Trekkerkenteken moet veiligheid verbeteren

Landbouwvoertuigen die op de openbare weg komen, moeten vanaf 2025 een kentekenplaat hebben. Het wisselgeld: verhoging van de snelheid en toegang tot rondwegen, maar niet overal. Wegbeheerders bekijken dit per situatie.

De registratie- en kentekenplicht voor landbouwvoertuigen gaat door. Alle landbouwvoertuigen die op de openbare weg komen en breder zijn dan 1,30 meter, moeten vanaf 2025 een kentekenplaat aan de achterzijde voeren. De kentekenplicht wordt gefaseerd ingevoerd. Trekkers en aanhangers die harder willen rijden dan 25 km/uur of gebruik willen maken van de rondwegen moeten al eerder een kentekenplaat voeren. Dat geldt ook voor nieuwe landbouwvoertuigen en voertuigen waar vanwege de afmetingen een ontheffing voor nodig is.

De datum waarop de wet van kracht wordt, is nog onduidelijk. Het ministerie en de RDW gaan uit van komend najaar. Dan start de conversieperiode voor bestaande landbouwvoertuigen, die naar verwachting tot het voorjaar zal lopen. Boeren moeten in deze periode alle voertuigen, ook die niet op de openbare weg komen, registreren. Registratie kost € 18 per voertuig.

Kenteken vanaf 2025 voor alle landbouwvoertuigen

Registratie kan digitaal, maar ook schriftelijk bij een RDW-keuringsstation. De geregistreerde voertuigen krijgen bij registratie automatisch een kentekennummer. Het maken van een kentekenplaat kost ongeveer € 12 per plaat, waarmee de totale kosten op € 30 per voertuig komen. Hangende werktuigen, zoals een frees, hoeven geen kentekenplaat. Getrokken voertuigen, zoals opraapwagens of kiepers, moeten wel voorzien zijn van een kenteken.

Tijdig registreren voorkomt keuringsplicht

Bij de registratie worden de voertuigen niet gekeurd. Het is belangrijk om de registratie tijdig te doen, om te voorkomen dat de voertuigen gekeurd moeten worden door de RDW. Na de conversieperiode moeten voertuigen wel gekeurd worden bij registratie.

Registratie en vrijwillige plaat vanaf dit najaar

Voor nieuwe voertuigen sluit de registratie gelijk aan bij de bestaande structuur van registratie van kentekenplichtige voertuigen. Dat kost € 40,70 voor de registratie en kentekenbewijs en € 10,40 voor de tenaamstelling. De kosten voor de kentekenplaat € 12 komen daar nog bij.

Het centrale loket voor ontheffingen voor voertuigen met een bijzondere afmeting zal in het voorjaar van 2021 operationeel worden.

Politieke strijd

Politiek was de invoering voor de kentekenplicht een hele strijd. Ruim vijftien jaar werd gestreden voor de invoering van het kenteken. “Beter dan dit wordt het niet meer”, aldus verantwoordelijk minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. “We hebben nu een compromis gevonden dat iedereen acceptabel vindt en waar we voor de verkeersveiligheid en voor de efficiëntie ook goede zaken doen. Goedkoper en efficiënter dan dit kan ik het niet maken. Ik begrijp dat het niet leuk is als je iets eerst niet hoeft en nu wel. Daarom hebben we de kentekens gecombineerd met de snelheidsverhoging. Het is voor boeren en loonwerkers fijn dat ze over de rondwegen kunnen, in plaats van dat ze door de dorpskernen moeten en het is een verbetering voor de verkeersveiligheid”, aldus Van Nieuwenhuizen. Betrokken organisaties als LTO, Cumela, Fedecom, verkeersorganisaties en wegbeheerders staan achter de wet.

Snelheidsverhoging

Hoewel de snelheidsverhoging informeel wordt gekoppeld aan de kentekenplicht, staat de snelheidsverhoging niet in deze wet. Gemeenten en provincies zijn hiervoor als wegbeheerders verantwoordelijk. Van Nieuwenhuizen is niet bang dat dit tot gevolg heeft dat de snelheid alsnog niet verhoogd wordt. “Nee, hun handtekening staat er ook onder. Ze hebben in gezamenlijkheid de afspraken gemaakt en ik heb er ook geen enkele twijfel over dat ze het niet zouden doen. We houden ook hen aan de afspraken”, zegt ze.

De snelheidsverhoging wordt geregeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Deze wordt nog voorgelegd aan de Tweede Kamer. Het kenniscentrum voor infrastructuur en openbare ruimte CROW heeft een richtlijn opgesteld voor het verhogen van de snelheid. In het advies staat dat landbouwvoertuigen buiten de bebouwde kom overal 40 km/u mogen rijden. Binnen de bebouwde kom geldt op 30 km/u-wegen een maximale snelheid voor trekkers van 25 km/uur. Die snelheid geldt ook voor straten waar de maximumsnelheid 50 km/u is, maar waar geen vrijliggend fietspad is. Als er wel een apart fietspad is, mag ook binnen de bebouwde kom 40 km/u worden gereden.

APK-plicht geldt niet voor ‘boerentrekkers’

“Simpel gezegd komt het erop neer dat op alle wegen de snelheid voor trekkers 40 km/u wordt, behalve op wegen binnen de bebouwde kom zonder vrijliggend fietspad”, legt Hero Dijkema, beleidsmedewerker verkeer van Cumela uit. Hij is nauw betrokken bij de invoering van het wetsvoorstel. “Als gemeenten er van af willen wijken, zullen zij borden moeten plaatsen met specifiek een maximumsnelheid voor (land)bouwvoertuigen”, legt Dijkema uit. “Uitgangspunt is een Ja-tenzij-principe. De snelheid gaat omhoog en de wegbeheerders maken dus geen afwijkende specifieke regels, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om wel af te wijken”, aldus het ministerie. De snelheidsverhoging gaat tegelijk in met de kentekenplicht.

Verzekeraars verwachten geen effect

Meerdere politici verwachten dat de kenteken- en registratieplicht ook zal bijdragen aan het voorkomen van diefstal. Nederland zou bij internationale dievengilden positief op de kaart staan, omdat landbouw- en grondverzetmachines niet geregistreerd staan. Toch verwachten verzekeraars weinig effect van de registratie- en kentekenplicht. “Kentekening helpt wellicht om gestolen voertuigen te identificeren en dus terug te vinden, maar helpt niet om diefstal te voorkomen”, aldus Interpolis. Of de wet effect heeft op het risico van diefstal moet blijken. Voor de casco- en aansprakelijkheidsverzekering voor voertuigen heeft de wet geen effect, aldus de verzekeraar.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.