Strikte scheiding landbouw en natuur het best

Boersma
In Nederland hebben we wat met 'cultuurvolgers' zoals deze weidevogels.Daarvoor zou je reservaten met extensieve landbouw kunnen inrichten, zegt Hidde Boersma. - Foto: Mark Pasveer
In Nederland hebben we wat met 'cultuurvolgers' zoals deze weidevogels.Daarvoor zou je reservaten met extensieve landbouw kunnen inrichten, zegt Hidde Boersma. - Foto: Mark Pasveer

Intensieve landbouw is een betere oplossing voor milieuproblemen dan biologische landbouw, concludeert ecomodernist Hidde Boersma. Door de lage opbrengst vergt biologische landbouw meer grond, ten koste van natuur en biodiversiteit.

In het jaar 1400 gebruikte de mensheid een schamele 3% van het aardoppervlak voor alles wat zij deed: wonen, werken, voedsel telen. Nu, 600 jaar later, is dat 50%. De helft van de wereld is in in cultuur gebracht door de mens. Het gros van die uitbreiding zit in landbouwgrond – eten maken kost nu eenmaal veel ruimte.

Ons uitbreidend areaal is de belangrijkste reden achter de achteruitgang van de biodiversiteit. Meer ruimte voor ons betekent simpelweg minder ruimte voor planten en dieren – hun leefgebieden worden kleiner of verdwijnen.

Ook het klimaat heeft te lijden onder onze expansiedrift: het omzetten van natuur naar boerderijen is volgens de VN-klimaatorganisatie IPCC de op een na belangrijkste oorzaak van het warmer wordende klimaat. Er kwam meer extra CO2 in de lucht door het kappen van bomen, dan door het verbranden van olie of gas. Alleen steenkool heeft meer bijgedragen.

Meer biologisch betekent meer cultuurgrond

Mijn verbazing is dan ook groot dat groene bewegingen als Greenpeace, maar ook overheden van Nederland, Frankrijk en zelf de Europese Unie, kiezen voor biologische landbouw en aanverwanten als oplossing voor onze milieuproblemen. Biologische landbouw heeft gemiddeld 20% minder opbrengst dan conventionele landbouw. Met een wereldbevolking groeiend naar 10 miljard zielen, betekent dat dat we nog meer schaarse ruimte gaan innemen voor onze voedselproductie.

Zouden we net zo veel voedsel willen produceren met biologische landbouw als nu, dan moet een extra gebied zo groot als de Amazone in cultuur worden gebracht.

Hoe meer wij doen op weinig ruimte, hoe meer ruimte er is voor de natuur om te floreren

Aanhanger van ecomodernisme

Ikzelf ben aanhanger van het ecomodernisme, een nieuw optimistische duurzame stroming die begin deze eeuw is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Volgens ons ligt de oplossing voor de biodiversiteits- en klimaatcrisis juist in intensivering: hoe meer wij doen op weinig ruimte, hoe meer ruimte er is voor de natuur om te floreren.

Dit standpunt heeft een stevige wetenschappelijk basis. De afgelopen 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar het zogenoemde ‘land sparing’ versus ‘land sharing‘-dilemma. In goed Nederlands: scheiden versus verweven. In dit type onderzoek wordt gepoogd een antwoord te vinden op de vraag of het beter is om te investeren in intensieve landbouw om meer ruimte te maken voor de natuur, óf te gaan voor lager opbrengende landbouw die meer biodiversiteit herbergt op de velden zelf.

Lees ook: Ecomodernisme is het nieuwe groen

Intensiveer om natuur te redden

Wetenschappers reisden hiervoor af naar Ghana, Kazachstan, Colombia, de VS, Engeland, Polen en nog veel meer landen. Daar telden ze vogels, insecten, planten, vlinders en andere de organismen. En steeds kwamen ze terug met hetzelfde antwoord: intensiveer, intensiveer, intensiveer om de natuur te redden.

De reden dat land sparing steeds zo goed uit de bus komt, is eigenlijk simpel: het maakt niet uit hoe natuurvriendelijk een boer boert, de biodiversiteit op het veld blijft marginaal vergeleken met echte natuur. Vooral zeldzame en bijzondere flora en fauna hebben wilde natuur nodig – zodra de mens in zicht komt, zijn ze weg.

Het maakt niet uit hoe natuurvriendelijk een boer boert, de biodiversiteit op het veld blijft marginaal vergeleken met echte natuur

Willen we een goed gevoede en groene planeet, dan moeten we dus niet inzetten op biologisch, maar op conventionele landbouw. De oplossingen van groene bewegingen maken de boel eerder erger dan beter.

Het potentieel voor ‘land sparing’ is groot: Een recente publicatie in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift Nature rekent voor dat de landbouw toekan met de helft van de landbouwgrond als we inzetten op intensivering op de meest vruchtbare gronden. Dat is niet alleen goed voor de biodiversiteit, ook het klimaat vaart er wel bij. De meest effectieve en natuurlijke klimaatmaatregel, lieten wetenschappers in 2017 zien, is uitbreiden van bosareaal.

Landbouwgrond uit productie nemen

In Europa is de te behalen winst zelfs nog groter. Al in 1992 berekende de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), onder leiding van WUR-hoogleraar Rudy Rabbinge, dat dit continent genoeg heeft aan een schamele 25% van zijn areaal om net zo veel voedsel te produceren indien het de landbouw intensiveert en optimaliseert op de beste gronden.

Dat betekent dat in het meest extreme geval driekwart van de landbouwgrond uit productie kan worden genomen. Dat zijn uiteraard ingrijpende vooruitzichten, die minstens een generatie tijd vergen om het goed en eerlijk te begeleiden.

Bijzondere positie Nederland

Nederland neemt in het ‘sparing’ versus ‘sharing’ debat een bijzondere positie in. Wij hechten veel waarde aan cultuurvolgers, zoals de grutto, die juist gebaat zijn bij landbouw. De landbouw waar akker- en weidevogels van houden is echter zeer extensief – de productie moet zeker de helft terug om hen te behagen.

Nederland moet daarom inzetten op een driecompartimentenstelsel:

  • een agrarische hoofdstructuur voor onze voedselproductie,
  • een ecologische hoofdstructuur voor natuur,
  • daar tussenin vrijgemaakt cultuurlandschap voor vogels en andere cultuurvolgers.

Deze laatste gebieden fungeren vooral als vogelreservaat – voedselproductie is secundair.

Inzetten op innovatieve en duurzame conventionele landbouw

Er rest nog maar korte tijd om het beleidstij te keren. Veel Europese landen zetten in op biologische landbouw, en exporteren deze oplossing bovendien naar ontwikkelingslanden. De verwachting van mij en andere ecomodernisten is dat we hier snel spijt van krijgen als we zien dat er geen verbetering van het milieu optreedt.

Als we snel handelen, kunnen we nu nog inzetten op innovatieve en duurzame conventionele landbouw, gecombineerd met sterke ruimtelijk ordening, om tot een prachtige, gezonde, groene planeet te komen.

Hidde Boersma is freelance wetenschapsjournalist en documentairemaker



Beheer