Steeds meer lidstaten willen toelating kunstmestvervanger renure

18-10 | |
Foto: Koos van der Spek
Foto: Koos van der Spek

De Europese Commissie kijkt naar de toelating van mineralenconcentraat renure als kunstmestvervanger. Of het dan in Nederland mag worden toegepast, is nog zeer de vraag.

Steeds meer Europese lidstaten willen mineralenconcentraat uit dierlijke mest (renure) toelaten als kunstmestvervanger. Dat blijkt tijdens de Europese Raad van landbouwministers in Luxemburg. Veertien Europese lidstaten, waaronder Italië, Portugal, Spanje, Polen, Nederland en Denemarken steunen een Belgisch voorstel om renure toe te staan als kunstmestvervangers.

Voedselzekerheid

Door de huidige situatie van hoge gasprijzen zijn de kosten van kunstmest aanzienlijk gestegen. Vijftien Europese lidstaten pleiten er daarom voor om de mogelijkheden voor het gebruik van meststoffen op basis van dierlijke mest uit te breiden. Dit draagt bij aan het sluiten van kringlopen, het verlagen van de milieudruk en het maakt Europa minder afhankelijk van de import van grondstoffen en gas uit landen als Rusland en Oekraïne. Vanwege de hoge kosten van kunstmest en beperkte beschikbaarheid ervan, hopen de lidstaten dat het toestaan van de meststof bij kan dragen aan de voedselzekerheid in Europa.

Plan in november

Eurocommissaris Janusz Wojciechowski werkt momenteel aan een communicatie over kunstmest. Op 9 november presenteert de commissie een plan om de beschikbaarheid van meststoffen te verbeteren in het kader van de voedselzekerheid in Europa.

Drie hoofdlijnen

De commissie heeft daarbij drie hoofdlijnen. De eerste is het ondersteunen van kunstmestfabrieken zodat de branche blijft bestaan. “Veel bedrijven hebben hun productie al stil gelegd vanwege de hoge gasprijzen. We moeten ervoor zorgen dat we in Europa productie houden, omdat ze een belangrijke speler zijn van de voedselketen”, aldus Wojciechowski.

De tweede pijler richt zich op het beschikbaar houden van meststoffen voor boeren. Hoewel in de Green Deal plannen zijn om het kunstmestgebruik in de EU te verlagen, is het op de korte termijn wel van belang dat er betaalbare meststoffen beschikbaar zijn, legt de commissaris uit. “We kunnen niet zomaar per direct met kunstmest stoppen.”

In de derde pijler is vooral aandacht voor het verlagen van het kunstmestgebruik voor de lange termijn, zonder dat de voedselproductie in gevaar komt. De focus ligt daarbij onder andere op precisielandbouw en het beter gebruik van mineralen uit reststoffen.

Gebruik van renure

Wojciechowski zegt de landbouwministers tijdens de landbouwraad toe het gebruik van renure mee te nemen in de kunstmestvisie. Hij wijst er daarbij wel op dat het gebruik van renure nu al mogelijk is, al wordt het dan aangewezen als dierlijke mest. Omdat het gebruik van renure kan leiden tot hogere ammoniakuitstoot dan het gebruik van kunstmest, kijkt de Europese Commissie kritisch naar de inzet van de meststof. Het mag niet nadelig zijn voor de water- en luchtkwaliteit, zegt Wojciechowski.

Kansen in gebieden waar geen beperkingen zijn qua mestgebruik

Op ongeveer 30% van het Europese grondgebied zijn geen beperkingen aan het gebruik van meststoffen, in het overige deel, waaronder in Nederland, is vanwege de waterkwaliteit wel een maximum gesteld van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. De Eurocommissaris ziet de kansen voor de inzet van renure als kunstmestvervanger vooral in gebieden waar geen beperkingen zijn qua mestgebruik. De Eurocommissaris tempert het enthousiasme voor de meststof ook door te zeggen dat 90% van de dierlijke mest in Europa rechtstreeks op het land wordt aangewend, waardoor de potentie van de meststof beperkt is.

Meer prijsinformatie over kunstmest vind je op FoodAgribusiness.nl/markt

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur
Meer over


Beheer