‘Strijd’ over vergunningplicht beweiden gaat door

Er blijft onenigheid tussen de landelijke en provinciale overheid en rechterlijke macht over de noodzaak van het hebben van een vergunning voor het beweiden in de buurt van Natura 2000-gebieden.

Dat blijkt opnieuw uit een recente uitspraak van de Raad van State (RvS) over het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen.

Sinds de vernietigende uitspraak van de RvS over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) oordeelt de rechterlijke macht dat het beweiden leidt tot stikstofuitstoot die een nadelig effect kan hebben op een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Daarom is een vergunningaanvraag voor die activiteit nodig om te kunnen toetsen wat de effecten van dat beweiden op de natuur is, aldus de RvS in de PAS-uitspraak van 29 mei 2019.

Geen vergunningsplicht

Landbouwminister Carola Schouten is het niet eens met die zienswijze en wil géén afzonderlijke vergunningplicht voor het beweiden. Haar redenering is dat boeren is in de buurt van een Natura 2000-gebied al een vergunning nodig voor het uitoefenen van een bedrijf op die locatie. Dat koeien in de wei lopen hoort in haar visie onlosmakelijk bij het boerenbedrijf. Een breed maatschappelijk draagvlak vraagt er juist om dat het buiten laten lopen van koeien gestimuleerd wordt, aldus landelijke en provinciale beleidsmakers.

In het Interprovinciaal Overleg delen de twaalf provincies de zienswijze van minister Schouten en is afgesproken dat boeren geen vergunning nodig hebben voor weidegang bij Natura 2000-gebieden.

Rechters houden vast

De RvS is het duidelijk niet eens met deze aanpak. In een recente uitspraak waar de Stichting Brabantse Milieufederatie een zaak aanspande tegen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen’, blijken de rechters vast te houden aan de ingezette lijn van de PAS-uitspraak. Het Rucphense bestemmingplan biedt veehouders de mogelijkheid ook vee dat tot nu toe permanent op stal staat toch te laten weiden. Dat zou een toename van het beweiden betekenen zonder dat de gevolgen daarvan voor Natura 2000-gebieden is onderzocht. Dat is in strijd met artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming, stelt de RVS. Dat artikel stelt dat alle mogelijke verslechterende of verstorende effecten op Natura 2000-gebieden beoordeeld moeten worden. ‘Daarmee moet de zekerheid verkregen worden dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast’, aldus de RVS in de uitspraak.

Consequenties voor de natuur

Uit deze uitspraak blijkt dat enkel de stelling van minister Schouten en de provincies dat beweiden een onlosmakelijk onderdeel is van het boerenbedrijf en dus al is opgenomen in de aan dat bedrijf verleende vergunning, niet overeind blijft bij de rechter. De Wet Natuurbescherming zegt iets anders, stelt de RvS. Iedere mogelijke verandering, ook het beweiden, moet getoetst worden op de consequenties voor de natuur.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.