Pieter ter Veer schort lidmaatschap D66 op: ‘Zoveel gebrek aan feitenkennis’

28-09 | |
Pieter ter Veer
D66 oud-Kamerlid Pieter ter Veer (1944): "Wat heeft D66 tegen de enige dieren die gras, dat mensen nu eenmaal niet eten, op ingenieuze manier kunnen omzetten in melk en zuivel.” - Foto: Lex Salverda

Oud-Kamerlid Pieter ter Veer (1944) mag vergeten zijn in Den Haag, hij is Den Haag nog niet vergeten. “Er is zoveel gebrek aan feitenkennis dat je er radeloos van wordt.”

Pieter ter Veer volgt D66 met argusogen. Hij zat voor die partij in de periode van 1981 tot 2002 veertien jaar in de Tweede Kamer. Afgelopen maand stuurde hij een uitgebreide brief aan de leiders van de partij. Zijn boodschap: schort mijn lidmaatschap op.

Het zit hem hoog, zo blijkt. Ook al verliet hij twintig jaar geleden de actieve politiek, hij volgt de landbouwpolitiek nog op de voet. “Ik slaap er slecht van, het houdt me zeer bezig, het kost me emotionele inspanning”, erkent Ter Veer.

Huidige standpunten niet uit te leggen

In een brief aan partijleider Sigrid Kaag, fractievoorzitter Jan Paternotte en het D66-bestuur, legt hij uit wat hem dwars zit: “De huidige standpunten van D66 in de hele discussie over stikstof en ammoniak en de sterke nadruk op kringlooplandbouw als wondermiddel deel ik niet. Sterker nog: ze doen me pijn. Ik kan niet uitleggen aan boeren die ik tegenkom en die voor het grootste deel heel verstandig en duurzaam boeren, waarom met name het aantal koeien met 50 tot 60% moet krimpen”, schreef hij.

Als melkveehouders geen bierbostel voor hun koeien afnemen, ligt Heineken in Nederland na drie dagen stil. Wie weet dat?

Kringloopkampioenen

Met gevoel voor ironie schrijft Ter Veer verder: “D66 vindt zichzelf al enige tijd in het gezelschap van biologische en biodynamische boeren, de kringloopkampioenen bij uitstek, zonder dat veel mensen kunnen vertellen wat daarmee bedoeld wordt, laat staan dat zij de nadelen kunnen benoemen.”

Hij loopt naar de hal van zijn appartement en laat een affiche zien van D66 uit 1981. Het toont de toenmalige kandidaten voor de Tweede Kamer, met Jan Terlouw als lijsttrekker. Ter Veer werd als boer vanzelfsprekend landbouwwoordvoerder voor zijn partij. Zijn echtgenoot Louise Groenman (sinds 2009) staat er ook op. “Zo lang kennen wij elkaar al.”

Penswerking

Hij denkt terug aan de tijd dat hij in 1969 afstudeerde als ‘veeteler’ aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. De kennis die hij toen vergaarde, doceert hij geduldig en met enthousiasme. Hoe de koe met ingewikkelde processen – grazen, kauwen, herkauwen, penswerking – voor de mens onverteerbare plantendelen omzet in hoogwaardige voedingsstoffen. Jammer, zo klinkt het in zijn woorden door, dat die kennis ontbreekt bij de huidige woordvoerders van D66. “Er is zoveel gebrek aan feitenkennis dat je er radeloos van wordt”, zegt hij. Niemand heeft het nog over de opruimfunctie van de koe. “Als melkveehouders geen bierbostel voor hun koeien afnemen, ligt Heineken in Nederland na drie dagen stil. Wie weet dat?”

In de brief aan de D66-leiding schreef hij: “Wat heeft D66 tegen de enige dieren die gras, dat mensen nu eenmaal niet eten, op ingenieuze manier kunnen omzetten in melk en zuivel.”

Wat hem het meest verdriet doet, legt hij uit, “is de volstrekte minachting die met name D66 aan de dag legt in de hooghartige bejegening van boeren die zich terecht zorgen maken en bovendien in grote onzekerheid verkeren. Zo ken ik D66 niet. Luisteren naar je tegenstander en deze met respect behandelen, dat was toch altijd ons kenmerk?”

Hij sprak erover met huidig woordvoerder Tjeerd de Groot. Anderhalf jaar geleden voor het laatst. Ze gingen uit elkaar met een ‘gentlemen’s agreement’, zegt Ter Veer: “We agree to disagree.” Ze werden het niet eens.

Als minister-president Rutte zegt dat het kaartje ruk is, dan moet hij een vent wezen en het kaartje verscheuren

Burgerschap

Burgerschap, initiatieven van onderaf, dat was waar D66 goed in was, zegt hij. Hij ziet nu hoe jonge boeren die proberen in samenspraak met collega’s, burgers en consumenten duurzaam te boeren, worden gefrustreerd door plannen van VVD-minister Christianne van der Wal. Ja, erkent hij, alle partijen in de gebiedsplannen mogen hun zegje doen, “maar als ze niet doen wat de minister wil, staat ze met de knoet klaar.”

Dat kaartje, waarop boeren aflezen voor welk stikstofreductiedoel ze geplaatst worden, had al lang in de prullenbak moeten liggen, vindt Ter Veer. “Als minister-president Rutte zegt dat het kaartje ruk is, dan moet hij een vent wezen en het kaartje verscheuren.”

Ter Veer bestudeerde de kaart voor zijn eigen geboortedorp, Zuidhorn, waar afgetreden landbouwminister Henk Staghouwer ooit een bakkerij had. “Die minister heeft nooit gekeken wat die kaart precies betekende. Zeker niet in Zuidhorn. Hij heeft geen idee. Ik kwam een week voor het aftreden van de minister een paar leerlingen tegen van een landbouwschool. We maakten een praatje over hun bedrijven. ‘Hoeveel koeien moeten jullie nu inleveren?’, vroeg ik. Ze antwoordden: ‘Wij leveren geen koeien in. Weet je wie we inleveren? Minister Staghouwer!’ Een week later stapte de minister op. Ha, ha, ha.”

Voorliefde

De voorliefde voor de melkveehouderij was in zijn politieke jaren onmiskenbaar. Ter Veer staat op van de tafel en loopt terug naar de hal waar het D66-affiche uit 1981 hangt. Een paar meter verderop hangt een foto van een jongetje op een driewieler. Dat jongetje, zoon van een melkveehouder in het Groningse Zuidhorn, is de jonge versie van Ter Veer, ergens eind jaren veertig van de vorige eeuw. “Dat jongetje kreeg de melkveehouderij in zijn genen mee”, zegt hij. Vandaar zijn voorliefde voor de melkveehouderij en een wat mindere warmte jegens de varkenshouderij en de pluimveehouderij.

Maar hij heeft ook wel een beredeneerde verklaring voor zijn standpunt over de niet-grondgebonden intensieve veehouderij. De vleespluimveehouderij is een tak waarvoor hij weinig sympathie heeft. Dat legpluimveehouders erin geslaagd zijn zich te ontdoen van de legbatterijen en tegelijk de productie op peil te houden, verdient respect, vindt hij. En hij ziet ook hoe zeugenhouders hun vakmanschap aanwenden om hun dieren optimaal te laten produceren, dat kan hij ook waarderen. Maar toch zegt hij dat het in de varkenshouderij helemaal spaak loopt, mocht er onverhoopt een uitbraak zijn van Afrikaanse varkenspest.

“Wij exporteren per week 100.000 biggen door heel Europa. Waar moeten we met die biggen heen als hier een uitbraak is? Net over de grens bij Enschede doet zich dat al voor. De balans is zoek. De varkenshouderij heeft ook niets te maken met kringlooplandbouw – waarvan eigenlijk geen eenduidige definitie bestaat. En kijk wat er achter die varkenshouderij wegkomt, met slachterijen die gastarbeiders tegen de laagste lonen laten werken en die mensen slecht huisvesten. Dat willen we allemaal niet weten.”

Hij verzucht: “Wie kennis vermeerdert, vermeerdert de smart.”

Lid voor het leven

Als Ter Veer geen lid voor het leven was geweest, zou hij zijn lidmaatschap hebben opgezegd, zegt hij. Hij heeft nu eenmaal de contributie voor het leven betaald, en dat geld vraagt hij niet terug.

Zijn brief aan D66 leidde tot een telefoontje van fractievoorzitter Jan Paternotte. Voor Ter Veer geen reden op zijn schreden terug te keren. Hij heeft geen onderdak gevonden bij een andere partij. “Ik stem blanco”, zegt hij.

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer