Taboe op inpolderen is allang weg

Oppewal
Johan Oppewal chef-redacteur
Het Markermeer. - Foto: Canva
Het Markermeer. - Foto: Canva

Nederland moet weer land inpolderen ten behoeve van landbouw. Van tijd tot tijd klinkt dit geluid, zij het tegenwoordig meestal heel zacht.

Nu zijn het de Groningse agrarische jongeren die erover beginnen. Er moet nog heel wat water door de Waddenzee stromen voor het zover is, want inpolderen heeft de tijd niet mee. Tenminste, niet als het om landbouw gaat. Voor andere doelen wordt de zee nog steeds wel degelijk aan alle kanten getemd en ingekapseld.

Inpolderen voor landbouw begon al in de Middeleeuwen. Nederland is er groot mee geworden. Totdat ergens in de jaren 60 of 70 het tij keerde en de laatste plannen werden doorgestreept (Markermeer, Noarderleech, Lauwersmeer). De behoefte aan veiligheid bleef, extra landbouwgrond was niet nodig, mede door overschotten. Tegelijk nam de wens om natuur niet alleen te behouden maar ook te (her)ontwikkelen toe. We gingen zelfs ontpolderen.

Markermeer

Maar de laatste tijd is die trend weer aan het keren. Opmerkelijk genoeg is een deel van het Markermeer juist vanwege natuur nu toch ingepolderd (Markerwadden). Op de Noordzee zijn we volop bezig de ruimteproblemen van het vasteland buitengaats op te lossen door er mega-windparken aan te leggen. En zelfs voor de voedselproductie zijn we de zee aan het ontginnen, denk aan zeewierteelt.

Het taboe op buitendijkse activiteiten bestaat dus al niet meer. In dat licht is het idee van de jonge Groningers minder wereldvreemd dan je zou denken. Alleen is inpoldering ten behoeve van landbouw kansrijk noch slim: de bodem van de Noordzee is niet zo vruchtbaar. Ze zien zelf ook een betere oplossing: behoud de huidige goede kleigronden voor landbouw, en snoep voor die andere activiteiten maar een stuk van de Noordzee af.




Beheer