Start-up Pats: Minidrones op insectenjacht in de kas

Het idee van minidrones op insectenjacht in tuinbouwkassen ontstond na een zomernacht met muggenbeten. Was daar nou niks handigs op te verzinnen, vroeg de ene aan de andere Delftse ingenieur en drone-onderzoeker de volgende ochtend bij de spreekwoordelijke koffieautomaat.

Die jonge ingenieurs waren Sjoerd Tijmons en Kevin van Hecke van het Delftse Drone Lab. Verder filosoferend over deze spontaan opgekomen probleemstelling met Bram Tijmons – broer van Sjoerd en net klaar met Bedrijfskunde aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – kwam van het een het ander. Eind 2016 was er een octrooi op een insectendetectiesysteem, dat een minidrone kan aansturen, die daarop van zijn laadstation wegvliegt, de mot in zijn vlucht met zijn rotortjes vermaalt en weer terug vliegt.

Tuinders aanschrijven

“We hadden een gepatenteerde oplossing. Maar welk probleem konden we daarmee bedrijfsmatig gaan aanpakken? Op een verjaardag adviseerde de vader van de zwager van mijn broer om tuinders te proberen te interesseren. Wij hebben toen tuindersbedrijven aangeschreven. Tot onze verrassing mailden en belde een aantal vrijwel meteen spontaan terug. Dat blijkt in de tuinbouw toch heel anders te werken dan bij grote bedrijven waar je eerst langs 27 lagen moet.”

Mot bestrijden met drones in gerbera

Aan de hand van de reacties begon het inventariseren en kwantificeren: in welke teelten zijn welke insecten een moeilijk te bestrijden probleem. “En kijken in welke teelten we relatief makkelijk met onze minidrones aan de slag zouden kunnen. Motten in gerbera’s was het eerste voorbeeld. In bloemenkassen is veel meer ruimte voor drones. Geen hoog gewas, geen gewastouwtjes die in de weg hangen zoals in de groenteteelten. En de motten vliegen ’s nachts, dus de drones kunnen er achteraan zonder tegen medewerkers aan te vliegen.”

Lees verder onder de video

Verbonden met TU Delft

Feitelijk was wat ’Pats indoor drone solutions’ ging worden toen nog in de aanloopfase naar de status van start-up. Nog geen naam, geen medewerkers, veel werk in de avonduren op spreekwoordelijke zolderkamertjes.

“Vanaf het begin wel met ondersteuning en meedenken van mensen van TU Delft. In 2018 pitchten we ons idee bij start-upplatform Yes Delft. We verzonnen de naam en kregen een start-up voucher van € 2.500 van de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek voor het eerste prototype. Sjoerd kwam toen ‘in dienst’ van Pats en met een subsidie van € 40.000 van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) konden we een haalbaarheidsonderzoek doen.”

Deel uitmaken van een ‘start-up-ecosysteem’ zoals dat in Delft is ontstaan, is volgens Bram heel belangrijk. Stapje voor stapje konden de stichters van Pats hun onderzoeksaanstellingen bij de TU op logische momenten verruilen voor een fulltime dienstverband bij het eigen nieuwe bedrijfje, waar de TU nog overigens steeds een aandeel in heeft als mede-eigenaar van het patent.

We hebben ook kennis nodig van hoe die insecten zich gedragen

“Door de link met de TU blijven we ook in beeld voor stagiairs van allerlei vakgroepen, zoals Mechatronica, Natuurkunde, Aerospace en ook eentje uit Wageningen van de vakgroep Biosystems Engineering. Want behalve kennis van hoe camera’s en sensoren en uiteraard de drones werken, hebben we ook kennis nodig van hoe die insecten zich gedragen. Wat vliegt er wanneer allemaal door het beeld? Hoe ontwikkelt zich een plaag? Allemaal kennis en data die je ook aan die tuinder wil verkopen.”

Lees verder onder de tweet

Stap van start-up naar echt bedrijf financieren

Een mooi idee, dat aanslaat bij een sector en dat bij een paar klanten ook in de praktijk lijkt te werken. Maar dan? “Dan komt elke start-up in de beruchte ‘valley of death’. De stap van start-up naar echt een eigen bedrijf met een eigen kantoor en een solide klantenbasis, dat kan bijna niemand zelf financieren. En dan hebben we nu ook nog de coronacrisis, die bij onze klanten in de sierteelt en bij Koppert Cress, waar we ook tests doen, hard heeft toegeslagen. We hebben nu zogenaamde zachte leningen van NWO en van Innovation Quarter, de ontwikkelingsmaatschappij van de provincie Zuid-Holland.”

“We voeren ook verkennende gesprekken met investeerders. Dat laatste luistert wel nauw. Je kunt te vroeg zijn en dan verkoop je een aandeel in je bedrijf misschien te goedkoop. Maar als je te laat bent komt je goede idee misschien helemaal niet van de grond.” En dat zou juist voor een bedrijf in de ‘indoor drone solutions’ bepaald ironisch zijn.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.