‘Stikstofdepositie Natura2000-gebied overschat’

04-02-2020 | |
Foto: Henk Riswick
Foto: Henk Riswick

Het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS-model) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zou als rekenmodel ongeschikt zijn om de verspreiding van ammoniak uit de veehouderij te simuleren.

Volgens een studie van voormalig student Farming Systems Ecology (landbouwsystemen ecologie) Janklaas Santing zou deze RIVM-methode de stikstofdepositie veel te hoog inschatten. Acht jaar nadat hij het afstudeerproject heeft uitgevoerd, staat het rapport van Santing weer in de belangstelling.

Potten met zomergerst

Santing, tegenwoordig biologisch melkveehouder in Ravenswoud (Fr.), onderzocht in 2011 en 2012 de stikstofdepositie en ammoniakverspreiding van vijf direct aan de noordkant van het Drentse Natura2000-gebied Dwingelderveld gelegen melkveehouderijen. Een van die bedrijven hield 600 grootvee-eenheden (GVE) en de andere zo’n 100 koeien. Uit zijn onderzoek bleek dat bij het bedrijf met 600 GVE – een bedrijf dat de koeien jaarrond op stal hield – op 400 meter afstand een meetbare stikstofdepositie van het bedrijf werd gevonden. Bij de andere 4 melkveebedrijven was op meer dan 50 meter afstand al geen meetbare stikstofdepositie meer. De student kwam tot dit resultaat door op 26 locaties potten met zomergerst te plaatsen en daarmee de natte (met neerslag) en droge depositie van stikstof te bepalen.

Van februari 2011 tot februari 2012

De ammoniakconcentratie-metingen voor het onderzoek van de WUR-student vonden plaats van februari 2011 tot februari 2012 en de depositiemetingen met biomonitoren tijdens een periode van 85 dagen in het voorjaar van 2011.

‘RIVM deed niets met bevindingen’

Vorige jaar meldde Santing in de Telegraaf al dat hij zijn bevindingen aan het RIVM had doorgegeven, maar dat er niets mee is gedaan. “Ik werd al snel aan de kant gezet. Mijn resultaten pasten niet in hun straatje”, aldus Santing.

Beukema
Eric Beukema Redacteur


Beheer