Tomatensector Nieuw-Zeeland ziet wat in joint research

30-12-2019 | |
Helen Barnes van TomatoesNZ leert veel van de Nederlandse tomatensector
Helen Barnes van TomatoesNZ leert veel van de Nederlandse tomatensector

Nederland is het mekka van de glastuinbouw. Logisch dat het buitenland de ontwikkelingen hier nauw volgt. Ook de tomatensector in Nieuw-Zeeland ontkomt niet aan problemen en zoekt in Nederland naar mogelijkheden om uitdagingen te doorstaan.

De Nieuw-Zeelandse tomatensector beslaat niet meer dan 150 hectare, verdeeld over circa 120 telers. Toch zijn er uitdagingen en worden andere verwacht. En waar kun je beter dan in Nederland, ideeën opdoen om deze uitdagingen het hoofd te bieden?

Dat dacht ook de belangenorganisatie van de Nieuw-Zeelandse tomatentelers, TomatoesNZ. Zij stuurde general manager Helen Barnes naar de andere kant van de wereld, om op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden die tot oplossingen leiden voor de huidige en verwachte vraagstukken.

De aanleiding – zelf noemt ze het lachend ‘het excuus’ – voor deze grote reis was het Global Tomato Congress in Rotterdam. Daaromheen organiseerde dienstverlener HortiServices een tournee aan bedrijfsbezoeken die betrekking hadden op de opdrachten die Barnes meekreeg.

Lees verder onder de tweet

Tomatenplukrobot

De opdrachten die Barnes had meegekregen, waren divers en hadden betrekking op rassen, innovatie, technieken, arbeidsbesparing en het weren en bestrijden van ziekten en plagen. Na afloop nam zij een enorme hoeveelheid aan zinvolle informatie mee naar huis.

Voor de Nederlandse bedrijven bood het bezoek voornamelijk commerciële kansen, maar op gebied van robotisering lijkt de weg twee richtingen te hebben.

Op gebied van kennis was de win-winsituatie het meest concreet bij de robotica-afdeling van Wageningen UR (WUR). Senior onderzoeker Erik Pekkeriet van WUR liet de huidige stand van zaken zien in de ontwikkeling van een paprikaplukrobot. “Er is gestart om de technologie ook beschikbaar te maken voor tomaat, maar het consortium is nog in ontwikkeling.”

Om de kosten te drukken en de mogelijkheden te vergroten, zou Pekkeriet hier graag meer investeerders bij betrekken.

Wij willen ook niet zomaar onze kennis weggeven. Dat moet in een soort van joint research

“In Nederland staan de partijen niet vooraan om te investeren in een plukrobot. Arbeid lijkt op dit moment niet het grootste probleem en áls hij er eenmaal is, is hij beschikbaar voor iedereen.”

Pekkeriet vertelt dat er mogelijk een tomatenplukrobot uit Japan in Nederland wordt getest en verder wordt ontwikkeld. “Die robot werkt nu nog veel te traag. Hij doet er 25 seconden over om een cocktailtomaat te plukken, terwijl dat in de praktijk 0,7 sec is. Misschien kunnen wij dat verbeteren met onze robots. Maar wij willen ook niet zomaar onze kennis weggeven. Dat moet in een soort van joint research.”

Niet veel goede arbeidskrachten in Nieuw-Zeeland

Nieuw-Zeeland staat daar voor open, volgens Barnes. Zij ziet zeker mogelijkheden voor samenwerking en vormen van partnerschap. Het vinden van goede arbeidskrachten is in Nieuw-Zeeland een groot probleem. De telers hebben daarom veel belangstelling voor robotisering van gewaswerkzaamheden.

“In Nieuw-Zeeland zijn twee bedrijven geïnteresseerd in samenwerking en investering op dit gebied, want dit biedt hen mogelijkheden om de techniek sneller te introduceren. Vooral als ze dan ook toegang hebben tot de achterliggende techniek, wordt het echt interessant voor ze.” Barnes denkt dat hier een mooie samenwerking uit zou kunnen voortvloeien.

Arbeidskracht optimaal laten presteren

Ook de bladplukrobot van techbedrijf Priva zou de arbeidsbehoefte in Nieuw-Zeeland kunnen doen dalen. Behalve de bladplukrobot deed dit bedrijf ook de voordelen van een goede arbeidsregistratie uit de doeken. Als je onvoldoende arbeidskrachten hebt, biedt het wat soelaas als je ze in ieder geval maximaal kunt laten presteren.

Een goede arbeidsregistratie geeft inzicht in de mogelijke knel- en verbeterpunten. Als bekend is wie welke taak in welk tempo en met welke kwaliteit uitvoert, kan dat de arbeidsprestatie enorm verhogen. Dan kan het werk ineens met minder mensen worden gedaan.

Beperkte mogelijkheden voor biologische bestrijding

Op gebied van ziekten en plagen lagen de vraagstukken vooral bij de bestrijding van wittevlieg en Tomato Potato Psyllid (TPP) en het voorkomen van Tuta absoluta. Nieuw-Zeeland hanteert een zeer streng beleid qua import van niet-inheemse organismen waardoor de mogelijkheden van biologische bestrijding beperkt zijn.

Tot groot verdriet van Barnes heeft de inspanning voor toelating van Macrolophus bijvoorbeeld niets opgeleverd.

Haar vraag of Nesidiocoris een goed alternatief kon zijn, werd door meerdere deskundigen afgewezen. Het kan zeker wittevlieg en misschien ook TPP, bestrijden en hij eet de eieren van Tuta absoluta, maar de schade aan tomatenvruchten kan behoorlijk zijn. Dat laatste was haar niet bekend. Nu ze dat weet kan ze haar achterban behoeden voor onvoorziene negatieve gevolgen van deze roofwants.

Tuta absoluta is tot op heden nog niet gesignaleerd in Nieuw-Zeeland. Barnes heeft voldoende informatie meegekregen hoe aanwezigheid is te monitoren, met vallen en feromonen en de mot is te bestrijden met verwarringsferomonen.

Nieuw-Zeeland moet ToBRFV buiten de deur houden

De aanwezigheid van ToBRFV ontging ook Barnes niet. Al stond dit virus niet op haar bucketlist, ze is blij met de kennis die ze hierover mee naar huis neemt. “Overal waar ik kwam, had men het over het virus. Productiebedrijven waren hermetisch afgesloten, dus een bezoek zat er niet in.”

Voor haar is het duidelijk dat Nieuw-Zeeland alles op alles moet zetten om te voorkomen dat het virus voet aan wal zet. Maar als dat niet lukt en het virus ook Nieuw-Zeeland aandoet, hoopt ze met de verkregen informatie de juiste maatregelen te kunnen treffen om de problemen zoveel mogelijk te beperken.

Risicoanalyse maken

Blij was Barnes met alle adviezen omtrent hygiëne die ze kreeg van Jan Willem Keyzer van Brinkman. Hij heeft haar echt de noodzaak doen inzien van het serieus nemen van de voorschriften. “Veel bedrijven hebben een hygiëneprotocol, maar dit is niet altijd even scherp en wordt niet altijd nageleefd. Dat kan beter.”

Ook weet ze nu hoe belangrijk het is een risicoanalyse te maken van de bedrijven en de sector als geheel. “Er is nog wel werk te doen op gebied van afvalverwerking. In Nieuw-Zeeland is bijvoorbeeld geen recyclingsysteem voor steenwolmatten. Deze worden doorgaans ergens opgeslagen of begraven, met alle risico’s van dien. Maar ook de risico’s van wegsijpelend plantsap zijn nog onderkend.”

Ook al zag Barnes alleen tomatenplanten bij Tomatoworld en – achter glas – bij De Ruiter Experience Center en WUR Bleiswijk, bij terugkomst in Nieuw-Zeeland zal ze haar schoenen laten ontsmetten. “Ik wil zeker niet degene zijn die het virus hier binnen brengt.”

Disco
Andrea Disco Freelance redacteur


Beheer