Stikstof- en fosfaatproductie in 2019 verder gedaald

De Nederlandse veestapel heeft in 2019 2,6% minder stikstof en 3,7% minder fosfaat uitgestoten dan in 2018.

De stikstofproductie ligt met 490 miljoen kilo onder het nationale stikstofplafond van 504,4 miljoen kilo, zo blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. De fosfaatproductie komt in 2019 op 156 miljoen kilo, 10% onder het plafond van 172,9 miljoen kilo.

Minder dieren

De daling van de totale stikstofproductie is voor 86% toe te rekenen aan minder dieren, 14% komt door de aanpassing van de mestproductie per dier. Bij fosfaat is twee derde van de daling het gevolg van minder dieren. Zowel het aantal runderen als varkens en kippen daalde in 2019. Het is voor het vijfde jaar op rij dat de fosfaatproductie van de veestapel daalt. De stikstofproductie neemt sinds 2017 af.

Stikstofuitstoot melkvee onder plafond

De stikstofuitscheiding van de melkveestapel was in 2019 met 280,6 miljoen kilo 9,3 miljoen kilo (3,2%) minder dan in 2018. Daarmee is de stikstofuitstoot ook in deze sector onder het sectorplafond van 281,8 miljoen kilo gekomen. In 2018 lag de productie nog boven het plafond, maar door de toegestane middeling van uitstoot over 5 jaar – vanwege schommelingen in ruwvoerkwaliteit – kon Nederland toch naar Brussel rapporteren dat de productie gemiddeld onder het sectorplafond lag.

De fosfaatproductie van de melkveesector bedroeg in 2019 75,1 miljoen kilo. Dat is 3,6 miljoen (4,6%) kilo minder dan in 2018. De fosfaatproductie ligt daarmee bijna 12% onder het sectorplafond voor de melkveehouderij van 84,9 miljoen kilo. Vleesrundvee produceerde 11,8 miljoen kilogram fosfaat, ruim 2% minder dan het jaar daarvoor.

Bij melkvee is driekwart van de lagere stikstofuitstoot en de helft van de daling in fosfaat toe te rekenen aan de gedaalde veestapel. Ook voermaatregelen hebben effect.

Stikstofgehalte in voer gedaald

Sinds 2015 is het stikstofgehalte in mengvoer met 7% gedaald naar 28,4 gram per kilo. Het stikstofgehalte in kuilgras nam in dezelfde periode echter toe met 7%, naar 29,1 gram/kg drogestof. Het fosforgehalte in mengvoer daalde in deze periode van 4,5 naar 4 gram fosfor per kilo, in kuilgras daalde het van 4,0 naar 3,6 gram per kilo drogestof. Het totale voerverbruik per koe was in 2019 vergelijkbaar met 2018, net als de gemiddelde melkproductie. Die komt in 2019 uit op 8.870 kilo per koe.

Minder varkens en kippen

In 2018 werden 6,6% minder fokvarkens gehouden en 1,1% minder vleesvarkens. Daardoor daalde de stikstof- en fosfaatproductie in deze veehouderijtak met respectievelijk 2,7 en 2,9%. De stikstofproductie van de varkenshouderij is in 2019 94,2 miljoen kilo, ruim onder het sectorplafond van 99,1 miljoen kilo.

De fosfaatuitscheiding is met 36,6 miljoen kilo ook ruim lager dan het sectorplafond van 39,7 miljoen kilo. De stikstof- en fosfaatuitscheiding van legpluimvee daalde vorig jaar bijna 6%, terwijl de uitstoot van vleespluimvee onveranderd bleef. De totale pluimveesector produceerde in 2019 54,5 miljoen kilo stikstof en 24,7 miljoen kilo fosfaat. Dat is beide ruim onder de sectorplafonds van respectievelijk 60,3 miljoen en 27,4 miljoen kilo stikstof en fosfaat.

Groei bij ‘overige dieren’

De enige categorie waarin meer mest werd geproduceerd is de categorie overig. Het aantal schapen en geiten nam toe, terwijl het aantal nertsen daalde. De stikstofproductie in deze categorie nam met 1,3 miljoen kilo toe naar 24,0 miljoen kilo. De fosfaatproductie bleef nagenoeg gelijk op 8 miljoen kilo.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.