Studio Fava helpt bedrijven met ontwikkeling plantaardige producten

Studio Fava
Oprichter van Studio Fava, Dennis Favier, in de proefkeuken. Daar doet het bedrijf toegepast onderzoek naar nieuwe plantaardige producten en ingrediënten. - Foto's Van Assendelft Fotografie

Bedrijven die plantaardige producten of ingrediënten op de markt willen brengen, kloppen aan bij Studio Fava. De nog jonge onderneming helpt deze bedrijven met de productontwikkeling. Daarnaast doet het op eigen initiatief onderzoek naar nieuwe producten.

Zowel de grote jongens in de voedingsmiddelenindustrie als de kleinere start-ups kloppen aan bij Studio Fava. Allemaal willen ze hetzelfde: dat het bedrijf hen helpt met de productontwikkeling van plantaardige producten.

Proefkeuken

In de Jamfabriek in Den Bosch, een hip kantoorpand waar allerlei foodbedrijven zitten, houdt Studio Fava daarvoor een groot deel van de tijd de gedeelde proefkeuken bezet. “We doen vooral toegepast onderzoek; we kijken wat er mogelijk is met bepaalde ingrediënten in eindproducten of we ontwikkelen nieuwe producten. Zowel in opdracht van klanten als op eigen initiatief”, vertelt oprichter Dennis Favier. Zijn bedrijf werkte onder andere aan de producten van de merken Boon, The Dutch Weed Burger en Bumi.

Favier richtte Studio Fava op in 2020. Nadat hij in 2007 afstudeerde aan de opleiding Food Design & Innovation, ging hij werken bij TOP BV, een Wagenings bedrijf dat ondernemingen in de voedingsindustrie helpt bij processen en innovatie. Na negen jaar besloot Favier voor zichzelf te beginnen. “Ik wilde wat meer de diepte in en ik besloot me alleen nog te richten op de plantaardige markt. Ik merkte echter dat er in freelancen geen groeimodel zit. Toen besloot ik een eigen bedrijf op te richten, met de missie om plantaardig meer normaal te maken.”

Productontwikkeling en applicatieonderzoek

Het nog jonge Studio Fava helpt bedrijven met de productontwikkeling van plantaardige producten. Ook doet het zogenoemd applicatieonderzoek voor ingrediëntenleveranciers. Het bedrijf kijkt dan welke toepassingen mogelijk zijn met bepaalde ingrediënten. “Dat kunnen zowel de bekende plantaardige eiwitten zijn als de nieuwere eiwitten zoals biergist, veldbonen of bierbostel.”

‘Ons onderzoek zorgt er ook voor dat een klant een go of no-go kan geven voor de bouw van een nieuwe fabriek.’

Voor sommige bedrijven gaat het om trajecten die meer dan een jaar duren, andere projecten duren een paar maanden. “Voor sommige klanten werken we bijvoorbeeld anderhalf jaar enkele dagen per week aan een nieuw product of de toepassing van een ingrediënt. Dat is een intensief traject, maar ons onderzoek zorgt er bijvoorbeeld wel voor dat een klant een go of no-go kan geven voor de bouw van een nieuwe fabriek.” Ook bij implementatie van de recepturen op de productielijnen is Studio Fava vaak betrokken.

Brede klantenkring

Favier werkt vooral met ‘een flexibele schil aan mensen’, van zo’n zes personen. Vast in dienst zijn er drie personen. Gemiddeld lopen er zo’n acht projecten tegelijk. De gemene deler tussen al deze projecten en de bijbehorende klanten is dat ze te maken hebben met plantaardige producten. “Onze klantenkring strekt zich uit van het grootste tot het kleinste bedrijf dat met plantaardig bezig is.” Op de website van Studio Fava prijken namen als Quorn, Plus, Boon, Avebe en Dalco Food als partners. “Voor ons is het belangrijk om te geloven in wat een bedrijf van plan is, dat er impact wordt gemaakt en dat het bijdraagt aan onze missie. Er moet voldoende commitment zijn. Wat betreft grootte van de bedrijven is er niet één lijn te trekken. Er zijn bedrijven die bij ons aankloppen terwijl ze wel eigen R&D-capaciteit hebben, maar niet de kennis voor een kickstart voor een nieuw product.”

Tekst gaat door onder foto

Studio Fava van Dennis Favier werkte onder andere aan de producten van de merken Boon, The Dutch Weed Burger en Bumi.
Studio Fava van Dennis Favier werkte onder andere aan de producten van de merken Boon, The Dutch Weed Burger en Bumi.

Volgens Favier is het vooral voor start-ups belangrijk dat ze snelheid kunnen maken. “De grote bedrijven hebben altijd meer geld, power en netwerk. Het grootste wapen van een start-up is snelheid. Daarmee nemen ze risico’s, maar de grote bedrijven nemen eerst heel veel tijd om de risico’s te berekenen.”

Eigen onderzoek

Ongeveer 80% van de tijd gaat in projecten van klanten zitten. Zo’n 20% houdt het bedrijf vrij voor eigen onderzoek, of zoals Favier het uitlegt: “80% van de tijd besteden we aan vragen van klanten, 20% van de tijd besteden we aan vragen die onze klanten nóg niet hebben. Als onze missie is om plantaardig eten meer normaal te maken, moeten we ook zelf bewegen. Zo doen we bijvoorbeeld onderzoek naar het verbeteren van plantaardige kaas. We denken dat de huidige plantaardige kaas veel lekkerder, gezonder en duurzamer kan.” Soms mondt dit eigen onderzoek uit in een samenwerking of, in het geval van een plantaardige tonijnvervanger, in een nieuw bedrijf: Seasogood.

Visvervanger

Favier richtte het bedrijf Seasogood samen op met Michael Luesink (ook oprichter van Boon). “We vinden dat er meer aandacht moet komen voor goede visvervangers. Iedereen buitelt maar over elkaar heen in het vleesvervangersschap, maar er zijn maar weinig bedrijven bezig met visvervangers. We zijn het lab ingegaan, ontwikkelden een tonijnvervanger in blik, zetten een merk op en gingen in gesprek met Albert Heijn.” De supermarktketen reageerde positief en wilde het product vier maanden later in de schappen leggen. Dat lukte. Daarna vonden nog enkele productverbeteringen plaats en inmiddels is de visvervanger op basis van non-gmo Europese soja in het conservenschap in alle AH-winkels te vinden.

Tekst gaat door onder foto

Studio Fava richt zich ook op onderzoek naar visververvangers.
Studio Fava richt zich ook op onderzoek naar visververvangers.

Op de vraag hoe de verkoop loopt, antwoordt Favier: ‘steeds beter’. “De uitdaging zit in de plek in het conservenschap. Vis in blik kopen veel mensen als voorraadproduct. Als ze voor dat schap staan, denken ze vaak niet aan wat ze die avond willen eten, waardoor ze minder snel spontaan een nieuw product proberen.” Daarbij komt dat visvervangers nog niet zo ingeburgerd zijn bij de consument. “Het bewustzijn om ook vis te kunnen vervangen is er nog niet, terwijl de nood om de oceanen te redden hoog is. De consument moet daarop gewezen worden en dat kunnen wij niet alleen. Het is daarom goed dat er meer spelers in de plantaardige vismarkt komen.”

Groeien

Begin volgend jaar volgen nieuwe visvervangers, ook producten die niet in blik zitten. “Zalm is in Nederland een groot artikel, daar willen we ook iets mee doen. Om schapruimte te krijgen is het belangrijk een sterk assortiment te hebben, dus we komen met meerdere producten. Voor het einde van dit jaar starten we ook een nieuwe investeringsronde om kapitaal op te halen.” Daarnaast kijkt Favier ook naar de foodservice en naar het buitenland voor zijn visvervangers.

Dat laatste geldt ook voor zijn Studio Fava. “Ik heb altijd gezegd dat ik niet meer dan acht mensen op de payroll wil hebben. Onze kracht zit in innovatie. Daarvoor moet je flexibel zijn en daarbij helpen allerlei managementlagen niet. Het lijkt me waarschijnlijker dat ik hetzelfde opricht op een andere plek.” De klantenkring breidt zich al steeds meer uit met internationale bedrijven. “We zijn ook wat meer begonnen met acquisitie. Dat deden we amper. We lopen zeker niet droog, maar we willen wat meer vat krijgen op voor wie we werken. Er zijn namelijk nog genoeg bedrijven die we willen helpen met hun plantaardige producten.”

Kloosterman


Beheer