Stegeman: ‘Kans op pandemie uit intensieve veehouderij nihil’

Wakker Dier noemt de intensieve veehouderij als belangrijke speler in de uitbraak van mogelijk een nieuwe pandemie. Epidemioloog Arjan Stegeman ziet dat echter anders. Hoe zit dat?

Stichting Wakker Dier bepleit in een mediacampagne dat de veehouderij op de schop moet. Het coronavirus ‘toont aan dat we spelen met vuur’, zo schrijft de dierenorganisatie. De intensieve veehouderij zou ‘een broedplaats voor potentieel gevaarlijke zoönosen’ zijn: ‘Het is niet de vraag of, maar wanneer de volgende pandemie uitbreekt.’ Zomaar een greep uit enkele statements uit de campagne.

Zoönose

Maar de realiteit ziet er anders uit en ligt ingewikkelder, vertelt veterinair epidemioloog Arjan Stegeman van Universiteit Utrecht. Ten eerste moet je onderscheid maken tussen verschillende zoönosen. “Zoönosen zijn ziektes die van dier op mens overdraagbaar zijn. Die zijn er in vele vormen en maten. Dat hoort nou eenmaal bij de manier waarop wij als mens en dier samenleven. Het coronavirus is echter een gecompliceerd geval. Na zoönose (dier op mens) verspreidt het virus zich hoofdzakelijk van mens op mens, wat geleid heeft tot een pandemie. Daar kennen we er niet veel van in de recente geschiedenis. De meest bekende zijn SARS-1 in 2003 en de Mexicaanse griep in 2009.”

Veehouderij niet de oorzaak

Voor de bekende pandemieën is de (intensieve) veehouderij niet verantwoordelijk, volgens Stegeman. “Dergelijke virussen komen van vleermuizen of andere in het wild levende dieren. Vervolgens kan door menselijk handelen het virus overgedragen worden op andere mensen of op dieren. Zoals wij de veehouderij nu ingevuld hebben, staat het vee vaak in de stal. En dat is niet voor niks. Zo worden ziektekiemen zo veel mogelijk buiten gehouden.”

Het risico op een uitbraak met vogelgriep is bij bedrijven met buitenloop 7 keer zo hoog als bedrijven die het pluimvee binnenhouden

Vrije uitloop vergroot risico

Een extensievere veehouderij met vrije uitloopstallen, daarentegen, is veel vatbaarder voor insleep van ziektes. Daar is de afstand tussen wilde en gehouden dieren kleiner. Het is volgens Stegeman dan ook maar de vraag hoe wenselijk een extensieve richting is met veel vrije uitloop. “Het risico op een uitbraak met vogelgriep is bij bedrijven met buitenloop 7 keer zo hoog als bedrijven die het pluimvee binnenhouden. Als we alle pluimvee buiten zouden houden zou het risico op een uitbraak in Nederland dus sterk toenemen. Ik zie ook in de toekomst een mix van productiesystemen in Europa, extensief naast hightech intensief, waarbij het laatste mainstream blijft.”

Vogelgriep

Voor veel ziektekiemen fungeert een stal wel als een soort versterker, waarmee de veehouderij wel een rol inneemt. Als de ziektekiem eenmaal binnen is, dan kan het snel onder de dieren verspreid worden en langdurig een probleem vormen.

Als voorbeeld noemt Stegeman de hoogpathogene vogelgriepvariant H5N1. “Deze virusvariant is in de pluimveehouderij in Azië en Afrika onvoldoende bestreden en heeft zich van daaruit in de wilde vogels genesteld en aangepast. Daarom staat de pluimveehouderij in Europa regelmatig bloot aan deze virussen tijdens de najaarstrek van vogels. Het virus heeft zich destijds dusdanig weten te muteren dat wilde vogels wel besmet worden, maar vaak niet ziek.” Het heeft echter niet geleid tot een pandemie bij de mens.

Klassieke uitbraak

Nieuwe pandemische griepvirussen ontstaan doordat virussen klassiek vaak van eenden, via varkens naar mensen overspringen. “Varkens hebben receptoren voor het virus van zowel mensen als vogels, en worden daarom gezien als belangrijke tussengastheer van ziektes op mensen”, aldus Stegeman. Deze klassieke verspreiding zie je overigens vooral in delen van Afrika en Azië, vertelt hij. “Veel mensen leven daar in nauw verband met gehouden (pluim)vee en wilde dieren. Daarbij is de kans groter dat (nog onbekende) ziektes uiteindelijk bij de mens belanden en uit kunnen monden tot pandemie.”

Het statement van Wakker Dier dat ontbossing leidt tot het ontstaan van ziektes hangt daarmee samen. Door meer bos te kappen, vergroot je de mogelijkheid van contact tussen mens en vee met wilde dieren. “Dat speelt overigens meer in Azië en Zuid-Amerika. Hetzelfde geldt voor het eten van wilde dieren die mogelijk op de mens overdraagbare ziektes bij zich dragen, zoals apen en vleermuizen.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.