en dat bescherm ik als een soort moederkloek van de derde generatie. Dus eerst bellen en daarna een briefje van de advocaat. We proberen dat echt wel te beschermen. Succes wordt gekopieerd.”

Old Amsterdam is veruit jullie grootste merk en goed beschermd, hoe zit dat met Maaslander?

“Maaslander was een van de eerste merken in kaas ooit. Je had die hele gele zee van kaas en wij kwamen met dat merk. Met als onderscheid minder zout en meer smaak. 3% zout in plaats van de gangbare 4%, met behoud van smaak. In die zin waren we ook toen wel een koploper, want toen was zout nog geen thema. Ook de groengele strepen waren een bijzonder kenmerk. We werden voor gek verklaard om die gekke strepen. We liepen elf jaar voorop en toen kwamen er steeds meer concurrenten.

In de categorie jong en belegen is het heel lastig om een echt onderscheidende smaak te krijgen en in het hart van de consument te blijven, ondanks allerlei reclame. Daar kwam de concurrentie van private label nog bij. Dat leidde er een paar jaar geleden toe dat we over zijn gegaan op een nieuwe receptuur. We wilden de smaak weer een boost geven. We zijn teruggegaan naar volvette melk als grondstof voor onze Maaslander. Dat resulteert nu in 50+-kaas en niet 48+, zoals vrijwel alle andere kaas. Dit werd enthousiast ontvangen door de echt oude kaasmakers die dat proces en die smaak nog kenden. Hé hé, eindelijk iemand die weer echte kaas wil maken, zeiden ze. Die nieuwe Maaslander-kaas op een oude basis hebben we met een nieuwe campagne gelanceerd. De 50+-plakken lopen goed.”

Duitsland gaat aardig in de richting van Nederland wat omzet betreft

Wat zijn de belangrijkste markten?

“Nederland en Duitsland, en in Duitsland zijn we enorm aan het groeien. We hebben daar Old Amsterdam ‘Das Original’, twee jongere varianten en een combinatie met roomkaas. Duitsers zijn niet zo gewend aan de smaak van oude kaas, maar door die combi krijg je veel meer schapruimte met zwart en goud en gaan mensen ook meer oude kaas proberen. Het heeft er ook weer toe geleid dat we een nieuw product als roomkaas met snippers Old Amsterdam erin in Nederland verkopen. Na deze landen komen Spanje, België, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Polen als belangrijkste afzetlanden. Duitsland gaat daarbij aardig in de richting van Nederland wat omzet betreft.”

Wat is jullie omzet en hoeveel kaas verkopen jullie?

“Ongeveer € 100 miljoen en dat is allemaal merkkaas. We verkopen geen blanco kaas. Maaslander verkopen we vooral in Nederland. Internationaal is het vooral Old Amsterdam en dat is buiten Nederland en Duitsland echt een nichemarkt. Dus dan heeft een toename op een kleine markt weinig effect op het totaal. We zijn wel gegroeid in export, dat is belangrijk. Over volumes laten we ons niet uit, het is een klein wereldje in food en agri.”

Iets anders is dat zuivelprijzen enorm stijgen en dat zullen jullie ook merken. Winkelprijzen stijgen nog maar beperkt. Gaat dat ten koste van jullie marge?

“Ja, daar zitten we nu, as we speak, allemaal midden in. Kostprijsverhogingen zijn echt skyhigh. Alles gaat omhoog, niet alleen de melkprijs, maar ook andere kosten zoals voor verpakkingen, transport, energie. Er zijn enorme onderhandelingen gaande met leveranciers en afnemers. Ik heb geen glazen bol, maar uiteindelijk moet iemand dat gaan betalen en dat leidt tot een forse inflatie. Die onderhandelingen (eind 2021, red.) zijn best heel spannend. Hoge melkprijzen hebben we vaker gekend, de combinatie met de fors hogere andere kosten maakt het extra lastig. Het zijn spannende tijden.”

Waar komt jullie kaas vandaan?

“Nou … we houden het op Nederlandse kaas van melk van Nederlandse weidekoeien uit meerdere Nederlandse fabrieken. En ja, op de achterkant van de verpakking kan de kenner aan het icoontje afleiden waar de kaas verpakt wordt. Een deel van onze kaas bij Albert Heijn gaat bijvoorbeeld via Bouter. Op de verpakking staat altijd de laatste stap en dat is de verpakker. (lachend) Wij werken met meerdere kaasfabrieken goed samen en dat vinden we heel belangrijk om zo te houden.”

We willen pas een plantaardige kaas op de markt brengen als die net zo lekker is als gewone kaas

Er zijn steeds meer trends en eisen op het gebied van milieu, duurzaamheid, weidegang. Hoe doe je dat als je zelf geen producent bent?

“We zien dat nu soms ook wel als een voordeel; geen fabrieken, geen eigen koeien. Dat kwam naar voren toen we vijf jaar geleden als derde generatie goed hebben gekeken naar onze strategie. Waar willen we staan in 2036 als we 100 jaar bestaan? Daaruit bleek dat juist de koe een belangrijke bijdrage levert aan bijvoorbeeld de uitstoot van methaan. De vraag komt dan op wat je daarmee kunt als familiebedrijf. De eerste generatie ging van vis naar kaas, de tweede generatie maakte de transitie naar merkkaas.

De derde transitie, die ik wil bereiken, is het in gang zetten van kaas zonder koe als alternatief. Natuurlijk blijft de melk van koeien voorlopig de basis voor Old Amsterdam en Maaslander, maar ik heb toen de opdracht gegeven aan onze ontwikkelaars om een plantaardig alternatief te ontwikkelen. Daarbij blijft onze liefde voor kaas vooropstaan. We willen echt pas zo’n kaas op de markt brengen als die net zo lekker is als gewone kaas. Dat is een enorm lastige klus en daar zijn we nu al vijf jaar mee bezig. Ons doel is nu gericht op klimaatneutrale kaas in 2036.”

Daarom werken jullie samen met Those Vegan Cowboys?

“Op die zoektocht naar kaas maken zonder caseïne kom je allerlei mensen tegen uit die heel andere wereld van plantaardige alternatieven. Wij kennen natuurlijk wel alle zuivelbedrijven. Zo kwamen we ongeveer een jaar geleden ook de oprichters van de Vegetarische Slager tegen. Ik heb toen Jaap Korteweg gebeld met de vraag of hij als cowboy eens een kaasmeisje wilde ontmoeten. Hij vond dat ook interessant, omdat wij echte kaasmakers zijn. Daaruit is de samenwerking WildWestLand ontstaan, waarin we beide voor de helft deelnemen. Dat benoemen we ook in de slogan. Wij hebben de knowhow sinds 1936, Korteweg heeft de No Cow sinds 2020 met de ontwikkeling van plantbased kaas in Gent. Dat klikte. Samen hebben we de No Cow sinds 2021, onze producten liggen sinds week 24 bij Albert Heijn en de andere supermarkten volgden daarna en we gaan naar Duitsland en België.”

Hoever is de ontwikkeling?

Voor Westland is het uiteindelijke doel klimaatneutrale kaas in 2036. Dat kan met kaas uit dierlijke melk, maar ook met kaas uit plantaardige grondstoffen. – Foto: Canva

“Harde kaas is nog onmogelijk om lekker te maken, maar smeerbare alternatieven lukken wel en die hebben we op de markt onder het merk WildWestLand. Die naam is eigenlijk ontstaan tijdens allerlei sessies om mogelijkheden te bekijken. Het is een supercreatief proces waarbij ook Niko Koffeman een grote rol speelt. Voor Westland is het uiteindelijke doel klimaatneutrale kaas in 2036. Dat kan met kaas uit dierlijke melk, maar ook met kaas uit plantaardige grondstoffen. We zoeken uiteindelijk naar een goed product met zo min mogelijk uitstoot. Dat is er nu nog niet als harde kaas, maar het gaat wel heel snel. In 2022 komen we alweer met een nieuw product. Dat is een harde kaas waar we nu smaaktesten mee doen. Er zijn al heel veel vegan alternatieven, maar die vinden we zelf echt niet lekker. Alleen als we het goed genoeg vinden, komen we er ermee. We doen het voor de kaasliefhebber.”

Wat is nu de grootste uitdaging voor kaasmakers en kaasverkopers zoals Westland?

Even nadenkend: “Ik denk vooral zorgen dat je echt onderscheidend bent. Smaak, kwaliteit, duurzaamheid, verpakking als merk. Je moet je prijswaarde waarmaken zodat de consument er ook voor wil blijven betalen. Een nog grotere uitdaging is het om in het hart van de consument te komen. Dat ze terugkomen in de winkel voor je merk en niet alleen met kaas op het boodschappenlijstje.”

In hoeverre is krimp van de melkveehouderij een uitdaging voor jullie als kaasbedrijf?

“Natuurlijk volgen we al die ontwikkelingen die op de melkveehouderij afkomen. Echt zorgen over de beschikbaarheid van melk hebben we nu niet, ook door ons relatief kleine volume. Ik zie wel alle bewegingen in de markt en heb echt compassie met de boeren. Ik krijg weleens de vraag van boeren of wij beseffen wat ervoor nodig is om de melk in de fabriek te krijgen. Dan vraag ik omgekeerd of de boeren weten wat er allemaal nodig is om de kaas uiteindelijk in het schap te krijgen. Ik snap die zorgen heel goed. En ja, als er uiteindelijk minder melk beschikbaar is, dan heeft dat vroeg of laat ook effect op de prijs.”

Is plantaardige kaas een kans of tegelijk ook een bedreiging voor Westland?

“Eigenlijk is dat nu nog niet te zeggen. We streven ernaar dat er op enig moment een plantaardige kaas is die net zo lekker is als Old Amsterdam. Dat gaat nog jaren duren en de tijd zal het leren. Als er echt een volwaardige vervanger is, zou het ook toegepast kunnen worden in onze huidige merken. Je hebt het dan eerder over tien dan over vijf jaar. Kijk ook naar de vleesmarkt. Vlees zal altijd gegeten worden door de vleesliefhebber. Ik denk dat echte kaas, dierlijke dus, altijd gewaardeerd blijft!”

Esselink
Wim Esselink Voormalig redacteur


Beheer