Strenge randvoorwaarden maken GLB onaantrekkelijk

18-06 | |
Foto: Lex Salverda
Foto: Lex Salverda

Het wordt voor veel Nederlandse boeren onaantrekkelijk om te voldoen aan de voorwaarden voor hectaresteun uit het GLB.

Neem bijvoorbeeld het vereiste dat 4% van het bouwland braak moet blijven en dat langs sloten brede bufferstroken moeten komen. De inkomsten die akkerbouwers en veehouders mislopen, zullen groter zijn dan het bedrag dat in de basisvergoeding wordt uitgekeerd. Dat blijkt onder andere uit de praktijktoets van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Hetzelfde geldt voor de eco-regeling, die in plaats van de vergroeningsregeling komt, die te weinig opties biedt voor met name akkerbouwers om mee te doen. LTO Nederland verwacht dat de helft van de ondernemers in 2023 niet meer mee kunnen doen aan het GLB. LNV heeft aan de hand van de tweede praktijktoets de puntenwaardering voor enkele eco-activiteiten aangepast om de eco-regeling voor meer agrariërs toegankelijk te maken, maar dit zal vooral akkerbouwers en groenten- en fruittelers niet helpen. Ook voor schapen- en vleesveehouders dreigt een hard gelag: er is geen duidelijkheid over een vervolg op de bestaande graasdierenvergoeding. Het is ook onmogelijk om in de eco-regeling te scoren op dierenwelzijn, ziet LTO.

Leren van eerste GLB-jaar

Wel is de verwachting dat Nederlandse bedrijven hoog zullen scoren op op het gebied van klimaat, water en bodem. Maar om in aanmerking te komen, moeten ook punten gescoord worden op het gebied van landschap en biodiversiteit. In een ‘open landschap’, zoals de Nederlandse polder, is dit echter lastig, blijkt uit de praktijktoets.

LTO vraagt daarom het kabinet om 2023 als eerste GLB-jaar te gebruiken om van te leren en de regeling aan te passen. Nederland wil het Nationaal Strategisch Plan (NSP), de uitwerking van de Europese regeling, in juli indienen in Brussel, maar LTO vraagt om daar nog mee te wachten.

van Rooijen
Meer over


Beheer