Staghouwer: ‘Niks doen ook voor blijvers geen optie’

10-06 | |
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Henk Staghouwer. - Foto: ANP
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Henk Staghouwer. - Foto: ANP

Doorgaan op de huidige weg is geen optie, ook niet voor blijvers. De druk van de huidige landbouw is natuur en milieu is zo groot, dat een snelle verduurzamingsslag volgens het kabinet onvermijdelijk is.

De landbouw moet fors verduurzamen en over gaan naar kringlooplandbouw. Het gaat daarbij niet om het bijschaven van de scherpe randjes, maar om een gehele transitie van het landbouw- en voedselsysteem. “Deze omslag zal alle agrariërs raken, voor velen met ingrijpende gevolgen”, schrijft minister Henk Staghouwer in een brief aan de Tweede Kamer over zijn ‘Perspectieven voor agrarisch ondernemers.

Met zijn landbouwbeleid wil het kabinet de richting duiden voor bedrijven die niet gedwongen worden te stoppen door het stikstofbeleid. Verduurzamen is nadrukkelijk geen keuze meer, maar een voorwaarde. Het voedselsysteem van zoveel mogelijk produceren tegen een zo laag mogelijke prijs is voor de toekomst niet houdbaar. De agrarische productie moet in evenwicht worden gebracht met de omgeving waarin de voedselproductie plaatsvindt.

Immense opgave

“We staan nu voor de immense opgave de biodiversiteit te herstellen en de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen naar de lucht en uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het water substantieel te verminderen”, aldus Staghouwer. Hoewel niks doen geen optie is, wil de landbouwminister niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Hij wil boeren zelf de keuze geven welke richting het bedrijf onder die specifieke omstandigheden het beste past.

De richtingen die ondernemers op kunnen, zijn niet nieuw. Ze zijn in lijn met de landbouwvisie die voormalig minister Schouten presenteerde. Al zijn de richtingen nu minder vrijblijvend. Het gaat om innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen. Alle blijvers – en dat zullen er volgens het kabinet altijd meer zijn dan de stoppers – moeten verduurzamen. Hoewel veel boeren al bezig zijn met kringlooplandbouw, moet dit proces versnellen. Het gaat dan niet alleen om het sluiten van de nutriëntenkringloop, maar ook om het verminderen van milieudruk én het bijdragen aan natuur en landschap, bodemgezondheid, dierenwelzijn en dier- en volksgezondheid.

Mest en gewasbeschermingsmiddelen

Voor akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt en grondgebonden veehouderij geldt dat ze moeten voldoen aan natuur-, milieu- en klimaatdoelen. Het gaat hierbij niet alleen om het reduceren van stikstof en CO2 en herstel van de natuur, maar ook om kaders die zijn gesteld rond mest en gewasbeschermingsmiddelen. Dit kan ook tot gevolg hebben dat plantaardige bedrijven niet in de huidige vorm door kunnen. De stoppersregelingen worden hiervoor aangepast.

De verlaagde opbrengst brengt risico’s met zich mee voor de inkomenspositie van de boer

Melkveebedrijven moeten in 2032 grondgebonden zijn. De mest moet op eigen bedrijf worden geplaatst, of op een bedrijf waarmee een intensieve samenwerking is. Het wetsvoorstel hiervoor komt komend najaar.

Intensieve veehouderijbedrijven moeten de druk op de leefomgeving minimaliseren door te zorgen voor emissiearme bedrijfsvoering, zuinig gebruik van grondstoffen en energie, hergebruik van reststromen en het leveren van hoogwaardige meststoffen. Nieuwe vormen van landbouw, zoals de teelt van biogrondstoffen, moet ook perspectief bieden voor de toekomst.

Natura 2000-gebieden

In veenweidegebieden, Natura 2000-gebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, de kwetsbare beekdalen en overgangsgebieden rond Natura2000-gebieden zijn de opgaven het grootst. Het kabinet stimuleert boeren die daar willen blijven om te extensiveren door minder dieren per hectare te gaan houden of door meer maaigewassen in het bouwplan op te nemen. De verlaagde opbrengst brengt risico’s met zich mee voor de inkomenspositie van de boer. Staghouwer ziet echter wel mogelijkheden voor het creëren van een hogere prijs per product, door middel van een hoger niveau van dierenwelzijn of omschakelen naar biologische productie.

Het kabinet stelt tot en met 2035 ruim € 24 miljard beschikbaar voor de transitie in het landelijk gebied

Het sociaaleconomisch perspectief voor boeren is een van de voorwaarden voor succesvolle gebiedsplannen. Van ieder gebiedsplan wordt een impactanalyse voor de landbouw gemaakt waaruit moet blijken hoe rendabel het voor de blijvers wordt. De plannen moeten voldoende zekerheid bieden voor het verdienvermogen, de bedrijfseconomische continuïteit en financierbaarheid van investeringen van boeren.

Verantwoordelijkheid niet alleen bij boer

De last van deze gedwongen verandering van de landbouw wil Staghouwer niet alleen bij de boer neerleggen, maar bij de hele voedselketen. “De manier van werken waarmee de Nederlandse landbouw wereldwijd groot is geworden, is in de afgelopen decennia door overheid, wetenschap, industrie, handel, bankwezen en consumenten gezien als de beste manier”, aldus Staghouwer. Hij wil daarom de verantwoordelijkheid om te veranderen niet alleen bij de boer neer leggen.

Subsidie en financieringsmogelijkheden

Het Rijk zal bijdragen bij de transitie met subsidie- en financieringsregelingen. De ondersteuning voor de omslag in de landbouw wordt gefinancierd uit het Transitiefonds. Het kabinet stelt tot en met 2035 ruim € 24 miljard beschikbaar voor de transitie in het landelijk gebied om daarmee doelstellingen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat te halen. Boeren kunnen vanuit dat fonds bijvoorbeeld ondersteuning krijgen bij investeringen in innovaties, maar ook stoppers worden vanuit dit fonds ondersteund.

Ketenpartijen krijgen bij de transitie ook een veel minder vrijblijvende rol.

Er zijn al veel regelingen om innovatie, kennisontwikkeling en omschakeling te ondersteunen. Het kabinet zegt toe om bestaande instrumenten aan te passen, nieuwe instrumenten te ontwikkelen of budgetten te verhogen als dat nodig is.

Rol van supermarkten

Ketenpartijen krijgen bij de transitie ook een veel minder vrijblijvende rol. Staghouwer gaat nog deze zomer in gesprek met ketenpartijen om tot bindende afspraken te komen over de afzet van duurzame producten en een betere prijs voor de boer. Als deze gesprekken begin 2023 nog niet tot resultaat hebben geleid, zullen wettelijke maatregelen genomen worden. Tot nu toe werd de afzet van producten met extra duurzaamheidseisen aan de markt over gelaten. De afzet ervan neemt wel toe, maar het gaat te langzaam, vindt het kabinet.

Het kabinet erkent dat de transitie van de landbouw het verdienvermogen en de bedrijfseconomische continuïteit van de Nederlandse landbouw op de internationale markt onder druk zet. Nederland wil de export meer gaan richten op kwalitatief hoogwaardige producten, in plaats van de focus op grote volumes. Duurzaamheid mag zich niet uit de markt prijzen, maar moet zich juist ín de markt prijzen”, aldus Staghouwer.

De overheid wil zich hard maken voor het verankeren van hogere normen in WTO-verband. Hoewel het kabinet pogingen doet om perspectief te bieden voor blijvers, biedt het geen garanties omdat de afzet van landbouwproducten marktafhankelijk blijft.

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur
Meer over


Beheer