Uitbreiding pilots bedrijfsspecifiek mestgebruik

Landbouwminister Carola Schouten geeft de komende jaren meer ruimte aan pilots die gericht zijn op het aanpassen van het mestgebruik aan de bedrijfsspecifieke omstandigheden. Dat schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Schouten wil de pilot bedrijfsspecifieke fosfaatbemesting (BEP) en de pilot bedrijfsspecifieke bemesting met stikstof uit dierlijke mest (BES) uitbreiden. De pilot die zich richt op het gebruik van stikstof uit dierlijke mest breidt uit tot maximaal vijftig bedrijven. Dit is de maximale omvang die volgens het Actieprogramma nitraatrichtlijn is toegestaan. De pilot begon eerder op kleine schaal, waaronder bij twintig bedrijven in het project Vruchtbare Kringloop in de Achterhoek. De pilot mocht pas uitgebreid worden als er voldoende wetenschappelijke onderbouwing zou zijn.

Wens van sectororganisaties

Met de aangekondigde uitbreiding komt Schouten tegemoet aan een wens van sectororganisaties. Zij vroegen om meer experimenteerruimte vanwege de implementatie van de toekomstvisie voor de landbouw, die zich richt op kringlooplandbouw. Voorwaarde voor de uitbreiding van de pilot is dat de ammoniakemissie op bedrijfsniveau niet toeneemt en dat de waterkwaliteit gemonitord wordt volgens de methodiek van het Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid.

Pilot Bedrijfsspecifieke Excretie met extra stikstof uit kunstmest stopt

De pilot Bedrijfsspecifieke Excretie met extra stikstof uit kunstmest (BEN) wordt stopgezet. Volgens het ministerie zijn de onderzoeksvragen van deze pilot beantwoord. Ook past de inzet van extra kunstmest niet bij de toekomstvisie. “Daar wil ik juist het gebruik van kunstmest verminderen”, aldus Schouten.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.