Stuurgroep gewasbescherming lijkt besluiteloos

Foto: Jan Willem Schouten
Foto: Jan Willem Schouten

De stuurgroep die werk moet maken van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming is een besluiteloze praatgroep. Die conclusie valt te trekken uit een verkenning van adviesbureau KPMG in opdracht van het ministerie van LNV.

De Nederlandse land- en tuinbouw moet de uitstoot van gewasbeschermingsmiddelen in 2030 tot nagenoeg nul hebben teruggebracht. Er wordt ingezet op weerbare teelten en teeltsystemen, en landbouw en natuur worden met elkaar verbonden. Dat zijn de uitgangspunten die veertien partijen in 2020 op papier hebben gezet in het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030.

Veertien verschillende partijen

Dat een uitvoeringsprogramma op papier staat, is geen garantie dat het wordt uitgevoerd, constateert adviesbureau KPMG in een deze week vrijgegeven ‘Verkenning governancestructuur uitvoeringsprogramma toekomstvisie gewasbescherming 2030’. Het stuk, in mei afgerond, beschrijft met welke organisatiestructuur nu wordt gewerkt aan de gestelde doelen. Dat gebeurt via de Stuurgroep Duurzame Gewasbescherming, waarin veertien verschillende partijen zijn vertegenwoordigd, variërend van Natuur en Milieu tot LTO Nederland en van gewasbeschermingsmiddelenkoepel Nefyto tot de waterschappen en waterbedrijven. Daaronder hangen drie werkgroepen, gericht op de drie hoofddoelstellingen, die zich belast hebben met de uitwerking van die doelstellingen: weerbare plant- en teeltsystemen, verbinden van landbouw en natuur en het terugbrengen van de emissies.

Wie waarvoor verantwoordelijk

KPMG zegt het in het rapport vrij omfloerst, maar het komt erop neer dat nauwelijks duidelijk is hoe de doelstellingen worden gerealiseerd, wie daarin het voortouw neemt en wie wat moet doen. Daar komt nog bij dat onvoldoende is vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Toen KPMG begin dit jaar met de betrokken partijen ging praten, kwam een beeld naar voren van een onevenwichtige groep deelnemers die niet effectief overleggen en niet genoeg sturen op resultaat. Alle partijen zitten in de stuurgroep vanwege een belang. Niemand is onafhankelijk en niemand is voldoende ‘in staat boven het eigen belang uit te stijgen’.

Nieuwe structuur voorgesteld

KPMG stelt een nieuwe structuur voor. Daar zijn nog steeds dezelfde partijen bij betrokken, alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maakt er geen deel meer van uit. Wel in beeld blijven de Uni van Waterschappen, Artemis, het ministerie van LNV, LTO Nederland, Cumela, Fedecom,Vewin, Nefyto, Agrodis, Plantum en Natuur en Milieu. De NVWA, het CTGB en het ministerie van I en W worden op de hoogte gehouden van de voortgang; het ministerie is technisch voorzitter. En er moeten duidelijke afspraken komen over wat de stuurgroep en de werkgroepen doen.

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer