Stikstofreductie echt nodig om natuur te herstellen

De discussie over stikstof duurt al maanden, maar nog steeds weten zelfs politici niet wat te veel stikstof nu eigenlijk doet met de natuur. Jarenlange stikstofdepositie heeft de Nederlandse natuur negatief beïnvloed, zeggen twintig experts.

Van Thierry Baudet horen we dat ‘stikstof goed is voor planten en we gewoon wat meer bomen krijgen’, van Rob Jetten horen we dat ‘stikstof een verstikkende deken vormt waardoor de natuur langzaam afsterft’, en van Simon Rozendaal dat ‘stikstof de grond vruchtbaar maakt’.

Omdat er zoveel belangen op het spel staan, vinden wij, twintig experts op het gebied van stikstof, dat duidelijk moet zijn wat stikstof nu echt doet in ecosystemen, en de discussie gevoerd wordt op basis van feiten.

Stikstof essentieel voor planten

Voor planten is stikstof een van de veertien essentiële voedingsstoffen; in de meeste ecosystemen zelfs de meest beperkende. Hoewel lucht voor 78% uit stikstof bestaat, kunnen maar enkele plantensoorten, zoals klaver, die stikstof gebruiken dankzij samenwerking met bacteriën. Stikstof dat in plantenmateriaal zit, wordt vervolgens beschikbaar gemaakt door omzetting in ammonium (NH4+) en nitraat (NO3) door bodemmicro-organismen.

De stikstofverbindingen die mensen in de lucht brengen – ammoniak (NH3) uit de veehouderij en stikstofoxiden (NO en NO2) uit het verkeer en de industrie – lijken daar veel op en zijn na omzetting in de bodem dus wél direct opneembaar voor planten. Maar de ene plantensoort is daar beter in dan de andere.

Door te veel stikstof verdwijnt voeding

De grootste gevolgen van te veel stikstof zien we waar de bodem arm is, zoals de hei, maar ook in soortenrijke graslanden, bossen op arme zandgronden, veengebieden en duingebieden. Hier verdringen snelle groeiers, bijvoorbeeld grassen zoals pijpenstrootje, de langzame groeiers, zoals bijvoorbeeld heide en kleine kruiden. Het open karakter in bossen verdwijnt en de natuur wordt eenvormiger: overal domineren dezelfde, snelgroeiende soorten.

Misschien nog belangrijker is dat stikstofverrijking leidt tot versnelde verzuring van de bodem. Stikstofoxiden worden in water omgezet naar nitraat waarbij salpeterzuur wordt geproduceerd; ammoniak wordt omgezet naar ammonium, waarbij zuur wordt geconsumeerd. In de bodem werkt ammoniak alsnog verzurend als ammonium wordt omgezet naar nitraat (salpeterzuur) en dan uitspoelt met regenwater. Het zuur maakt dat belangrijke plantenvoedingsstoffen, zoals calcium, magnesium en kalium, kunnen uitspoelen met het nitraat. Ook kunnen stoffen vrijkomen die giftig zijn, zoals aluminium. Wat overblijft, zijn zure bodems met veel stikstof maar weinig andere essentiële voedingsstoffen. Hierop kunnen veel plantensoorten simpelweg niet overleven.

Deze veranderde balans van voedingsstoffen in de bodem heeft tot gevolg dat de balans in planten verstoord wordt; bladeren raken verrijkt in stikstof, maar verarmd in andere voedingsstoffen. Daardoor gaan planten minder hard groeien en worden ze kwetsbaarder voor andere verstoringen, zoals droogte, insectenplagen en bodemziektes.

Bovengronds schaadt overmatige stikstof ook de dierenwereld.

Verdwijnende diersoorten en kalkgebrek

Met het verlies van plantensoorten verdwijnen de diersoorten die daarvan afhankelijk zijn, bijvoorbeeld insecten. Waar de insecten in aantal afnemen, volgen de vogels. Ook lijden dieren rechtstreeks onder tekorten van bepaalde voedingsstoffen in hun voedsel. Dunne eierschalen en koolmeeskuikens met zwakke skeletten bijvoorbeeld duiden op ernstig kalkgebrek.

Onder de grond vermindert stikstof de hoeveelheid micro-organismen. Vooral schimmels delven het onderspit, inclusief mycorrhiza’s, die de plant helpen om voedingsstoffen op te nemen. Planten hebben minder wortels nodig om op zoek te gaan naar stikstof. Deze veranderingen betekenen dat planten en micro-organismen minder goed stikstof kunnen opnemen en vasthouden: het systeem gaat stikstof ‘lekken’, wat leidt tot nitraatgehaltes in het grondwater die de drinkwaternorm kunnen overschrijden. De bodemorganismen die overblijven zijn minder weerbaar tegen droogte en bodemziektes.

Aanpak stikstofdepositie nodig om natuur te herstellen

Het is dus zeker niet zo dat ‘enkele soorten verdwijnen die toch niet in Nederland thuishoren’ of dat ‘er gewoon wat meer bomen komen’. Jarenlange stikstofdepositie heeft alle Nederlandse natuur beïnvloed en, hoewel de reductie in stikstofdepositie sinds de jaren negentig tot verbeteringen heeft geleid, is de voedingsbalans in veel Nederlandse ecosystemen nog steeds verstoord. Verdere reductie van stikstofdepositie, door nationale en internationale afspraken, en effectief beheer om de balans van voedingsstoffen te herstellen, zijn nodig om de natuur te herstellen.

Door Franciska de Vries, Albert Tietema, Annemieke Kooijman (Universiteit van Amsterdam), Patrick Jansen, Wim de Vries, Liesje Mommer, Ellis Hoffland, Jan Willem van Groenigen, Gerlinde de Deyn, Han van Dobben, Jan den Ouden, Frank Berendse, Rienk Jan Bijlsma (Wageningen Universiteit & Research) Han Olff (Rijksuniversiteit Groningen) Jan Willem Erisman (Louis Bolk Instituut) Henk Siepel, Hans de Kroon (Radboud Universiteit Nijmegen) Michiel Wallis de Vries (De Vlinderstichting) Roland Bobbink en Maaike Weijters (Onderzoekcentrum B-Ware)

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.