Tuinbouwtoeleverancier: ‘Slim innoveren met coalities’

Leverancier van tuinbouwbenodigdheden Brinkman is al meer dan honderd jaar een begrip. Directeur Ton van Mil is zich bewust van die lange traditie. Maar ook van de uitdagingen die de snel veranderende toekomst meebrengt. “Als we denken dat we het alleen kunnen, wordt de Nederlandse tuinbouw ingehaald en achtergelaten.”

In de winkel van Royal Brinkman in ’s-Gravenzande is flink ruimte gemaakt voor een tijdlijn van de lange geschiedenis van deze Westlandse tuinbouwtoeleverancier, opgericht in 1885. Het geeft aan dat het een bedrijf is dat tegen een stootje kan. En dat het zich al 35 jaar ‘koninklijk’ mag noemen, oftewel Royal, want dat staat in het internationaal zakendoen goed. Belangrijk, want internationalisering is een van de drie pijlers die algemeen directeur Ton van Mil samen met zijn 450 mensen voor de toekomst heeft vastgesteld.

Eerst eens over een van de twee andere pijlers: digitalisering. Maar we staan hier nog in een echte winkel.

“Onze webshops in binnen- en buitenland groeien hard en we werken voortdurend aan verdere digitale ontwikkelingen. Maar fysieke servicepunten blijven voor ons belangrijk, we hebben er vier in Nederland en de telers hier in het Westland, Oostland, de Bommelerwaard en het Venlose komen toch ook graag nog meteen zelf langs als ze echt iets dringend nodig hebben. Maar we denken heel nadrukkelijk mee met de telers als het gaat om bijvoorbeeld de snelle ontwikkeling van het digitaal en autonoom telen. Samen met andere bedrijven zetten we in op digitale ontwikkelingen, waarbij Royal Brinkman sterk is in de specialisaties teelt en oogst en andere bedrijven sterk zijn op specialisaties als klimaat of veredeling.”

“Wat dit betekent voor de teler en de teelt? Hoe kun je anders met ziekten en plagen aan de gang, met je bemesting, met oogsthandelingen en -prognoses en ook in het na-oogsttraject? Daar willen we zeker een rol in spelen. Daarom hebben we ook Berg Hortimotive Systems overgenomen, een bedrijf toegespitst op logistieke oplossingen.”

Zitten daar andere strategische stappen in het vat?

“We doen al veel samen met kennisinstituten als Wageningen UR. Maar we zijn ook in gesprek met bedrijven die techniek ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van autonoom rijden in de kas. De tijd is lang voorbij dat een toeleverancier alles zelf wilde verzinnen. We hebben wel specialisten, maar slim innoveren is ook de goede coalities smeden: samenwerken aan verbetering van de tuinbouw.”

We hebben wel specialisten, maar slim innoveren is ook de goede coalities smeden: samenwerken aan verbetering van de tuinbouw

Van Mil ziet de rol van toeleveranciers nu en in de toekomst verschuiven van de traditionele winkel met tuinbouwartikelen naar kennispartner. Er staan in die winkel – zowel live aan de Woutersweg in ’s-Gravenzande als op de website – nog wel heel veel spullen, en dat blijft zo. “Maar achter die artikelen zit juist heel veel kennis”, aldus Van Mil. “Wij hebben zestig productspecialisten, met verstand van een veelheid aan producten, concepten en toepassingen. Deze kennis zal in de toekomst meer en meer vertaald gaan worden naar databases, teeltmodules en -modellen. Dat geldt ook voor de kennis van de telers. Die hoeven niet meer uit hun geheugen op te diepen of terug te zoeken wat ze hebben ingezet in deze of voorgaande teelten. Dat wordt meer en meer computerwerk.”

Kortcyclischer

Overigens is de strategische blik die Royal Brinkman op de toekomst werpt door alle technologische ontwikkelingen juist korter geworden. “Verder dan drie jaar vooruit kijken heeft eigenlijk geen zin. Het is kortcyclischer dan vroeger. De wereld verandert gewoon sneller. En dat is dit jaar door corona nog eens wat heftiger geworden. De eerste paar weken moesten we helemaal om van strategisch naar operationeel ondernemen. Er was echt onrust bij de telers, met hamstergedrag net als bij de consumenten. Dat is allemaal weer tot rust gekomen en met wat kostenbesparingen eindigen wij dit jaar gelukkig in de zwarte cijfers. Maar wat volgend jaar brengt, niemand die het weet, maar de vooruitzichten zijn bemoedigend.”

Verder dan drie jaar vooruit kijken heeft eigenlijk geen zin. Het is kortcyclischer dan vroeger. De wereld verandert gewoon sneller

Extra belangstelling lokale teelt

Net zo onverwacht als de coronacrisis is het ermee gepaard gaande effect dat lokale teelt voor de markt in eigen land plots zo extra in de belangstelling staat. Die vraag van landen naar meer voedselsoevereiniteit, zoals dat ook wel heet, is voor Royal Brinkman geen bedreiging maar absoluut een kans.

“Wij hebben een sterk internationaal netwerk van vestigingen en samenwerkingen. Dat is wat anders dan goederen naar het buitenland exporteren. Wat wij hier in Nederland aan technieken en kennis ontwikkelen is niet altijd wereldwijd overal toepasbaar. Je kunt niet in één klap van een Eend naar een Ferrari. Bijvoorbeeld gewasbescherming is wereldwijd overal anders, qua toelatingen, qua werking van middelen, qua kennis en kunde van de telers.”

Bedrijfshygiëne

Ook zoiets als bedrijfshygiëne is een begrip en een concept dat voor elke teler overal in de wereld speelt, maar overal een beetje anders is. Dat heeft te maken met cultuur, met markteisen, maar natuurlijk ook met de bedreigingen die een teler voor zich ziet. Anderzijds is het uit je kas verdrijven en weghouden van een tomatenvirus in Mexico in wezen niet anders dan in Nederland.

Van Mil: “Wij hebben een bedrijfshygiëneconcept waarvoor we alle hardware, de installaties en de desinfectiemiddelen leveren, maar waar dus ook weer veel, internationale, kennis achter zit. Dat is pijler nummer 3, innovatie: dingen handiger, beter en slimmer maken voor de teler op het niveau waarop die het kan en wil toepassen.”

Schoolvoorbeeld China

Van Mil verwacht wel dat als overheden, aangezet door corona, echt werk willen maken van productie in eigen land, dat ook voor een versnelling van de technische ontwikkeling van de teelt en de telers kan zorgen. Schoolvoorbeeld daarvan is wel China. Als daar eenmaal een besluit is gevallen om in een bepaalde sector te investeren, dan gaat het ook hard.

“Daarom moeten we als bedrijven in de Nederlandse tuinbouw ook niet denken dat we het wel alleen kunnen. Dan worden we ingehaald en achtergelaten. Het zal echt zaak zijn om conglomeraten van bedrijven te maken.”

Gaat dat lukken? Er zijn al heel wat overkoepelende initiatieven voor internationale samenwerking in de tuinbouw ontstaan en verdwenen.

“Ik ben daar wel optimistisch over. De bedrijven die er nu nog steeds zijn, met bewezen bestaansrecht ook op internationaal niveau, die zien wel waar het gezamenlijk belang van de Nederlandse tuinbouw ligt. Daar willen wij graag bij horen, vanuit zoals gezegd onze specialisatie op het domein teelt. Samen met bedrijven met andere specialisaties op de domeinen in bijvoorbeeld veredeling en klimaat en oogst staan we sterk om bijvoorbeeld een autonome tomatenteelt neer te zetten.”

Dit artikel komt uit vakblad Groenten&Fruit dat 75 jaar bestaat en vooruitblikt op de toekomst van de tuinbouw. Lees meer in de jubileumeditie

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.