Specialist: ruimere rotatie niet automatisch duurzamer

04-12-2019 | |
Foto: Hans Prinsen - Foto: HANS PRINSEN 0651051526
Foto: Hans Prinsen

Een ruimere aardappelrotatie maakt de teelt niet automatisch duurzamer. Liever doordacht 1-op-3 dan op routine 1-op-5, zegt specialist Leendert Molendijk. Hij ziet meer in een brede benadering en maatwerkoplossingen.

Een ruime vruchtwisseling, minder aardappelen in het bouwplan, is geen Haarlemmerolie. Het is niet de remedie tegen alle kwalen. Dat zegt onderzoeker Leendert Molendijk van Wageningen University & Research. In Lelystad houdt hij zich bezig met onder meer plantparasitaire aaltjes. De vraag was of een ruimere rotatie van aardappelen in het akkerbouwplan voor de teler op den duur financieel beter zal uitpakken. Dus of over de hele linie op de langere termijn 1-op-4 of 1-op-5 aardappelen in het bouwplan niet meer kilo’s en een betere kwaliteit zullen opleveren dan 1-op-3. En of een intensief bouwplan met aardappelen op den duur niet de bijl aan de wortel is van een duurzame aardappelteelt op de langere termijn.

Fritesindustrie

Die laatste vraag is dan weer ingegeven door het feit dat de fritesindustrie in met name Nederland en België alsmaar blijft uitbreiden en de vraag naar aardappelareaal dientengevolge groeit. In welke mate is met 1-op-3-teelt sprake van roofbouw, wordt er een hypotheek op de toekomst genomen? Een teler met 160 hectare aardappelen in Zuid-België tegen de Franse grens vertelde aan paar jaar geleden dat hij zijn aardappelteelt had verruimd naar 1-op-5, zodat ‘mijn kinderen over 20 jaar ook nog een goed te bewaren kwaliteitsaardappel kunnen telen’.

Is dit een route die meer akkerbouwers zouden moeten volgen? “Nee”, zegt Molendijk, “wat mij betreft kun je beter heel doordacht 1-op-3 in het bouwplan hebben dan op routine 1-op-5. Routinematig is dat met te weinig oog voor resistenties en voorvruchten.”

Aardappelmoeheid

Op zich is aardappelmoeheid een groot knelpunt, maar als je daar via vruchtwisseling vanaf wilt komen, dan moet je 1-op-8 gaan telen. In de biologische akkerbouw zie je 1-op-6. Maar ga je als gangbare akkerbouwer zo extensiveren dan is dat niet rond te rekenen.”

Waarbij Molendijk dan ook de vraag opwerpt welke tussengewassen je dan zou moeten kiezen. “Als je gaat verruimen, wat zet je er dan tussen, tulpen, een boomkwekerijgewas? Maar dat gebeurt nu ook al. Land wordt al in een 1-op-6- of 1-op-8-rotatie verhuurd voor tulpenland. Waar je dan op uitkomt, is de aloude zoektocht naar een goed salderend gewas.”

Als je gaat verruimen, wat zet je er dan tussen, tulpen, een boomkwekerijgewas?

En qua aaltjes is verruiming van de aardappelrotatie niet automatisch een verbetering. “Het gaat behalve om aardappelaaltjes ook om polyfage aaltjes die verschillende gewassen als waardplant hebben en die ook aardappelen aantasten. Meer graan met grasgroenbemester maakt de situatie niet per se beter. Graan bijvoorbeeld is lastig qua pratylenchus penetrans, omdat het tussengewas er een goede waardplant voor is. ”

Maatwerkoplossingen

Leendert Molendijk demonstreert een soort professionele irritatie als het gaat om extensivering om duurzaamheidsproblemen op te lossen. “Eigenlijk, als ik nu weer hoor over intensief versus extensief, dan denk ik: O jee, daar gaan we weer. Iedere tien jaar komt het onderwerp wel een keer voorbij. Misschien zit ik al te vol met oordelen. Ik laat me graag verrassen. Maar extensivering als langetermijnoplossing, daarvan zeg ik: vergeet het maar. Een integrale aanpak, waarbij het hele bedrijf systematisch wordt doorgelicht en die maatwerkoplossingen biedt, daarin zie ik veel meer heil.”

Tholhuijsen
Leo Tholhuijsen Redacteur



Beheer