Stikstofreductie is geen wetenschap, maar politiek

24-06 | |
stikstofreductie
Minister Christianne van der Wal hakte op 10 juni de knoop door en maakte de keuzes voor reductiepercentages. - Foto: ANP

Niet de wetenschap bepaalt de stikstofkeuze, maar de politiek.

“Als er beslissingen genomen moeten worden, laten die dan gebaseerd zijn op betrouwbare modellen en cijfers”, zei Zuid-Hollands VVD-Statenlid Mirjam Nelisse, inmiddels al weer twee weken geleden, tijdens een bewogen algemene ledenvergadering van de VVD. Zij kreeg een meerderheid achter de (mede) door haar ingediende motie.

VVD-Kamerlid Thom van Campen ging een heel eind met de motie mee, maar hij wilde niet gezegd hebben dat het beleid was gebaseerd op achterhaalde wetenschap.

Minister Van der Wal zei het ook: “We baseren ons op wetenschap.” Minister-president Mark Rutte zei eerder dit jaar dat het kabinet zal werken “op basis van wetenschappelijk advies”.

Politieke beslissing

Deze week stond, verborgen in bijna 100 pagina’s schriftelijke antwoorden op 210 vragen vanuit de Tweede Kamer, een zin waaruit je niet anders kunt concluderen dat de vaststelling van stikstofreductiedoelen een politieke beslissing is geweest.

Weliswaar zijn die doelen met hulp van de wetenschap tot stand gekomen, maar het is minister Christianne van der Wal geweest die op 10 juni de knoop doorhakte en de keuzes maakte voor reductiepercentages en hoe ze die reductie wilde verdelen over de landbouw in Nederland. En dat geldt evenzeer voor de doelen die inmiddels in de wet staan en die volgens het coalitieakkoord moeten worden aangescherpt.

Dat 74% van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde moet komen, is een politiek besluit

Van der Wal schreef deze week: “De wettelijke doelen zijn als zodanig niet rechtstreeks gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken, maar de uitkomst van de politieke besluitvorming over de Wet stikstofreductie en natuurverbetering.”

Wetenschappelijk onderzoek heeft het kabinet geholpen en de gebruikte kritische depositiewaarden zijn ook wetenschappelijk verantwoord, maar het feit dat 74% van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde moet komen, is een politiek besluit. Het had (bijvoorbeeld) ook 50% kunnen zijn, of 23%. Dan had D66 er waarschijnlijk geen handtekening onder gezet. Het had ook 80% kunnen zijn, of 90%. Dan zouden CDA, VVD en ChristenUnie er niet voor hebben getekend.

Logische uitkomst

Toen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een week geleden in de Tweede Kamer uitlegde hoe de stikstofreductiecijfers tot stand waren gekomen, gingen bij een aantal toehoorders wat belletjes rinkelen. Die percentages waren niet de uitkomst van wetenschappelijk vastgestelde feiten, maar een logische uitkomst nadat de minister had opgedragen met (politiek) bepaalde uitgangspunten te gaan rekenen.

De minister liet zich daarbij mede leiden door wat wetenschappers hadden aangedragen, maar het was haar keus om die richting op te gaan. Het is geen onontkoombare wetenschappelijke conclusie waarop de minister zich baseert.

Kaartje

Dat geldt ook voor het vermaledijde kaartje met daarop gebieden met verschillende reductiepercentages. Het kaartje geeft richtinggevende doelen, maar als een provincie besluit daar een andere invulling aan te geven, kan dat. De kaart is geen onontkoombaar wetenschappelijk dictaat, en ook geen politiek vaststaand gegeven.

Braakman
Jan Braakman Redacteur
Meer over


Beheer