Tikken op de vingers van Remkes

06-10 | |
Presentatie van het stikstofrapport door bemiddelaar Johan Remkes met de naam 'Wat wel kan, uit de impasse en een aanzet voor perspectief'. Foto: ANP
Presentatie van het stikstofrapport door bemiddelaar Johan Remkes met de naam 'Wat wel kan, uit de impasse en een aanzet voor perspectief'. Foto: ANP

Johan Remkes tikt boeren, politici en het kabinet in het bijzonder op de vingers. In een interview met Boerderij roept hij het kabinet op om nu echt te gaan luisteren en zich te gedragen.

Woensdag presenteerde Johan Remkes zijn rapport ‘Wat wel kan’. De media-optredens zijn beperkt voor de stikstofmastodont, maar niet voor hij exclusief met Boerderij sprak over dit rapport waar vooraf al hoge verwachtingen over waren.

Het was aan de oud-VVD-minister om het vertrouwen tussen boeren en overheid weer terug te brengen, het gesprek te hervatten. Dat vertrouwen is nog broos, ziet Remkes. Zijn voorstellen in het rapport kunnen vanuit verschillende hoeken rekenen op voorzichtig enthousiasme, hoewel boerenorganisaties sceptisch zijn over de haalbaarheid en anderen over het fenomeen uitkoop an sich.

Star tegenover elkaar

Van NMV-voorman Henk Bleker kreeg Remkes tijdens het gesprek een berichtje ‘Johan, kon minder’, wat beschouwd mag worden als compliment als Groningers onder elkaar. In zijn rapport en de bijbehorende presentatie deelt Remkes ferme tikken uit aan eigenlijk alle spelers in het stikstofdebacle: de boerenorganisaties en het kabinet, die star tegenover elkaar bleven staan en geen centimeter toegeven niet goed naar elkaar luisteren. Politici en actiegroepen die polariseren en zo het debat nog onmogelijker maken.

Even heb ik er zelfs aan gedacht om de pijp aan maarten te geven, maar zo zit ik niet in elkaar

Eigenlijk is het een brevet van onvermogen voor het kabinet dat Remkes is ingevlogen om de gemoederen te bedaren tussen boer en regering, vindt de oud-minister. Na het eerste gesprek met boerenorganisaties en het kabinet sprak hij al de wens uit om snel met deze opdracht klaar te zijn, maar uiteindelijk duurde het een maand langer voor hij zijn bevindingen wereldkundig maakte. “Even heb ik er zelfs aan gedacht om de pijp aan maarten te geven, maar zo zit ik niet in elkaar.” Dus las hij nog een paar duizend pagina’s over de problematiek en voerde hij gesprekken met bedrijven en organisaties die eerder niet met het kabinet wilden praten, zoals jongeboerenclub NAJK, de supermarktkoepel CBL en zuivelcoöperatie FrieslandCampina.

Tot een oplossing komen

Over deze opstelling van deze bedrijven en organisaties zegt Remkes: “Van de jonge boeren kan ik het me wel voorstellen. Als je hoort hoe groot de spanning onderling is, daar werd ik niet vrolijk van. Intimidatie onderling? Zo kom je niet tot een gesprek van boeren en overheid waarmee je problemen oplost. Terwijl dat juist hard nodig is. Het is prima als er stevige woorden worden gebruikt, als die maar voortkomen uit de wens om daadwerkelijk tot een oplossing te komen. Bij sommigen heb ik daar mijn twijfel over. En bovendien zal het kabinet zich ook moeten gedragen en moeten luisteren. En ook toegeven als de agrarische sector gelijk heeft.

Plan van FrieslandCampina

Het landbouwdepartement is veel te veel gesloten, constateerde de gespreksleider tijdens een van de ontmoetingen met de boerenorganisaties in augustus. Nu herhaalt hij dat: “Er is te weinig naar elkaar geluisterd. Een voorbeeld wat we tegenkwamen is een plan van FrieslandCampina, wat tot twee keer toe naar het ministerie is gestuurd. Ze kregen niet eens een bedankbriefje. Die houding van gesloten deuren en ramen is schadelijk.”

van Rooijen
Meer over


Beheer