Toeval bestaat niet

Niet intensief, niet extensief komt het beste uit de bus voor melkveehouders.

Een melkproductie van rond de 16.000 kilo per hectare en 120 tot 210 dagen weidegang. Dat type bedrijven draait gemiddeld het hoogste saldo per koe en is ook nog eens het meest efficiënt rondom broeikasgassen. Dat blijkt uit diverse analyses van Flynth voor Melkvee100plus.

Ondergrens bij 120 dagen is logisch

Dat de ondergrens op 120 dagen weidegang ligt, is logisch. Voor het verkrijgen van de weidepremie is dat het minimale aantal dagen. Die premie is snel € 1,50 per 100 kilo melk, voor het gemiddelde bedrijf jaarlijks € 15.000. Dat is dermate interessant dat zelfs verstokte opstallers hun koeien weer buiten hebben lopen.

Bij langdurig weiden ontstaat grasverspilling aan het einde van het seizoen, daarom rendeert opstallen vanaf half september. De lage broeikascijfers hangen samen met zelfvoorziening in ruwvoer: een zelfvoorzienend bedrijf verspilt weinig. Die zelfvoorziening is er bij 2,5 grootvee-eenheden per hectare meestal zonder excessieve inputs.

Twee koeien per hectare

Grofweg twee koeien per hectare met bijbehorend jongvee is dus het optimum voor zowel boer (inkomen) als milieu (broeikasgassen en mineralenbenutting) als voor het landschap: gestoffeerd met koeien in de wei. Daarmee stuurt de markt – melkprijs plus kostenstructuur – als vanzelf in de door de politiek gewenste richting. Veel sturen hoeft trouwens geeneens meer. Het gemiddelde bedrijf heeft krap 2 koeien per hectare en ruim 17.000 kilo melk. Precies in de optimale range. Dat kan geen toeval zijn.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.