Tekentafelaanpak werkt niet

van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom
Foto: Fred Libochant
Foto: Fred Libochant

Gezien alle claims op de beschikbare ruimte ziet het er naar uit dat de agrarische sector, die ongeveer twee derde van het nationale grondgebied in gebruik heeft, de komende jaren wel wat grond kwijt zal raken.

Dat treft uiteraard vooral de grondgebonden sectoren. Van verschillende kanten wordt dan ook gepleit voor het aanwijzen van gebieden waar de landbouw een soort voorkeurspositie krijgt.

Ik geloof niet in zo’n tekentafelaanpak. Het vaststellen van de grenzen van zulke gebieden levert ongetwijfeld een eindeloos gesteggel op. Tegen de tijd dat zoiets klaar is, zijn de omstandigheden en inzichten al lang weer veranderd. En wat doe je met mensen of bedrijven die aan de voor hen verkeerde kant van de streep terecht komen?

Ook binnen de landbouw is sprake van een stevige grondhonger

Verder is het in het dichtbevolkte Nederland een illusie dat in een ‘voorrangsgebied’ de landbouw min of meer ongehinderd zijn gang kan gaan. Ook daar gelden de milieuregels en ook daar wonen en recreëren medelanders. Dat laatste is door Covid-19 nog belangrijker geworden. In een voorrangsgebied zal de grondprijs niet dalen, want ook binnen de landbouw is sprake van een stevige grondhonger. Zo bleek een paar maanden geleden dat zo’n 60% van de melkveehouders een flinke groei wil realiseren, wat ongetwijfeld gepaard gaat met behoefte aan extra grond.

Een tekentafelbenadering houdt te weinig rekening met de krachten achter de ontwikkelingen in het landelijk gebied en met de dynamiek in de samenleving. De ‘markt’ bepaalt thans in hoge mate wat waar gebeurt. Bijna niemand wil zonnepanelen op landbouwgrond, maar ze komen er toch omdat dat financieel aantrekkelijk is voor de grondeigenaar.

Waarden als natuur, biodiversiteit en landschap kunnen door een adequaat beloningssysteem sterker worden ondersteund

Mede door de decentralisatie naar provincies en gemeenten is het ruimtelijke ordeningsbeleid in de praktijk meer volgend dan kaderstellend, waardoor zwakkere belangen in het gedrang komen. Er wordt dan ook terecht gepleit voor meer regie op nationaal niveau, al zal daarmee niet alles worden opgelost. Belangrijk in dit verband is om waarden als natuur, biodiversiteit en landschap door middel van een adequaat beloningssysteem sterker te ondersteunen. Dan draagt de markt bij aan het realiseren van maatschappelijke wensen en daar kan de landbouw op inspelen. Dat is zinvoller dan gesteggel over voorrangsgebieden.

van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.