Te sterke afhankelijkheid van import is gevaarlijk

09-07 | |
van Beek
Christy van Beek Sustainability lead Bayer Crop Science
Foto: Canva
Foto: Canva

De voedselcrisis in delen van de wereld toont het belang van verhoging van productie in delen van de wereld die nu te afhankelijk zijn van importen, aldus Christy van Beek. De mogelijkheden zijn er.

Door oorlog in Oekraïne dreigt een voedselcrisis voor delen van Afrika en het Midden-Oosten, die sterk afhankelijk zijn van graanimport. De penibele situatie waarin deze landen zich bevinden, laat zien hoe kwetsbaar een land is wanneer het erg importafhankelijk is. En dat terwijl de potentie om voedsel lokaal te produceren enorm is.

In belangrijke exporterende gebieden zijn de mogelijkheden om meer te produceren beperkt. Dat geldt voor Europa maar ook voor bijvoorbeeld Brazilië, waar opbrengsten dicht bij het huidige agronomisch realistisch haalbare zitten en uitbreiding van het landbouwareaal vaak onwenselijk is. Daarentegen is in veel gebieden die nu getroffen dreigen te worden door graantekorten het verschil tussen de actuele en realistisch haalbare opbrengst nog relatief groot; in Afrika beneden de Sahara bijvoorbeeld is dit verschil vaak meer dan 50%. Hier kan de opbrengst verhoogd worden zonder areaaluitbreiding.

Verbeterde landbouwpraktijken

Dat is niet wat het afgelopen decennium is gebeurd; gemiddeld is het landbouwareaal ongeveer verdubbeld, terwijl de productiviteit gemiddeld met circa 25% is toegenomen. De productietoename in Afrika beneden de Sahara is voornamelijk gerealiseerd door nieuwe gronden in gebruik te nemen en veel minder door verbeterde landbouwpraktijken. Deze verbeterde landbouwpraktijken bestaan uit kennis en verbeterde inputs zoals zaden, (biologische en minerale) meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Met name de inzet van chemie is bij ons soms omstreden, maar het kan soms de redding van boerengemeenschappen zijn.

Jaarlijkse gaat gemiddeld 40% van de oogsten verloren door ziekten en plagen en zijn boeren naarstig op zoek naar oplossingen. Ziekten en plagen zijn van alle tijden en zijn zeker niet iets exclusiefs voor de moderne landbouw. Het ontzeggen van gewasbeschermingsmiddelen voor Afrikaanse boeren – zoals soms betoogd – getuigt volgens mij van een beperkt inlevingsvermogen.

Niet massaal naar de chemie grijpen

Ik zeg niet dat Afrikaanse boeren massaal naar de chemie moeten grijpen. Geïntegreerde oplossingen werken aan optimale combinaties van technologieën voor de korte en voor de lange(re) termijn en houden rekening met lokale omstandigheden. Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen middelen die bij ons verboden zijn en ‘via een omweg’ op ons bord komen en middelen die hier niet toegelaten zijn omdat ze hier niet relevant zijn. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor teelten en/of klimaatomstandigheden die hier niet voorkomen. In Europa zijn bijvoorbeeld geen middelen toegelaten voor de teelt van thee, koffie, cacao, etcetera, omdat dit tropische gewassen zijn.

Deze middelen worden hier soms wel geproduceerd omdat de productiefaciliteiten (fabrieken, hoog geschoold personeel, etc.) voorhanden zijn. Middelen die hier verboden zijn en via import weer de EU binnenkomen, moeten voldoen aan importeisen ten aanzien van voedselveiligheid. Op deze manier bepaalt de EU of producten binnen kunnen komen, maar laat ze andere landen zelf hun toelatingsbeleid bepalen.

Trainingen aan boeren

In Kenia bijvoorbeeld wordt de toelating van gewasbeschermingsmiddelen gereguleerd door het KEPHIS. Internationale programma’s, waar de Nederlandse toelatingsautoriteit Ctgb ook aan deelneemt, geven cursussen aan KEPHIS-medewerkers om hun expertise te vergroten en hun registratieproces te verbeteren. Daarnaast geven verschillende organisaties (waaronder Bayer) trainingen aan boeren om verantwoord om te gaan met gewasbescherming. Voor mij is dit de weg vooruit: anderen niet vertellen wat ze wel of niet moeten doen, maar hen het gereedschap en kennis aanreiken om hun eigen oordeel te vellen.

Lees meer over de gevolgen van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland voor de food- en agribusiness



Beheer